De Penalty Killer

Voor de finale van de EWA schrijfmarathon 2017 schreef ik het verhaal ‘De Penalty Killer’ De opdracht was: ‘Schrijf een erotische´whodunnit´  van maximaal 2000 woorden.’ Dit verhaal behaalde de derde plaats in de finale en daarmee won ik de derde prijs in de laatste EWA schrijfmarathon. Ik ben erg blij met deze ereplaats!

De Penalty Killer

Een ervaren rechercheur weet altijd wie de waarheid spreekt: dat is de klok die aan de muur hangt in de koffiehoek. Elke maandag zette ik daarom om tien voor negen mijn eerste kartonnen bekertje van de week onder het mondstuk van de koffieautomaat. Een druk op de knop deed het oude apparaat ratelen met het geluid van koffiebonen die gemalen werden. Het bruine vocht stonk naar afwas en ik spoelde mijn dromen ermee weg.

De maandagochtend lag dan voor me, met administratie om te doen en voetbal om over te praten. Praten over al gespeelde wedstrijden was fijn. Dan verdween de stilte en maakte plaats voor een wegwerpjas van kameraadschap.
‘Drie penalty’s, allemaal gemist.’
‘Begrijp jij dat nou?’
‘Ik had nou nog maar vijf goed in de Toto.’
Voetbal interesseerde me verder geen bal. Mijn weekend vulde ik door te vissen in een stadsvijver vol drijvend wier en plastic. Op zaterdagavond ging ik relaxen bij Noy op de Dordtselaan. Ze was niet knap, maar wel heel aardig. ‘Leegmaken?´ vroeg ze elke keer aan het eind van de massage, met mijn dikke geslacht in haar kleine hand. Als ik er wat bijlegde, schoof ze haar lippen over mijn eikel en dan loosde ik alles in haar mond. Daarna sloot ze de salon af en ging ik leeg naar huis, net op tijd om de samenvattingen te zien en af te wachten wat de Lotto deed. Alles was al die jaren hetzelfde, alles was te overzien. Lotto, Toto, de mond van Noy en de kantoorkoffie als maandagse mondspoeling. Alles was in evenwicht tot om 09.13 eindelijk de melding kwam die alles zou veranderen.

De hele afdeling stond nog rond de koffieautomaat toen mijn stagiair Stef kwam aanrennen vanuit het trappenhuis. Na dertig jaar dienstverband bij de politie had ik het belangrijkste principe van het schakelbewijs geleerd: als iemand de trap neemt komt dat omdat die niet op de lift wil wachten. En als iemand niet op de lift wil wachten heeft die haast. En als iemand bij de politie haast heeft, is er iets gebeurd. Ik zette dus rustig mijn koffiebekertje neer.

‘Chef we hebben een stijve,’ hijgde Stef met uitpuilende ogen. Onmiddellijk stopten alle gesprekken. Een stijve was de geheime code op de afdeling Recherche als er een dode vrouw was gevonden en als je geluk had was die ook nog naakt. Het was daarom zaak zo snel mogelijk ter plaatse te geraken. Nu was het eigenlijk zonde dat Noy mij eergisteren al had ´leeggemaakt.´

Het lichaam lag in de kleedkamer van RVSV. Het was Lisette Zeegers, spits van Dames 1. Ze rustte op haar buik, gedrapeerd over een laag houten bankje in het midden van de kleedruimte, haar rechterbeen gestrekt, het linker nog wat opgetrokken. Lang blond haar hing voor haar gezicht en er lag een plasje bloed op de grond. Ik keek naar haar ronde witte billen. ‘De Penaltykiller´ stond er op geschreven met dik aangezette letters. Het leek een tattoo maar het was inkt van een viltstift. Ik liet mijn vingertoppen over haar rug naar beneden glijden, het lichaam was koud, ik voelde mijn stijve zwellen als in de hand van Noy. Terwijl de Technische Dienst bezig was, vroeg ik me af hoe lang mijn zaad zou kunnen blijven leven tussen de weefsels in haar dode schoot. Het was een vreemde gedachte. Ik wilde het aan de stagiair vragen maar Stef was nog steeds druk met foto’s nemen van Lisette. Ik zag dat hij een selfie bij haar lijk maakte.
‘Je mag haar zo niet posten Stef,’ zei ik. ‘Zelfs niet onherkenbaar gemaakt. Ook al maakt ze je nog zo geil.’
‘Daar doe ik het niet voor Chef. Ik probeer alleen de nieuwe camera even uit.’
‘Oh dan is het goed. Wil je zo ook wat koffie? Dan gaan we eens wat betrokkenen ondervragen in de kantine.’

Klassiek speurderswerk. Er zijn er niet zo veel meer die dat beheersen. Speurders zijn mensen die begrijpen dat de waarheid altijd ergens sluimert tussen taxichauffeurs en serveersters. Taxichauffeurs die weten waar je bent geweest en serveersters die zich herinneren wat je hebt gedronken. Die mensen zijn de moeite. Want waarom zou een man anders zijn tijd en geld besteden om naar een bar te gaan? De kunst is om die sluimerende waarheid te doen ontwaken. Stef had nog niet veel gevoel voor die dingen. Het verhoor van kantinejuffrouw Tineke liep daarom stroef.
‘Koffie graag.’
‘Ja goed.’
‘Waar is suiker?’
‘‘Suiker staat daar.’
‘Wie heeft Lisette vermoord?’

‘Ok, laat mij maar Stef.’

Tineke was een jaar of vijftig, blond en glossy op haar eigen manier. Ze droeg een gouden kettinkje dat de gerimpelde huid in haar hals benadrukte. Met een glimlach schonk ze een bekertje koffie voor me in en schoof het over de bar naar me toe. Pas toen het vlak voor mijn neus stond, liet ze het langzaam los.

‘Het is zijn schuld niet Tineke. Die jongen komt van de afdeling Formulieren. Daarom vraagt hij maar raak.’
‘En jij? Heb je een revolver of een pistool?’ vroeg ze. Ze legde een geringde hand op haar volle heup.
‘Het is een wapen,’ zei ik.
‘Goed. Jij weet alles van wapens maar ik weet alles van deze club. En ik zeg je: er klopt iets niet. Het is een bizar seizoen met rare uitslagen. Lisette kreeg elke wedstrijd penalty’s te nemen, soms wel drie per wedstrijd. Ze schoot ze er altijd in. Maar afgelopen zondag tegen GSAVV ging het fout.’
‘‘Wat ging er fout?’ vroeg ik. Miste ze?’
‘Ja, ze miste ze allemaal.’
‘Allemaal? Hoeveel waren het er dan?’
‘Zeven. Zeven penalty’s. Ik hoorde het van Marleen, de linksbuiten. Lisette schoot de zevende penalty zachtjes naar de keeper. Het rollertje kwam nauwelijks tot de doellijn. Toen de keeper de bal opraapte, zei de scheidsrechter dat ze te vroeg had bewogen en moest Lisette de penalty opnieuw nemen. De tweede keer schoot ze over. De scheidsrechter zei dat ook die moest worden overgenomen. ‘Overgenomen? Waarom?’
‘Omdat er nog niet gefloten was. De derde keer schoot ze naast. De supporters waren woest. Gisteren is ze op Twitter bedreigd.’ ‘Bedreigd? Door wie?’
‘Joop den Heyer. Zijn nick is deventer63’
‘Ik heb het al gevonden Chef,’ zei Stef. ‘Hier staat het:

‘Vieze vuile #LisetteZeegers ik neem een met prikkeldraad omwikkelde komkommer voor je mee #penaltyhoer.’

Denkwerk begint waar wartaal eindigt. Ik fronste mijn zware wenkbrauwen en begon te prakkizeren. Hadden de gemiste penaltys ermee te maken? Die zeven keer expres naast geschoten bal? Het sloeg allemaal nergens op. Ik kwam er zo niet uit.
‘Stef, roer godverdomme niet met je potlood in je koffie. Ik kan me zo niet concentreren.’
‘Ik zie de roerstaafjes niet Chef.’
‘Allemaal ellende jongen, er is ook geen koffiecreamer meer. Het is armoe op de club sinds we zijn opgekocht door die Parijzenaar.’

Soms, als een man het niet meer ziet. Als de gedachten in zijn radeloze hoofd rondspiralen als afwaswater in een afvoerputje, dan is het enige dat helpt een frisse blik opzij. Mijn blik dwaalde af van het potlood van Stef naar de dame in het midden van de kantine. Haar silhouet omhelsde de schaduw die zij op een witte pilaar wierp. Ze droeg een duur mantelpak met daaronder een lichtblauwe blouse. Aan haar slanke polsen rinkelden dunne gouden armbandjes. Haar knappe gezicht werd omlijst door halflang lichtblond haar en ze had een koude, blauwige glans in haar ogen. Deze informante verdiende het eens stevig aan de tand gevoeld te worden.
Ze stak een slappe, koele hand uit en legde die lui in die van mij. Haar nagels waren perfect gemanicuurd. ‘Ik ben Marleen, de linksbuiten van Dames 1.’ Ze kwam los van de pilaar en liep met trage heupbewegingen naar de bar. Ik voelde de leegmaakgreep van Noy klemmen in mijn broek.

‘Heb je wel eens gehoord van de penalty killer?’ vroeg ik.
‘Weet jij niks van voetbal? Een penalty killer is een keeper. Doelverdedigers zijn de moedigste spelers, de enigen die de hele wedstrijd met hun rug naar het publiek durven te staan.’  
‘Je liegt,’ zei ik. Er is geen moed nodig om iemand te doden. Alleen een motief. Soms zelfs dat niet eens. Het is zo gebeurd. Het is niks bijzonders. Iedereen is ertoe in staat.’

‘Het was dit seizoen begonnen,’ zei Marleen. ‘Inzetten op je eigen wedstrijd. Het mag natuurlijk niet maar we zaten allemaal krap. Het leek zo onschuldig. Je deed gewoon een extra pirouetje en dan leed je balverlies. Je trok een sprintje in de leegte in plaats van in de diepte. Niemand zou het zien, niemand zou het merken. Alleen Lisette wilde er niet aan mee doen. Ze begon de afspraken te saboteren en nu staat ze levenslang buitenspel.’
Als een mantra prevelde ze: de bal is hol, de bal is rond, de bal is bol en hobbelt verder langs de lijn. Hoe kan iets dat van binnen leeg is, zo hard aankomen?”

Dit was de doorbraak waar ik op gehoopt had. Marleen reed me in haar Audi naar een goedkoop motel om dieper op de zaak in te gaan. Terwijl ze onder de douche stond, gluurde ik door de Luxaflex naar buiten. Niemand te zien. Daarna ging ik op het groezelige bed zitten en zette de televisie aan. De trainer van Dames 1, Nol Koudijzer, werd geïnterviewd door een sportkanaal. Hij was een oude man met een witte snor en bakkebaarden.

‘Lisette was een elegante speelster. Ze draaide pirouettes als een turnster, de bal bleef altijd plakken aan haar voet. Ik genoot van haar kronkelende slaloms langs houterige verdedigsters. Ze was zo los in de heupen, zo lenig. Haar paardenstaart wapperde als een blonde vlag waarmee ze zei: ik ben je voorbij, wat een sukkeltje ben jij! Toen ik dat wist, begreep ik eh… wat ik zelf bedoelde.”

‘Wat een stom interview met die trainer vind je ook niet?’ Marleen stond met haar handdoek omgeslagen op de drempel van de douche. ‘Hij was verliefd op Lisette maar ze lachte hem uit. Ze noemde hem ‘Ouwe Nol.”
‘Hij klinkt niet verliefd, Marleen. Eerder geil. Ik zou wel eens op zijn harde schijf willen kijken.’
Marleen liet haar handdoek op de drempel vallen en ik zag dat zij een linksbuiten was waar de klasse vanaf droop. Ze vlijde zich tegen mij aan, ik voelde haar grote tepels tegen mijn borst drukken. Ik was een tepelman, dat wist ik zeker toen ze met een hand mijn vuurwapen begon door te laden. Ik doopte de loop zachtjes in haar rode roos. Haar lenige lichaam kronkelde onder mijn soepele bewegingen, ze ademde stotend in het ritme van de losse kogels in mijn zak. Met grote ogen verstijfde ze schokkend in mijn armen, alsof ik haar getaserd had. Pas toen drukte ik mijn lading in haar af.

We zwegen en staarden in de motelkamer naar de televisie, ieder in onze eigen roes. De Toto uitslagen werden voorgelezen.
‘Alweer maar vijf goed in de Toto,’ zei ik.
‘Je moet anders gaan inzetten,’ zei ze. ‘Op de benefietwedstrijd voor Lisette. Ik ga een-nul maken door een penalty in de 63e minuut. Daarna pak ik een rode kaart. Zet daar maar al je spaargeld op. De Parijzenaar betaalt altijd uit.’

Er zijn momenten in het leven van een man dat hij iets leert en nieuwe keuzes moet maken. Zo heb ik geleerd niet te vertrouwen op de wijzers van de klok, zeker niet in goedkope motels waar kamers per uur worden verhuurd. En ik heb geleerd geduld te hebben. De waarheid laat zich namelijk altijd vinden in de ogen van de dame waarmee je bent. Dat komt omdat waarheid net zo is als liefde: ze bestaat zolang je in haar gelooft.

Ik keek naar Marleen, ze sliep. Ik greep haar slanke polsen en boeide ze strak op haar rug. Ze verzette zich heftig toen ik met een viltstift De Penalty Killer op haar onderrug schreef en haar doodskreet in een kussen smoorde.
Rustig pakte ik de telefoon. ‘‘Stef, we hebben weer een stijve,’ hoorde ik mezelf zeggen.

(c) 2017 luckymanbooks

 

5 gedachten over “De Penalty Killer”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *