Heren Doe het Rustig Aan

Station Blaak. Godvergeten ondergronds grauwoord. Er bovenop is een feestelijke hoed olijk scheef gezet. Een perron zo schuin dat wanhopige mannen die er af willen springen geen afzet vinden voor de sprong. Daarom gaat hier niemand dood. Niemand blijft hier hangen. Niemand wordt hier opgevangen. Geen koffie voor de dakloze of de geketende ondergetekende. Er stopt alweer een trein en de deuren gaan frontaal open, een golf jonge vrouwen op weg naar de Kunstacademie en de advocatenkantoren overspoelt mij als een lauwe golving hormonaal plankton. Ik zwem in tegen de stroom zoete geuren, hun lange haren kriebelen, krullen en kroelen in mijn gezicht. Ik zie hun tanden glimmen, kijk naar de blauwe plekken en de bijtsporen in hun hals. In welke houding hebben zij vannacht met onbekende mannen gepaard? Het is eeuwig zonde.

Ik voel een nieuw leven stromen, hier vlakbij om de hoek. Het begint met een kristalhelder signaal van het luchtalarm op maandagochtend in de Pannekoekstraat. Ik luister ernaar, het is lente geworden. Mijn oude wonden worden vers. De korst breekt open. Het warme bloed vloeit opnieuw, ik groei tot ik ben uitgebloeid.

Een woning in de Vijverhofstraat. Ik wil ook wel eens voelen hoe een vettige veertiger zijn zaad bij mij naar binnen vloekt en schreeuwt.  Eerst eet hij een wit broodje met kroket. Daarna viert hij eindeloos zijn harde triomf. Ik word door hem samengeknepen als de losse insert van een Fleshlight.  Ik voel zijn voedzame ballen rammen en vervloek het moment als hij gaat komen. Zijn hoogtepunt krijst hij in mijn oor, met het hoge stemmetje van een ejaculerende kabouter. Zijn krampende greep is onophoudelijk, zijn wasemende adem stinkt, uit zijn snuivende neus klinken ijle piepjes. Ik ben dankbaar voor zijn dunne zaad. Hij ruikt naar een ongewassen koffiezetapparaat.

Schouwburgplein. Ik struikel in de vroege avond met mijn volle balzak over de losliggende vloerroosters. Geilheid zit mij wijdbeens dwars. In de Albert Heijn op de Lijnbaan vul ik na lang dralen het karretje met enkele onsamenhangende producten maar kies gericht de wachtrij naar de lekkerste kassière uit.  Een gouden kettinkje hangt als een sonde diep in haar ronde, warme melkboezem. Ik kijk haar 0,8 seconden in de ogen en warme zalf vloeit troostend in mijn spijkerbroek. Ik noteer: denken gestopt tot de laatste golf van lauwe schaamte, mijn lust werkt mij tegen de grond, ik vlucht.

Havenziekenhuis. De avond is gevallen. Eerste hulp. Bij bewustzijn. Van de straat geraapt. Ik had niet moeten hardlopen met een knieblessure: 4×400 mg Ibuprofen vrij verkrijgbaar.
Wat maakt een verpleegster lekker? Het is het vermoeden van de geur van de blonde stoppelkut onder haar uniform. Met een handzaam trilapparaatje maakt zij in de koffiepauze uitsluitend zichzelf zoemend klaar. In opdracht een door haar geschreven briefje op de douchedeur geplakt:
“Heren, doe het rustig aan, het putje raakt er van verstopt”.
Ik lig in vol ornaat op bed met een zaadvlek in mijn broek. De verpleegster legt enkele seconden lang haar koele hand op mijn zak en vraagt: “Wat is er met U gebeurd, meneer?”
Ik antwoord: “Staande in zee bij Hoek van Holland loosde ik mijn zaad in een glazen fles die ik kurkte en richting Engeland wierp”. Ze loopt weg, grijpt haar tas met trilapparaatje en verdwijnt achter een gordijn. Ik hoor haar eerst zuchten, dan kreunen van verdriet. Ik begrijp het niet.

(c) 2015 luckymanbooks

Dit verhaal is eerder gepubliceerd op NBR Plaza.

Een gedachte over “Heren Doe het Rustig Aan”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *