Cocktailbar Terminus

“Het ijsblokje brandt niet meer Jessica.”

De neon verlichting in de hoek van de bar is voor de zoveelste keer gaan knipperen. Het gele Martiniglas flikkert, de rode kers knettert en het gekronkelde groene rietje vonkt. Het blauwe licht van het ijsblokje in het glas is zelfs helemaal uitgevallen. Vijftien jaar geleden heb ik die neonreclame laten maken. In die tijd wilde ik nog een mooie zaak. Een klassieke cocktailbar. Een nette tent voor een verfijnd publiek. Een plek waar zakenlui, kunstenaars, journalisten, misschien zelfs mensen van de tv graag zouden komen.

“Jessica, als je dadelijk het keukentje schoonmaakt, vergeet je dan niet de natte kant voor me te soppen?”

“Die kende ik nog niet Gerard, moet ik even voor je lachen? Ben je dan weer even blij?”

Een mooie zaak had het moeten worden. Met lachende gasten, reviews in glossy bladen en een plekje in de harten van de mensen in dit kleine stadje. Een zaak voor de intellectuelen.

“Eikel,” klinkt het nu gedempt vanuit het keukentje.

Ik kijk op mijn horloge. Het is bijna half twee. Nu moet ik nog de laatste gast weg zien te krijgen, die man in de roze merkpolo. Die vent komt elke maand en blijft dan altijd zo godvergeten lang zitten.   De foeilelijke kleur van die pinkpolo heeft vieze vlekken op mijn netvlies gemaakt. Die krijg ik er nooit meer uit.

“Barman,” zegt hij. “Ober of hoe je ook…”

“Je kunt niks meer bestellen,” zeg ik kort. We zijn aan het opruimen. We gaan dicht. Je mag je drankje nog opdrinken en dan moet je weg.”

Ik stap vanachter de bar vandaan en begin stoelen op tafels te zetten.

“Dat meisje achter de bar…” begint hij.

Ik zwaai een zware stoel hoog boven mijn hoofd en plant hem met een dreun op zijn tafeltje.

“Ik kom hier af en toe om naar haar te kijken,” vervolgt hij. “Ze doet me denken aan iemand die ik een tijd geleden heb ontmoet. Een vrouw.”

Ik denk: ben je een creep, een stalker of een psychopaat? Het is soms moeilijk kiezen. Mensen zijn vaak zo ondoorgrondelijk.

“Luister eens,”zeg ik daarom nadrukkelijk. “Jessica serveert alleen maar.  Als je iets anders zoekt ben je in mijn zaak aan het verkeerde adres.”

“Vliegt ze wel eens?” dringt hij aan.

“Ja op een bezem. Drink nou maar je drankje op. We zijn gesloten meneer.”

“Humor,”  zegt hij. “Humor is een sterke eigenschap. Moet je hebben. Dan kun je het heel lang volhouden.” 

Zijn aanstormende anekdote is niet te stoppen. Hij is als een geschudde Fantafles. De anekdote bruist in zijn hoofd en schuimt in zijn bloed. De druk onder zijn plastic dop is te hoog opgelopen. De anekdote zal en moet eruit. Maar ik wil hem niet horen. Vijf van zulke klanten per avond vertellen bij elkaar meer dan vijftienhonderd anekdotes per jaar. Vroeger zou ik op een moment als dit de asbakken zijn gaan legen, maar die heb ik een paar jaar geleden uit de zaak weg moeten halen.

“Ik zag haar in het vliegtuig uit Stockholm. Ik zat economy klasse. Weet je wel. Goedkope tickets. Deep Vein Trombosis? Ooit van gehoord?”

“Geen idee wat dat is. Belletjes in het bloed misschien?” Ik draai de dop op zijn Fantafles zo hard mogelijk dicht.

Ik ben gesloten man. Ik wilde een mooie zaak. En in plaats daarvan zit ik naar monomane losers zoals jij te luisteren. Elke avond opnieuw. Wat een hel.

“Het duurde lang voordat het vliegtuig zou vertrekken. De gordijntjes van de eerste klasse waren dicht. Ik was speciaal helemaal achterin gaan zitten, dichtbij de wc. Je vraagt je zeker af waarom?”

“Ja, ik kan niet wachten om dat te horen.”

“Het vliegtuig is zo´n beetje de enige plek waar mannen en vrouwen dezelfde wc gebruiken.”

Gelul. In de trein ook. Of als je bij iemand op bezoek bent. Bij Saudi Airlines weer niet. Doe je huiswerk voordat je in mijn zaak je mond opentrekt.

“Het is dan gewoon een kwestie van wachten tot er een mooie meid naar de wc moet. Altijd prijs in de vlucht vanuit Stockholm. En ik had die dag geluk.”

“Geluk?”

“Ja, soms moet je geluk hebben. Toen we in de lucht waren. Gelijk toen de lampjes stoelriemen vast uitgingen. Toen stond ze op en liep naar achteren.  O man wat een lekker ding. Net die serveerster van jou. Ze had een donkerblauw corduroy jasje aan met daaronder een witte coltrui, classy hoor. En een hele dure spijkerbroek. Niet zo´n vod van geverfd katoen wat jij aanhebt.”

Ja, dat soort mensen. Dat soort mensen had ik in mijn bar gewild . Jonge dames en jonge heren van stand. Heren die de dames de hele avond vrijhielden en hen daarna in ruil daarvoor bereden, met hun paardrijdlaarzen nog aan. Dure jongedames, zonder nepnagels.

“Ze had een klein tasje in haar hand, dus ik wist genoeg. Weet je trouwens dat classy dames nooit nepnagels hebben? Ze droeg geen ringen maar had een gouden kettinkje om haar hals. Goud man. Echt goud, niet van dat vergulde ijzer. Ik snakte ernaar om haar stem te horen. Toen ze de deur van de wc achter zich sloot probeerde ik te horen wat ze daar deed. Een geluid op te vangen. Een zucht. Een kreun. Ik hoorde natuurlijk niks.”

Nee je hoorde niks want je bent oostindisch doof. Ik heb je al twintig keer gezegd op te hoepelen. De bar is dicht en ik ben zelf ook gesloten.

“Jessica, doe je de sinaasappelpers nog? Help je me zo nog even met die flessen?  Ik kan niet goed meer bukken.”

“Ja Gerard, dat is goed. Kun je even hier komen?”

Ik loop naar de voordeur waar Jessica bezig is de stinkende vuilniszak vol uitgeperst sinaasappelafval  weg te zetten. De man in de polo blijft achter in de pauzestand.

“Wat is er Jess. Kan ik iets voor je doen?”

“Ik heb net de schillen in de zak gedaan Gerard. Breng je me zo weg als ik met alles klaar ben? Ik kan niet meer, ik ben gewoon op. Ik ben gisteren ook nog ongesteld geworden.”

“Tuurlijk Jes. Geen probleem hoor. Ik ben zo klaar. Eerst die roze polo eruit werken.”

Jezus Jessica. Je bent drie en twintig. Hoe kun je nou al op zijn? Ik ben negenenveertig. Ik doe dit al dertig jaar. Als er iemand recht heeft om op te zijn ben ik het wel. Mijn motto is: als je op bent ga je nog even door. Ik wilde alleen maar een mooie zaak. Met kunst aan de muur en reviews in de krant. Wat is daar mis mee? Ik weet eigenlijk niks van je, Jessica. Waarom praat je nooit met me? Waarom zeg je nooit iets? Waarom kijk je niet naar mij zoals ik naar jou? 

“Meneer, wilt U afrekenen? zeg ik. “De bar is gesloten en de kas gaat dicht.”

De cocktail staat onaangeroerd op zijn tafeltje. Hij zit op de enige stoel die ik nog niet op de tafel heb gezet, de andere drie omsingelen hem alsof ze willen zeggen: ga weg, rot hier op, wij zijn net zo moe van jou als jij van jezelf. Ook een stoel heeft zijn rust nodig. Ook een tafel wil slapen in stilte. Ook een bar moet tegen beter weten in dromen van betere tijden tot zij weer opengaat.

“Ik ben nog niet klaar met mijn verhaal hoor.  Ik maakte mijn stoelriem los en liep naar achteren. Ik denk niet dat het iemand was opgevallen maar ik moest snel zijn om te voorkomen dat andere mannen mij voor zouden zijn. De stewardessen waren net begonnen met het uitdelen van de broodjes, dus ik moest nog heel lastig langs het karretje in het gangpad schuifelen. Dat viel op en ik moet er een knalrood hoofd van hebben gekregen.”

“Kom op. Drink je drankje op. We moeten dicht. Vergunning van de gemeente.  Sluitingstijdenbesluit. Neem het anders mee naar buiten, dan schenk ik het voor je over in een bekertje.”

“Wacht, het wordt nog veel beter. Ik ging die wc binnen op zoek naar sporen.”

“Sporen?” laat ik me ontvallen. Geschrokken sla ik mijn hand voor mijn mond.  De dop van de Fantafles is los. De anekdote bruist en schuimt en spuit eruit. Er is geen houden meer aan.

“Sporen ja. Van haar. Dat zei ik je toch? Ik ga je nu iets heel belang… iets heel persoonlijks vertellen. Iets dat nog nooit iemand heeft gehoord.”

Ja daar ben ik voor. Bier tappen in mijn cocktailbar en luisteren naar jouw gestoorde gelal.

“Ik begon haar tampon te zoeken in de prullenbak. Ik stak eerst voorzichtig mijn hand erin, maar dat ding lag op de bodem en zo kon ik er niet bij. Maar ik was er zo dichtbij, ik kon hem ook niet laten liggen. Ik tastte steeds dieper, mijn hele hand ging erin, toen ook mijn pols en uiteindelijk zelfs een stuk van mijn onderarm.”

“En?¨

“En toen zat ik dus vast in de prullenbak,” zei hij.  “Met de tampon van die Zweedse studente in mijn vingers. Dat wel natuurlijk.”

“En toen? En toen?” hijg ik.

“Toen moest ik uiteindelijk hulp inroepen. Ze hebben de deur geforceerd en me uit de prullenbak bevrijd. Dat viel niet mee, want er was weliswaar een monteur aan boord, maar die had zijn gereedschap niet bij zich. Dat had hij in moeten checken in verband met de veiligheid aan boord.”

“Wat heb je gezegd? Vroegen ze niet waarom je het had gedaan?”

“Ja hoor. Ik zei dat ik een tissue zocht. Dat geloofden ze niet. Ik ben toen meegenomen door de marechaussee. Maar al die tijd heb ik wel haar tampon vastgehouden.”

“Waarom vertel je me dit eigenlijk? Wat heb ik eraan? Wat moet ik ermee? ”

“Omdat jij wilt sluiten en ik zo nog wat ga bestellen.”

“Bestellen? Ik zei toch dat de bar gesloten was? En de kas dicht?

“Klopt. Alles van jou hier is dicht. ”

“Dus?”

Hij staat op en lijkt eerst naar de uitgang te lopen, Maar dat doet hij niet. Hij loopt naar de bar. Ik zie dat hij er een envelop op legt en die naar Jessica toeschuift. “Jessica, heb je weer zo’n Bloody Mary Special voor me?” vraagt hij. Ze glimlacht stil en knikt begrijpend. Ze laat de envelop in haar handtas glijden. Dan pakt ze een cocktailglas en loopt er discreet mee naar de dames wc.

Ik wilde een mooie zaak. Een ontmoetingsplek voor kunstenaars, advocaten en intellectuelen. Een plek waar zakenlui zich stijlvol konden ontspannen. Een cocktailbar waar geen bier werd geschonken. Mooi ingericht met een neon Martiniglas, een neon rietje, een rode kers en een blauw ijsblokje. Maar het ijsblokje is op een dag gaan knipperen en nu is het definitief uitgegaan. Ik weet nog de dag, vier jaar geleden dat ik Jessica aannam. Ik herinner me nog goed hoe ze in het begin soms naar me lachte. Wanneer heeft ze dat voor het laatst gedaan? Ik wou dat ik dat nog wist.

Herinner je je dan altijd alleen maar het begin en nooit het einde van de mooiste dingen? 

-/\-

Dit verhaal is mijn bijdrage voor Thewa #12 van EWA Nederland. De prompt voor de maand juni was: “Een dronken man zit naast je in een bar en denkt dat je zijn vriend bent. Hij biecht “de waarheid”op. Schrijf over wat “de waarheid” is. 

(c) luckymanbooks 2016

thewa200

2 gedachten over “Cocktailbar Terminus”

  1. Ik keek toch al nooit uit naar een Bloody Mary, maar sluit me nu bij Antoinette aan dat àls ik er een keer naar zal kijken, dat nooit meer zo onbevangen zal zijn als voorheen. 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *