Het mannetje dat wilde groeien

Er was eens een heel klein mannetje. Het mannetje was het eigenlijk zat dat hij zo klein was en nergens bij kon. Hij kon niet bij de bovenste plank in de keukenkast. Hij woonde op de bovenste verdieping van een flatgebouw, maar kon niet bij het hoogste knopje van de lift en moest dus altijd het laatste stukje met de trap. In de bioscoop zat er altijd wel een reus in de stoel voor hem, zodat hij de ondertitels niet kon lezen. Zo zat was het mannetje van zijn kleinheid dat hij op een dag, heel, heel lang geleden, besloot dat hij moest groeien. lees hier verder

Winter

“De winter komt eraan”, zei Abdelkarim.

Ik keek door het raam naar buiten. Het was donker geworden. Onder een straatlantaarn zat een donkere man op een berustende ezel. Even leek het, of hij op mij wachtte. Ik huiverde.  Vanuit de vlakte aan de rand van de stad woei een kille wind, die door de kieren van het provisorisch dichtgemaakte raam kroop. Ik voelde onmiddellijk de rilling op mijn borst. Ik sloot het raam zo goed en zo kwaad als het ging. Het dunne hout viel niet goed in de sponning en toen ik wat kracht op het raam zette, bewoog de hele wand mee. Ik liet het maar zo, want ik zag dat Abdelkarim zijn jas had aangetrokken. lees hier verder

Aan en Uit

Het glas wijn

Floris zit in een vliegtuig en voor zijn neus staat een Nederlandse studente in het gangpad wijn te drinken. Haar spijkerbroek hangt laag op haar heupen en ze draagt een stoere brede riem. Eigenlijk zijn haar benen wat kort en staan haar dijen wat krom. Ze heeft ook niet echt een ronde kont. Maar hij vindt haar prachtig, juist omdat ze net een beetje anders is. Hij staart haar aan met de aanbidding van een geile hond. Ze haalt het elastiekje uit haar blonde paardenstaart en schikt het opnieuw. Floris ziet hoe haar vingers daar mee bezig zijn. Stel je voor dat die vingers ooit eens langs het ribbelige naadje van zijn balzak zouden strijken.…. Maar Floris weet beter. Hij is goed in zijn werk maar een sukkel met vrouwen. Al zijn studievrienden zijn inmiddels getrouwd of hebben de ene vriendin na de ander. Het leven lijkt heel simpel voor hen. Waarom is bij hem dan altijd alles zo ingewikkeld? lees hier verder

Vang een Ster

Ik ben een vallende ster
een korrel zand die de hemel verlicht
een heldere flits
mijn stralend karakter schiet voorbij
je kijkt op en glimlacht
je doet een wens
wens je mij?

Nee, je wenst mij niet
je hebt me wel gezien
maar je weet niet wie ik ben
je ziet alleen mijn lichtend spoor
waar ik woon is de hemel zwart, de aarde blauw
ik heb één keer je ogen doen schitteren
het is gezien vanaf de maan
ik heb je gezien
met mijn stralende ziel
een korrel zand
die voor jou opbrandt in één nacht

Uit:

“Mijn Zwakte is mijn Kracht”

Tekst: Ⓒ  luckyman 2014

Artwork: through kind permission of the artist:

Ⓒ Sandra Steffensen 2013

De Wolk

Hij zag haar staan bij het hekje van haar voortuin.  Zij stond stil. Ze zat op haar fiets. Haar linkerbil rustte op het zadel en haar linkervoet stond op de trapper. Haar rechterbeen strekte zich in geweldige eindeloosheid uit aan de rechterkant. Zij steunde, perfect in balans, met haar tenen op de stoep. Zo verbond zij, rechts en links, hemel met aarde.

Hij liep haar langzaam tegemoet. Met elke stap, met elke hartslag kwam hij dichterbij. Hij zag dat zij rookte. Hij had dat heel vroeger wel eens geprobeerd, maar echt lekker had hij het nooit gevonden. Tegenwoordig vond hij het eigenlijk maar vies. Zij keek op haar mobieltje, het leek of zij op iemand wachtte. Haar lange blonde haar viel voorover, hield het schermpje in de schaduw. Zij richtte zich weer op en blies een wolkje rook uit. Haar blonde haren vielen achterover in haar nek. Daarna boog ze zich weer aandachtig over haar telefoon.

Hij dacht: “Als ik nu eens net langs zou kunnen lopen als zij die rook uitblaast. Als ik nu eens net haar rook zou kunnen inademen. Rook die uit haar longen komt. Rook die in contact is gekomen met haar binnenste, intiemste zelf. Rook die haar bloed gestreeld, vergiftigd heeft. Rook, vermengd met haar adem, met daarin de waterdamp die ooit, vannacht misschien als druppels vocht uit haar kut is gedropen toen ze door een grote potente vent werd bereden”

Ja, dat dacht hij allemaal. Elke stap, elke ademhaling, elke hartslag bracht hem dichterbij haar. Het luisterde verschrikkelijk nauw. Want het ging nu om het ritme van de dingen. Het ritme van zijn voeten, het ritme van haar hart, het ritme van zijn ademhaling, het ritme van de groei van de vurige kegel aan de sigaret tussen haar vingers. Hij probeerde in het ritme van al die dingen te komen. Hij probeerde in haar “groove” te komen.

Nog een paar stappen en dan zou hij naast haar staan. Hij had al gezien aan welke kant zij de rook ging uitblazen. Niet aan de kant van haar gestrekte rechterbeen, maar aan de kortere linkerkant. Hij zag haar inhaleren en versnelde zijn pas. Hij perste zijn longen leeg.

Zij wierp haar lange lokken achterover en blies uit.

Hij ging haar wolk binnen en zoog haar sigarettenrook op. Zo waren zij even samen. Zij kriebelde zijn neus, zijn keel, ze drong diep in zijn longen. Zo hield hij haar vast, nog lang nadat hij was doorgelopen. Haar adem, haar vocht, haar sigarettenverslaving, het zweempje kut in het vocht uit haar mond, de mond die misschien vanochtend vroeg nog de grote lul van haar vriend had gepijpt. Hij hield haar vast in zijn longen tot zijn borstkas barstte en zijn hoofd paars was aangelopen. Toen moest hij haar laten gaan.

Hij was dankbaar. Het was een goede dag voor hem geweest. Thuisgekomen trok hij zich af in grenzeloze eenzaamheid.

Morning Story

Mijn tong wekt zacht de lieve ochtend

en wikkelt zo de dagen om jouw nacht

ik krom mijn rug, ik kus je rode oog en

loos mijn lauwe sterrenstralen zacht,

zodat je slaapt tot in de koude uren

ik heb al lief jouw schoot gekust

en proef nu traag, heel diep van binnen

het tintelend ontwaken van jouw lust

-/\-

tekst: Ⓒ luckyman 2015

foto: Ⓒ Zsuzsanna  Kőszegi 2012

license by Creative Commons

Dit gedicht is in februari 2016 gepubliceerd in Afrodite, tijdschrift voor erotische literatuur, uitgeverij Aspekt / De Paarse Keizerin.