De Bruiloftsgast

“Ik heb nog nooit zoiets gezien, meneer”.

De keuringsarts van de KLM schudt haar hoofd en haar blonde krullen schudden mee. Ze heeft een velletje met laboratoriumuitslagen voor zich op het bureau liggen en tikt nadenkend met haar vingernagels op het tafelblad. Dan zucht ze even diep. “Het is heel vreemd. U bent nu kerngezond. Maar deze uitslagen wijzen erop dat U heel oude infecties heeft gehad. Vreemde besmettingen met zeldzame schimmels, bacteriën en virussen die horen bij ziektes die allang niet meer voorkomen. Ik vraag me af waar U die heeft opgelopen. Of misschien kan ik U beter vragen: wanneer?

Ja, wanneer?

Ik ga in gedachten terug naar dat moment, dat ene tijdloze moment dat eeuwig lijkt te duren. Het moment waar ik nog steeds in zit gevangen. Het moment waarin ik zit verstrikt. Terug naar die ene rimpeling in het weefsel van ruimte en tijd die, zoals alle memorabele momenten, op een dag begon bij het ontbijt.

-/\-

In de kleine eetzaal van het middenklasse hotel lag zeil op de vloer dat scheurend krulde aan de randen. Het was er vochtig en klam. Half bewust, half op de tast pakte ik twee harde broodjes uit de mand van het buffet en laadde ze op mijn bord. Ik pakte met een vorkje een plakje bleke kaas – Gouda – en een oranjekleurige die Cheddar heette. Ik tapte koffie uit een thermoskan en zocht een vrije plek om te ontbijten. Alle tafeltjes leken bezet en ik stond wat te dralen met het dienblad in mijn handen. Toen zag ik een lege stoel aan het tafeltje van een prachtige blonde vrouw. Haar blauwgroene ogen waren ferm op mijn kruis gericht. Ik liep naar haar toe en ging tegenover haar zitten.
“Zo, zeg je geen goedemorgen en ga je zomaar aan mijn tafeltje zitten?”
Ze keek me gemaakt afstandelijk aan.
O, een Nederlandse, dacht ik teleurgesteld. Die gaat mijn hele ontbijt volkletsen. De zoemende en brommende airconditioning blies ijskoude lucht om mijn voeten, terwijl boven tafel het zweet mij uitbrak. Het liep in straaltjes in mijn nek.
“En wat doe jij hier in Caïro?” vroeg ze.
“Ik ben gezagvoerder van een Boeing 737. We hebben een technisch probleem dat twee dagen kost om te verhelpen.”
Ik wauwelde nog even wat door over servomotoren en rudder trim maar merkte al vanaf het eerste woord dat zij helemaal niet naar mij luisterde. “Waarom heb je je uniform niet aan?” was eigenlijk haar enige reactie.

Zij vertelde me over haar promotie-onderzoek naar de Derde Dynastie. Al snel werd ik meer toehoorder dan gesprekspartner en had zij niet alleen het gesprek, maar ook mij overgenomen. Over zichzelf vertelde ze alleen dat ze Sophie heette.

Haar huid was zacht en ze had een donkere moedervlek in haar hals. Haar knappe, meisjesachtige gezicht met het spits toelopende neusje werd omlijst door steile blonde haren die half voor haar gezicht vielen. Ze was mysterieus, begerenswaardig, dichtbij en toch zo onbereikbaar. Het witte kraagje van haar blouse stond parmantig omhoog en contrasteerde spannend met de donkergrijze blazer die ze aanhad. Haar handen waren gaaf en haar halflange nagels waren transparant gelakt. Alles wat zij beetpakte, of het nu het bestek was of haar glas jus d´orange, leek zij eerst zachtjes te strelen.  Haar stem klonk half fluisterend, half sprekend en ze deed het daarmee tot in mijn voetzolen kriebelen. Ze maakte me hitsig in mijn kruis en licht in mijn hoofd. Ze had een keurig geil kraakje in haar keel dat verraadde dat zij uit een goed milieu kwam. En omdat niets ter wereld meer aantrekkingskracht bezit dan een onbereikbare vrouw, hing ik aan haar lippen.

“De moeder van Imhotep, Chredoe-anch, werd later tot halfgoddelijke status verheven. Zeg, luister je wel?”, zei ze.
“Kheredu-ankh?”, reageerde ik een beetje geschrokken, alsof ik op school werd overhoord.
Ze keek me taxerend aan.
“Ik ga vandaag naar het Serapeum in Saqqara.”, zei ik er daarom haastig overheen.
“Pas daar maar op”, zei ze uitdagend.
“Hoezo?”
Ze pauzeerde veelbetekenend. “Ik ben daar ook”, zei ze. “Daar werk ik. Ik heb het graf van Chredoe-anch gevonden.”
Ze keek me net zolang strak aan tot ze mij dwong haar blik te ontwijken. Waarschijnlijk probeerde ze zich voor te stellen hoe ik er uit zou zien in mijn uniform.
“Je kunt zo wel met me meerijden naar Saqqara hoor”, zei ze plotseling.
“Heb je dan een auto hier?” vroeg ik wat verbaasd.
“Nee hoor, maar ik heb een vriend die een goede taxichauffeur is.”
“O heb je een vriend?”
Ze verslikte zich lachend in haar lauwe koffie. “Ja hij is mijn vriend, grapjas. Maar dat betekent hier alleen maar dat je zaken met elkaar doet. Dat doen vrienden hier met elkaar!”

-/\-

Toen de taxi in Saqqara was aangekomen straalde de trappiramide van Djoser ons tegemoet in het felle zonlicht. Sophie had de hele rit geslapen met haar zonnebril op. Pas op het moment dat de taxi bij de ingang van het piramidecomplex stopte, werd ze wakker.
“Ik regel even een bezoekerspasje voor je”. Met die woorden liep ze naar een kantoortje in een witte airconditioned container naast de ticketbalie voor toeristen. Even later kwam ze terug met een pasje dat ze om mijn nek hing. Ze schikte het zorgvuldig, trok het kaartje nog even recht.
“Ik ben nog nooit bij een opgraving geweest, ik heb daar zo veel zin in!” zei ik enthousiast.
“Het is geen opgraving hoor.”
“O. Wat is het dan wel?”
Ze antwoordde niet en ik liep achter haar aan een steil smal trappetje af, de grond in.  Beneden begon een smalle onderaardse gang die was verlicht met TL lampen die om de vijf meter aan een dikke elektriciteitskabel hingen. Sophie liep energiek voor me uit. Toen we bij een heel steile afdaling kwamen, gleed ze voor me uit naar beneden. Ze draaide zich om en strekte haar hand naar me uit. Toen ik haar hand pakte, drukte ze haar nagels even in mijn handpalm. Het was een subtiele, vrouwelijke prikkel waarmee zij het tot onderin mijn balzak deed kriebelen.
Ik gleed naar beneden en viel half tegen haar aan, maar ze duwde me gelijk ook weer van zich af.  De gang werd steeds lager en we moesten steeds meer bukken. Ik voelde het gewicht van al die tonnen zware steenblokken bovenop mij drukken. De lage gang kwam uit in een kleine kamer van misschien vier bij vijf meter. Die was helemaal leeg op een open sarcofaag na, maar in het licht van de lampen waren een paar vage afbeeldingen op de wanden te zien. Ze zette haar groene rugtas op de grond en pakte er achtereenvolgens een paar latex handschoenen, een blaasbalgje en een klein kwastje uit. Ze bond een klein wit lampje om haar voorhoofd en boog zich voorzichtig over de vage contouren van de schildering. Eerst veegde ze met het kwastje wat dik gruis uit de groeven in de muur. Daarna pakte ze het blaaskwastje en blies daarmee het fijne stof weg. Pfft…pfft…pfft deed het balgje. Het stof viel licht ruisend op de grond.  Sophie was een en al aandacht voor de tekening. Ik had echter meer oog voor Sophie dan voor de afbeelding. In mijn fantasie streelde ze mij namelijk met het kwastje over mijn ballen en plaagde zelfs het puntje van mijn eikel ermee.

“Kijk nou toch eens,” fluisterde ze hees en liefdevol. Ze deed een stapje achteruit en glimlachte. Ik keek met haar mee, maar wat ik daar op de muur zag, had ik nooit verwacht en zeker niet hier.
“Jezus!” riep ik uit.
“Begrijp je nu waarom ik archeologie opwindend vind?”
Het plaatje dat ik zag stelde een man met een jakhalzenmasker voor die een vrouw achterom op zijn hondjes aan het neuken was.  De vrouw droeg een zwarte pruik.
“Hoe komt dit nou hier?”, vroeg ik verbaasd.
“Dit? Dit is vierduizend jaar oude graffiti van de bouwers van dit graf. Er staat ook iets bij.” Ze las mij de hiërogliefen voor: “Ik omspan de Aarde en de Hemel en alles daartussen ben Ik.”
“Dat lijkt wel een Bijbeltekst!” riep ik uit. Ze sloeg dubbel van het lachen.  
“Nee die hebben we nog niet gehad,” schaterde ze. “Bijbeltekst!”  Ik stond er wat beteuterd bij.
“Jij hebt toch vast wel eens een vriendin gehad, of niet?”
“Nou ja… hoezo?”
“Dit standje noemden ze zo! Hij houdt haar bij de kont vast, dat is Aarde en haar vagina is Hemel. Ik omspan Aarde en Hemel, haar voor en achterkant, en alles daartussen is van hem totdat hij zijn zaad in haar heeft geloosd. Want daarna moest hij natuurlijk gewoon weer ophoepelen naar zijn werk.” Ze had tranen in haar ogen van het lachen.
“Op zijn hondjes?”
“Precies! Hier komt de uitdrukking op zijn hondjes vandaan zoals wij dat noemen tegenwoordig! Maar hij hier -ze wees op de tekening- heeft een jakhalzenmasker. Jakhals, geen hond! Hij is Anubis, de zoon van Osiris, de geliefde van Isis. Dat had je gewoon in elke reisgids kunnen lezen hoor,” zei ze verwijtend. “Bijbeltekst, tssss! Niks daarvan. Dit is pure proto porno!”
Ik bekeek de afbeelding nog eens goed. De vrouw had grote ogen die met zwarte eyeliner waren aangezet. Van de man waren de rode ballen zichtbaar en een heel klein deel van de stam van zijn penis. Het jakhalzenmasker had een oogje genietend dichtgeknepen.
Sophie stond vlak bij me. Ze pakte mijn hand en trok me voorzichtig mee naar de open sarcofaag. In die stenen tombe lag een dode vrouw. “Kijk, zie je? Dit is Chredou-Anch. Is ze niet prachtig? Ik heb een heel speciale band met haar”, voegde ze er aan toe.
Ik keek in het verwrongen, zwartgeblakerde gelaat van Chredou-Anch. Haar lichaam was dor en verdroogd. De pezen van haar benen zagen er uit als boomwortels. Haar hoofdhaar was rossig en vlassig. Haar mond stond open, ze miste de voortanden en haar neus was kapot.
“Hoe oud is ze geworden? vroeg ik.
“Vierduizend jaar” prevelde Sophie afwezig.
“Nee, ik bedoel hoe oud was ze toen ze stierf?”
“Wat? Oh. Toen ze stierf? Ze is n… 28 jaar.”
“Ze ziet er wel wat ouder uit”.
“Zij ziet er zo uit door het gebruik van natronloog gedurende de mummificering. Iemand als jij moet toch beter weten! Jij denkt alleen met je ballen en met het snot in je hersens!  Denk eens met je hart! Durf dat nu eens!”

Op dit moment ging het licht uit. Ik was erg geschrokken van de reactie van Sophie, maar bleef rustig staan. Het licht zou zo wel weer aan gaan. Of anders zou zij wel weten wat we zouden moeten doen. Het bleef echter heel stil. Ik hoorde mijn eigen hart kloppen en mijn ademhaling klonk zwaar en onrustig.
“Het spijt me, ik wil je graag mijn excuses maken”, zei ik.

“Sophie?”

Omdat Sophie het verdomde om mij antwoord te geven werd ik kwaad. Ik zat onder de grond in een stikdonkere ruimte met een vierduizend jaar oude koningin en een boze archeologe die – verdomme! – verschrikkelijk eigenwijs was. Ja eigenlijk was het allemaal haar schuld. Een stampvoetend klein meisje was ze. Het was gewoon een grapje geweest. Meer niet!

“Sophie?”

Langzaam schuifelde ik langs de muur, op zoek naar de uitgang, die mij weer naar het gangetje en uiteindelijk naar buiten zou moeten leiden. Maar het enige dat ik voelde was de droge, ruwe muur. Ik kon de opening niet meer vinden. En Sophie reageerde niet. Was zij er eigenlijk nog wel? Wacht! De lampen aan de muur, bovenin. Ik hoefde alleen maar de elektriciteitskabel te volgen en dan zou ik zo naar buiten kunnen schuifelen. Ik strekte mijn armen en met mijn handen ging ik zoekend en tastend langs de muur. Maar hoe ik ook tastte en voelde, ik vond geen kabels of lampen. Uiteindelijk moest ik op de grond gaan zitten. Ik had geen keus meer. Ik kon zelf niets meer doen. Het enig wat overbleef was: wachten tot er iets gebeurt. Dat is het ergste wat een gezagvoerder kan overkomen.

In stilte en in duisternis duurt een minuut net zo lang als een uur en een uur is als een dag. Ik had dus geen idee hoe lang ik daar gezeten had, maar ineens hoorde ik iets. Het klonk als een ruisend, ritselend geluid vlakbij.

“Sophie? Ben je oké?”, riep ik.
Er naderden schuifelende voeten over de hobbelige grond.
“Sophie?”

Ik dacht aan Sophie, aan haar blonde haar, de borsten die op en neer gingen bij elke ademhaling, haar verzorgde nagels en het keurige kraakje in haar stem. Ik voelde weer haar nagels in mijn handpalm prikken net als daarnet toen ze me hielp bij de afdaling. Ik stond onder een zinderende seksuele spanning. Met andere woorden: ik had een erectie zoals ik nog nooit eerder had gehad. Een zware, massieve, erectie die mij gek maakte van geilheid en verwachting.

“Sophie alsjeblieft! Sophie! Ik houd van je. Daarom deed ik zo tegen je.”

Zij antwoordde niet, maar drukte zich hard tegen mij aan en er stroomde een machteloos verlangen door mij heen.  Zij worstelde met me en dwong mij tegen de grond. Maar in plaats van het volle, vrouwelijke lichaam van Sophie waren het droge pezige benen die mij vastklemden als boomwortels, ik hoorde haar holle ademhaling suizen in haar open borst, voelde het stof van eeuwen op me vallen, dun vlassig haar kriebelde in mijn gezicht. Haar handen drukten mijn keel dicht en ik voelde haar verkalkte nagels teder strelend langs mijn lippen gaan. Zij ademde zuchtend toonloze woorden in mijn oor. Een droge opening hechtte zich aan mijn mond en zoog mijn tong naar binnen. Zij scheurde mijn broek open en mijn erectie baande zich zelfstandig een weg naar de ruimte tussen haar brosse dijen. Daar doorboorde ik haar, zonder het zelf te willen, met mijn zware kronkelende lid. Met afgrijzen voelde ik hoe geil het was dat zij daarbinnen warm en levend, vochtig en vruchtbaar was gebleven. Zij bereed mij, maar hoe lang mijn God? Ik kan het niet meer zeggen. Minuten zijn uren zijn dagen zijn jaren in de duisternis van een graf maar zij greep mij en zoog mij in zich op. Haar lust trok mij helemaal leeg tot het moment dat ik mijn levende dikke zaadslierten moest prijsgeven aan haar oneindigheid. Diep vanuit haar onderlichaam klonk haar orgasme als in een koor van duizenden vreemde, schrille vrouwenstemmen die allemaal tegelijk hun hoogtepunt naar de sterren krijsten.

Gillend werd ik wakker in het middenklasse hotel. De airco was uitgevallen en de kamer was bloedheet. Hoe laat was het? Ik keek op mijn telefoon. Kwart over negen? Snel ontbijten voordat ze het ontbijtbuffet om half tien afruimen! Pas toen ik onder de douche stond merkte ik dat ik nog steeds een massieve, dikke erectie had die het toompje van mijn voorhuid pijnlijk strak trok. Ik masturbeerde onder de douche en een regen van vers sperma kletterde tegen de glazen schuifdeur van de douchecabine. Ik keek toe hoe mijn zaad langzaam naar beneden droop.

Toen ik even later in de eetzaal van het hotel twee broodjes, twee plakjes kaas en een kop koffie pakte, zag ik een mooie blonde vrouw goedkeurend naar de zwelling in mijn broek kijken. Ze glimlachte. En hoewel er lege tafeltjes genoeg waren, schoof ik bij haar aan. Het zou ontzettend raar zijn om een gesprek te beginnen met: “Ik heb vannacht van je gedroomd”, dus dat deed ik niet. Dat deed zij.

“Jij hebt vannacht gedroomd hè”
“Ja, van de opgraving, jij was met mij bij het….

Ze legde haar hand op mijn mond en keek me intens aan met haar blauwgroene ogen. Sommige ogen hebben een grote, helder gekleurde iris. Maar er zijn ook ogen met donkere pupillen, ogen die alles zien. Sophie´s ogen zagen mij zoals ik was, zoals ik was geweest en zoals ik zou zijn.

“Het is geen opgraving, heb je dat nou nog steeds niet begrepen?”
“Wat is het dan wel? Wat dan? Wat is er gebeurd?”
“Laten we naar Saqqara gaan. Daar zul je het wel begrijpen.” Ze keek me even hoofdschuddend aan. “Maar trek in godsnaam eerst je uniform aan. Zo kun je niet naar haar toe”

-/\-

Het was bloedheet. Terwijl we afdaalden in het nauwe gangetje dacht ik: In de diepte van het graf kan geen lust bestaan. In de stilte van de dood klinken geen stemmen en hoewel het riet nog elke dag ruist aan de oevers van de rivier, is mijn herinnering daaraan, samen met mij verdwenen… Ik ben zelf een herinnering geworden in de levens van anderen…

Sophie stapte voor mij de grafkamer van Chredoe-anch binnen. Die kamer zag er nog precies zo uit als gisteren. Of in elk geval nog precies zoals in mijn droom van afgelopen nacht.

“Kijk hier”, zei Sophie.  Ze liep recht op de sarcofaag af en zei: “leeg”.
“Leeg?”
“Hij is altijd leeg geweest. We hebben haar lichaam nooit gevonden. Alleen de sarcofaag.”
“Maar gisteren…”
“We hebben haar niet gevonden want we hebben haar niet gezocht. Ze wilde niet gevonden worden.”

Sophie keek me smekend aan. Ik zag hoe mooi ze was, hoe gewelfd haar rondingen, hoe strak haar huid om die welvingen spande. Ik keek toe hoe ze met haar slanke vingers haar bloesje open knoopte. Haar borsten glommen wit in het licht van de tl verlichting. Ik nam haar in mijn armen, kuste haar borsten en zoog aan haar tepels. Er liep melk uit en ik dronk er proevend een paar druppeltjes van. Verbaasd keek ik haar aan. “Kleed je uit”, zei ze. “Het is oké. Niemand komt je hier zoeken als je niet gevonden wilt worden”.
Ze klom in de sarcofaag en ik stapte achter haar aan. Zij keek weg en liet zich met gesloten ogen door mijn zware geslacht penetreren. Nooit had ik zo’n sterke aandrang gevoeld, nog nooit was het – letterlijk – zo’n kwestie van neuken op leven en dood geweest. Ik genoot van het leven dat ik voelde, van haar verbaasd opengesperde ogen die steeds maar vroegen om meer, om meer en om nog meer. En meer had ik, want ik was niet te vermoeien. Mijn billen dreven mijn voortdurend harde pik in haar lichaam. Zij trilde daaromheen, in een wilde, schijnbaar eindeloze dans, tot ik uiteindelijk mijn zaad met heftige, knikkende bewegingen vanuit mijn onderlichaam in haar warme opening perste.

“Ik wil nog. Ik wil meer”, hijgde ze met opengesperde ogen. “Geef me meer”.

Opnieuw drong ik me bij haar naar binnen. Het was alsof mijn lid een eigen leven leidde, ik hoefde alleen mijn erectie maar te volgen. Ik neukte haar moeiteloos en de orgasmes volgden elkaar in haar onderlichaam op als draaiende wervels van duizelig makende lust, een lust die als een onstilbare honger naar het leven zelf was. Ze zette haar nagels in mijn vlees en schreeuwde in mijn oor:

“Meer! Ik wil meer! Ik wil meer!!

Ik gaf haar meer en aan het einde lag ik stil en hield haar in mijn armen. Ze keek me aan met die grote blauwgroene ogen. Ze glimlachte gelukkig en kuste mij op de mond.

“Weet je, gisteren hier, was ik bang”, zei ik.
“Het was een droom”, zei Sophie.
“Het gevoel dat ik voor je heb is wel echt hoor”, lachte ik,  maar ze keek ernstig en lachte niet naar me terug.

Ik voelde hoe haar grip verzwakte, hoe zij als zand tussen mijn vingers doorglipte. Hoe harder ik probeerde haar vast te houden, hoe losser zij werd. Zij fluisterde in mijn oor: “Chredou-Anch vindt het fijn dat je op haar bruiloft bent gekomen.”
“Sophie wacht! Wacht! Wie van jullie tweeën is Chredoe-anch? Zij of jij? “
“Geen van ons beiden. De echte Chredou-Anch droomt in het hart van haar geliefde. In jouw hart! Geniet van het leven en haar eeuwige liefde, lieve Osiris!”

-/\-

“A little rudder trim to the left sir.”
“What´s that?, mompel ik afwezig. “What´s that?”
“I think you need a little rudder trim to the left, sir.”
“Whatever you want”, verzucht ik tegen de First Officer.
“Why don´t you take a short rest sir? I have engaged the autopilot.”
“Allright. As long as I do not get any more nightmares about that three star hotel in Cairo.”
Ik kijk zwijgend naar buiten door de kleine raampjes van de cockpit. Terwijl het woestijnlandschap onder mij voorbijtrekt, denk ik: “De horizon gloeit rood van de hitte van de aanstormende zon. Ik omspan de Aarde en de Hemel en alles daartussen ben Ik.” Ik maak mijn gordel los en ga naar achteren om een dutje te doen. Ik trek mijn uniformjasje uit en ga liggen.

Ik word wakker in mijn kamer in het middenklasse hotel in Caïro en kijk op mijn horloge. Het is kwart over negen en ik stap onder de douche. Als ik daarmee klaar ben, trek ik een spijkerbroek en een wit overhemd aan maar net als ik de kamer wil verlaten realiseer ik me dat ik vandaag mijn uniform had moeten aantrekken. Dat kost me extra tijd en het is al half tien geweest als ik de ontbijtzaal binnen struikel.  Ik ben te laat om nog te kunnen eten. Het hotelpersoneel heeft het ontbijtbuffet al weggehaald. Mijn blik gaat hoopvol naar het tafeltje waar Sophie altijd zat.

Een serveerster komt op een holletje naar me toe.

“Meneer, van de Lady die altijd aan deze tafel zat moest ik U dit geven. Ze is net weggegaan”. Ze geeft me een ingepakt pakje. Ik loop er mee naar mijn kamer en maak het open. Er zit een hard broodje kaas in. En een briefje.

Het briefje zegt:

“Een dag vol grote daden begint altijd met een goed ontbijt.”

Liefs, Sophie

2 gedachten over “De Bruiloftsgast”

  1. Prachtig verhaal (protoporno ;), de ‘wraak van de mummy’ in een eigentijds en erotisch jasje. Howard Carter zou willen dat hij het had meegemaakt. Juweeltjes van zinnen (‘Alles wat zij beetpakte, of het nu het bestek was of haar glas jus d´orange, leek zij eerst zachtjes te strelen’). Historisch/egyptologisch spot-on. Imhotep was overigens een vermaard heelmeester, ik neem aan dat de opening bij de arts geen toeval is. Chapeau, wederom!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *