De Rode Stiletto´s

Na haar laatste werkdag op het hoofdkantoor van het failliete winkelbedrijf staat Elsemiek in een overvolle forensentrein, op weg naar huis.  Het balkon stinkt naar zweet en natte jassen en het trapje is te smerig om op te zitten. “Als je klein bent moet je groot denken”, had haar baas vaak gezegd. Makkelijk gezegd maar hoe doe je dat? Elsemiek kijkt naar de bezorgde, vermoeide gezichten van de mannen en vrouwen die haar omringen. Zijn dit dezelfde mensen die vanochtend nog zo hoopvol in de trein waren gestapt? Toen ze allemaal nog zo lekker strak en fris waren en roken naar parfum, zeep en tandpasta? Waar is die trein in godsnaam naar toe gereden dat iedereen nu zo uitgeblust en zonder leven voor zich uit staart? Hoe lang heeft deze dag eigenlijk geduurd? 

Thuis stapt Elsemiek onder de douche. Het warme water wast het kantoor van haar huid en de geur van natte jassen uit haar haren. Ze sluit haar ogen en laat het water over haar gezicht lopen.  Zittend op de rand van het bad scheert ze haar benen en spoelt ze na met lauw water. Nadat ze de kraan heeft dichtgedraaid stapt ze uit de douche, wikkelt een handdoek om haar hoofd en trekt een zachte badjas aan. Dan gaat ze op een krukje zitten en lakt in alle rust de nagels van haar tenen rood. Ze doet haar garderobekast open en pakt met haar vingertoppen voorzichtig de allerfijnste lingerie die zij heeft. Als ze daarmee klaar is, kiest ze een donker mantelpakje uit en stapt in haar rode stiletto’s.

Oh, wat is dat fijn! Een wilde rush tekent rode blosjes op haar wangen. Drang en onrust trekken vanuit haar pumps langzaam omhoog langs haar benen, tot de kriebels aankloppen aan de binnenkant van haar dijen. Daar waaiert de gelukzaligheid uit naar haar onderbuik en nestelt zich warm en tevreden als een spinnende kat achter haar gepiercete navel.

Ze steekt haar haar op en kijkt langdurig naar zichzelf. Eerst moet ze zichzelf laten verdwijnen, dat is het allerbelangrijkste, weet ze. Ze kijkt daarom net zo lang in de spiegel tot het beeld van Elsemiek begint te vervormen en te vervagen in de wazige strepen van de condens. Met haar hand wrijft ze over het glas van de spiegel en fluistert in zichzelf: “draai drie keer naar links en ga eenmaal naar rechts, draai alles wat rechts was naar links en ga weg” Ze kijkt nog steeds naar zichzelf, maar nu door de ogen van haar spiegelbeeld. Wanneer zij de badkamer uitstapt, blijft de vrouw in de spiegel haar nakijken. Zo heeft Elsemiek haar eigen schaduw, Zizi, tot leven gewekt. 

Behalve in de spiegel en het hart van Elsemiek woont Zizi nergens. Er is bijna niemand die haar ooit heeft gezien, want zij is altijd onderweg of ergens net vertrokken.  Maar Zizi weet wel heel precies waar zij naar toe wil. Naar de stad, over de witte brug en dan naar het eiland met de hoge torens waar de rijke mensen wonen.  Op weg daarnaartoe rijdt Zizi door de wijk waar Elsemiek is opgegroeid en waar nog steeds elke dag achter gesloten gordijnen om voedsel wordt gevochten. Ze woonde er alleen met haar moeder en ze gingen uit geldgebrek niet vaak ergens heen. Daarom herinnert ze zich die ene keer nog zo goed. Die keer dat ze samen naar de Efteling waren gegaan en als betoverd naar de dansende rode schoentjes hadden gekeken. Toen wilde ze al rode schoentjes hebben en kijk nu eens…

…Zizi kijkt hoe de witte brug naar het eiland weerspiegelt in het ijskoude water van de donkere rivier. In het licht van de grote maan werpen de torens zware schaduwen op de kleine huizen die aan hun voeten zijn gebouwd. Als een wilde kat ruikt ze bloed want daar bovenin die omheinde hoge flats, daar ergens boven de wolken, wacht haar prooi. Met een gestrekte middenvinger drukt ze op de bel. Zacht zoemend gaat de deur open. De krachtige dreiging van haar rode stiletto’s galmt bij elke stap door de kille hal. De tikkende hakken kondigen haar komst aan en prikken putjes in het dure parket.

“Zizi! Je ziet er weer fantastisch uit!,” klinkt het hol vanaf het bed in de lege slaapkamer.

Het faillissement van zijn winkelbedrijf met wereldwijd 130 filialen heeft de noodzaak van het bewaren van afstand tot zijn directe omgeving in een klap weggenomen.

“Arthur, pas op je woorden! Het is nog steeds mevrouw Zizi voor jou! Stel je niet zo belachelijk aan! Wat heb ik trouwens nog aan je zonder je geld?”

Zizi kijkt neer op de benevelde winkelmagnaat: de voormalige baas van Elsemiek. Hij heeft tranen in zijn ogen. Alles hebben ze hem afgenomen. Eerst zijn zetel in de Raad van Bestuur, toen zijn winkels, daarna zijn baan en nu zijn huisraad. Persoonlijk aansprakelijk, noemden ze dat. En daar ligt hij nu, helemaal alleen op bed in een leeggehaald appartement.

“Ik maak er een eind aan,”  jammert hij. Ja, die kent ze al. Dat heeft die aansteller vorige week ook al geroepen in de vergadering met de bewindvoerders, die Elsemiek notuleerde. “Houd me vast houd me vast houd me vast”, smeekt hij haar nu. Even houdt ze hem in haar armen. Zij wiegt hem zacht en drukt hem aan haar grote borsten. Zijn tranen hebben haar bloesje natgemaakt en zij heeft het nu uitgetrokken en over de verwarming te drogen gehangen, een verwarming die trouwens al enige tijd geleden is afgesloten.

Hard, heel erg hard heeft hij iedereen laten werken. Maar nu lijkt dat allemaal voor niets geweest. Hij heeft zijn hoofd in haar schoot gelegd en huilt haar hele schaamstreek nat.  Ze streelt zijn haar met een afwezige glimlach op haar gezicht.  Eindelijk is hij zacht geworden en helemaal kapot gemaakt. Bijna is de buit binnen. Zizi trekt het rokje van haar mantelpakje uit en hangt het doorweekte kledingstuk naast haar natte blouse over de ijskoude verwarming.

“Arthur, je hebt me nog steeds geen antwoord op mijn vraag gegeven. Waar blijft mijn bonus? Die had je me beloofd. Hoe zit het daarmee? Belofte maakt schuld!” Hij kijkt haar schaapachtig aan, alsof hij de betekenis van de woorden niet kan of wil doorgronden. Ze slaat hem in zijn gezicht. En nog eens. En nog een keer. Ze kijkt aandachtig hoe hij reageert. Hij begint weer te huilen, niet in staat haar te antwoorden of zelfs maar in de ogen te kijken.

Zizi gooit het nu over een andere boeg. Ze zet haar meest verfijnde wapen in: verwarring. Links wordt rechts, boven wordt onder, binnen wordt buiten, achter wordt voor en het laatste komt nu eerst.  Ze wacht niet op het zoveelste ontwijkende antwoord maar stapt uit haar rol, gaat op de rand van het bed zitten en buigt zich over hem heen. Ze maakt langzaam en voorzichtig zijn rits open.  Ze trekt zijn broek naar beneden tot op zijn enkels. Nu buigt ze zich aandachtig over zijn weerloze, zachte delen. Misprijzend staart ze naar het rare piemeltje dat hij heeft. De dikke eikel die op het dunne steeltje lijkt te wiebelen blijft haar elke keer weer verbazen.  Helemaal niet wat je zou verwachten bij zo’n belangrijke, leidinggevende man. Dan buigt ze zich toch langzaam en met enige tegenzin voorover, haar lange haar valt kriebelend op Arthur zijn buik.  Ze heeft een paar velletjes op haar lip en ze wrijft er zachtjes schurend mee omhoog langs het korte staafje. Met nog steeds gesloten lippen streelt ze droog het toompje en de onderkant van de kop. Ach, het is eigenlijk ook wel weer een grappig krom dingetje, denkt ze. Ze neemt zonder verder te denken de eikel van Arthur in haar mond en zuigt hem volgens plan bij zich naar binnen tot zij hem voelt zwellen in een natuurlijke reactie op haar vochtige, warme mond.

Ze maakt hem snel met een paar zware handboeien vast aan het bedframe. Hij kijkt haar smachtend aan als hij merkt dat zij hem op haar commando laat ejaculeren. “Haal die grijns van je gezicht”, zegt ze geïrriteerd. Ze gooit een handdoek over zijn gezicht en voelt zijn perineum warm kloppen terwijl zij zijn zaad opvangt in een glazen flesje. Geen bonus? Dan maar DNA, dat is goud waard in de rechtszaal tegenwoordig.

“Zizi, natuurlijk herinner ik het me weer. Ik geef je alles wat ik heb, dat beloof ik”, kreunt Arthur.

“Maar je hebt toch niks meer?”, zegt Zizi minachtend tegen hem. “Te laat!”

“Zizi, ik heb in het keukenkastje een koffertje voor je klaarstaan, maak me los dan zal ik het je geven”, zegt Arthur moeilijk.

“Ik zei toch: te laat. Je moet je kop houden eikel.”

“Ik heb altijd van je gehouden, Zizi. Altijd. Met heel mijn hart.”

Zizi schrikt. Dit is nieuw. Dit heeft hij nog nooit tegen haar gezegd. Dit is ook nooit de bedoeling geweest. Zizi weet dan ook even niet wat ze moet zeggen. Ze wacht eventjes om te ervaren hoe het voelt dat een man dat tegen haar zegt. Het is heel raar. Het wordt eerst warm in haar borst en daarna voelt ze zich licht in haar hoofd worden. Haar voeten tintelen in haar rode schoenen.

“Ik ook, Arthur. Ik ook.”, zegt ze eerlijk.

“Het was alles voor me. Die jaren met jou. Maar nu is het op”, zegt hij. Arthur kijkt haar kwetsbaar aan. “Help je me nu de winkel af te sluiten? Alsjeblieft Zizi? Weet je hoe je dat moet doen?”

“Ja Arthur, ik weet het. Ik heb het voorbereid. Ik zal het voor je doen”.

Nu breekt haar mooiste, liefste glimlach door. Een lach die sierlijke, melancholieke lijntjes om haar mond laat verschijnen. Ze kijkt hem samenzweerderig aan, alsof ze eindelijk haar lang gekoesterd geheim aan hem gaat onthullen. Treiterend langzaam staat ze op en laat hem geboeid achter op het bed. Terwijl hij haar diep gelukkig met grote verliefde ogen aankijkt verricht zij de ultieme liefdesdaad. Eerst brengt zij zijn zaad bij zichzelf in.  Dan gaat ze weer naast hem zitten en kust hem op zijn mond.  Er rolt een traan over zijn gezicht.

FSS_4605

Ze pakt een rol duct tape uit haar tas, plakt zijn neus en mond ermee dicht en bindt een plastic zak over zijn hoofd. Ze doet een stapje achteruit en kijkt respectvol, met haar handen op haar rug, naar het gespartel van zijn korte doodsstrijd. Als zijn benen op het bed zijn stilgevallen, trekt ze haar kleren weer aan, pakt het koffertje uit de keuken en loopt er met tikkende hakken in discrete triomf mee naar buiten.

Als je klein bent moet je heel groot denken,” zegt ze tegen zichzelf.

Warm, van binnen vol licht en leven, gaat Zizi snel naar huis, want over een uurtje komt de zon weer op. Ze zet het koffertje naast het bed, zodat Elsemiek het morgenochtend direct zal zien. Haar voeten doen verschrikkelijk zeer van de rode stiletto’s. Ze gaat op de rand van het bed zitten en trekt ze een voor een uit.  Pas nu ziet ze dat ze de hele nacht haar linker schoen aan haar rechtervoet heeft gedragen en haar rechter aan de linker.  Als het eerste zonlicht door een kier in het gordijn de kamer invalt, gaat Zizi op de plek van Elsemiek in bed liggen en valt als een schaduw in haar schoot.

-/\-

Tekst: Ⓒ luckyman 2016

Foto: Ⓒ Studio Raw Edge  2015

Dit verhaal is opgenomen in mijn verhalenbundel ‘De Kalahari Roos´. Het was geschreven voor Thewa #6 van EWA Nederland. De uitdaging voor Thewa #6 was: “schrijf een erotisch verhaal van maximaal 1200 woorden en gebruik de foto van Studio Raw Edge als inspiratie.” Dit verhaal was tegelijkertijd mijn inzending voor de EWA bijeenkomst van 30 januari 2016, daarvoor luidde de opdracht: “schrijf een verhaal van 1500 woorden over een persoon die in twee werelden leeft.” 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *