Vonnis en Detentie

Kalm en geconcentreerd haalt de politieagente haar opschrijfboekje tevoorschijn. Dan pakt zij een potlood uit haar witte blouse. Zij schrijft zorgvuldig, Met aandacht. Laagje voor laagje schuiven de grafietmoleculen van de donkergrijze stift en hechten zich op het papier van het bloknootje. Haar vingers strelen het potlood en het potlood kust het papier. Het schrijven maakt een rustgevend kalm geluid, als het schrapen van een schildersmes over een wit canvas. Als het klikkende geluid van biljartballen, het spinnen van een kat. Ik weet waar de kalmte van het moment vandaan komt. Want zo schept zij orde in de chaos van feiten. Zij schrijft mijn naam op. Zo word ik als het ware geboren in haar boekje. Even is het stil in de uitgestrektheid van de kosmos. Zij houdt het potlood bedachtzaam tegen haar lippen, schrijft nog een enkel woord. Mijn gedachten dwalen af.

Stoere vrouwen dragen een uniform maar alleen Godinnen schrijven met grafiet. Het Egyptische Dodenboek zegt daarover: “Wiens naam is opgeschreven, diens naam zal onthouden worden. Wiens naam onthouden blijft, diens naam zal gesproken worden. Wiens naam gesproken wordt, die leeft. Wiens naam is opgeschreven, leeft daarom eeuwig. De Nijlgodin blijft onbewogen, terwijl Zij elke dag telkens ander water tussen Haar gespreide oevers laat vloeien. De Nijl is daarom niet het water en ook het water zonder Haar oevers is niet de Nijl.” 

Daarom schrijven Godinnen als zij bij voorkeur met potlood. Want wie met potlood schrijft heeft het vermogen om dat wat geschreven is uit te gummen, te wissen, het verleden alsnog te veranderen. Wie het verleden kan veranderen bepaalt wiens naam wordt opgeschreven, wiens naam alsnog zal worden gewist, wiens naam zal worden onthouden, wiens naam gesproken zal worden en wie daarom eeuwig zal leven.

Ik lig in mijn cel, te dromen van de kracht van zoveel vrouwelijke autoriteit. Want niets kan op tegen de macht van het uniform. Het uniform maakt dat de kracht van een agente verveelvoudigd is. Zij is niet langer één vrouw. Zij is er een van duizenden. Zij heeft, zij is een blonde paardenstaart. Zij is de Meesteres van de zwarte stalen handboeien, Zij strijkt haar witte kraagje stijf om mij te laten voelen hoe verkreukeld ik ben. Hoe laag, hoe weinig waard vergeleken bij haar.

Zij komt binnen in mijn cel. Ik lig op de grond, mijn handen op mijn rug geboeid. Zij drinkt uit een flesje sinaasappelsap. “ Wil jij ook een slok?”, vraagt ze ineens. Zij heeft een blonde paardenstaart die tussen Haar schouders kriebelend beweegt. Het kriebelt aan mijn ogen, het kriebelt in mijn zachte broek, het kriebelt in mijn ziel. Ik schrik van haar vraag. Wat zou zij in haar schild voeren? Ik zie dat zij mooie handen heeft en verzorgde nagels. Ze houdt het flesje er mee vast. “Ja” , ik wil wel een slokje”, zeg ik met een onwennige stem. Is het mijn stem wel? Haar gordel hangt laag op haar brede heupen. De handboeien steken uit het tasje. Ze heeft geen vuurwapen bij zich. Wel een wapenstok en een grote sleutelbos. “ Hier, drink maar”. Zij helpt mij een beetje overeind en ondersteunt mijn hoofd als ik drink. Ik heb dorst. “ Zal ik zo nog wat voor je halen?” Ik kan het niet geloven. “ Maar dan moet je wel iets voor me doen” .

Ik krijg geen kans om antwoord te geven. Haar gezicht is al dichtbij me. Ik ruik haar. Ik voel haar mond op de mijne, ik voel het uniform, de paardenstaart, de epauletten en voel haar tong bij mij naar binnen gaan. Ze drukt haar blauwe broek tegen mijn kruis. Ze ritst met haar frisse hand mijn gulp open en trekt mijn broek naar beneden. Ik lig geboeid op de grond, naakt. De blonde politieagente wil mij gaan pijpen. Haar macht over mij heeft Haar lust doen ontbranden. Ik voel haar lippen voorzichtig over mijn strakgespannen zak glijden. Haar mond omsluit het topje van mijn eikel en dan, na wat een aarzeling lijkt, dan voel ik de warmte van haar pepermunt mond overal. Mijn eikel zwelt en ik voel: koud, zacht, warme plekjes, kleine kusjes, tintelprikjes rollen over het topje van mijn lul. Het voelt alsof zij binnenin mijn pisbuis likt. Misschien is dat zelfs wel zo. Ik kijk haar aan, de paardenstaart valt voorover en bekriebelt mijn buik. Ik wil haar borsten voelen maar ben geboeid. Ik kan niets doen. Alleen zij kan me een ontlading, een zaadlozing bezorgen. Ik smeek haar erom. Maar abrupt houdt ze op. Het is alsof ze zich ineens bewust is wat ze aan het doen is.

Ze sleurt me overeind en zet me tegen de muur. “ Hoe ga je me bedanken, nou, zeg eens hoe?’ Een heel andere stem, een heel andere blik. Koud en geil. Zo geil. De ogen van een killer. Ik ben niet in staat te antwoorden. Ze voelt misprijzend aan mijn pik. Dan ineens schiet het vuur in haar ogen. Ze schopt mij. Ik klap dubbel. Ze zet me overeind, weer een schop, weer klap ik dubbel.

“Viezerik! Jij? Jij krijgt levenslang van mij. Levenslang een kooitje om. Dichtgesoldeerd! Elke dag, elke dag zul je aan mij denken, ongelooflijke sukkel!” Ze loopt met brede heupen weg.

Als ze na een uur terugkomt, heeft ze twee knoopjes los. Ze leest een vonnis voor. Ik word veroordeeld tot levenslange opsluiting in een politiecel. Ik word verder veroordeeld tot levenslange gedwongen kuisheid met onmogelijkheid tot erectie en ejaculatie.Voor mij zal het regime van anale tuchtiging met dwang gelden. Voor elke ongehoorzaamheid zullen mij tien ballkicks gegeven worden.

Nu zie ik dat zij een klein stalen kuisheidskooitje pakt. Ze trekt latex handschoenen aan. Ze worstelt en wurmt mijn halve erectie uiteindelijk met vrij veel geweld in de kooi. Zij laat een hol buisje in mijn pisbuis glijden en zet het vast in het kooitje. Dat doet ze wel zacht en aandachtig. Even is ze dichtbij me, ik zie mijn beeld in Haar ogen. Het kooitje gaat nu op slot. Zij gaat mij nu ambtshalve genadeloos berijden met een lichtgekromde, zwarte voorbinddildo. Ik zie hoe Zij hem met een glimlach aangordt. De eikeltop wijst triomfantelijk omhoog. Ik vervloek mijn lot. Ik ben gelukkig.

De dagen, nachten gaan voorbij. Soms word ik ’s nachts wakker. Dan voel ik even de schrik van de desoriëntatie. Schrik die plaatsmaakt voor herinneringen. Herinneringen die geen herinneringen blijven, maar langzaam uitgroeien tot besef. Besef van waar ik ben en wie ik ben. Een besef dat uitmondt in berusting: ja, ik weet weer wat er met mij is gebeurd. En wie dat heeft gedaan.

Zij was het. Zij heeft me doen inzien wat ik fout heb gedaan. Zij straft mij hiervoor. Zij heeft mijn vonnis voorgelezen. En nu zit ik hier, in een kleine donkere cel. Ik kan beperkt rondlopen. Mijn rechterenkel zit met zware boeien aan het bed vastgemaakt. Ik kan gaan liggen. Ik kan op de rand van het bed gaan zitten. Ik kan me omdraaien als Zij mij dat beveelt. Ik kan mijn naakte kont aan Haar aanbieden als Zij dat van mij wil. Verder kan ik niets.

Ik kan niets meer. Want ik ben de gevangene die tot slaaf gemaakt is. Ik heb iets heel belangrijks geleerd. Verzet is nutteloos. Op verzet staat straf. Vreselijke straf. Ijskoud water over je heen gegoten krijgen als je slaapt. Dagenlang opgesloten in een donker gat in de grond, gehurkt tot je het uitgilt van de pijn in al je gewrichten. Verzet betekent straf. Meewerken betekent……… niets…….

Want elke dag berijdt zij mij in haar witte uniformbloesje met een zwarte voorbinddildo. Ik ga dan steeds verlangend lekken. Ik lek mijn vocht , het druipt door het kleine stalen kooitje op de grond.  Ik weet niet waarom zij het doet. Ze praat niet meer met mij. Ik weet niet of het haar plezier doet dat ik kerm als ze diep toestoot. Ik weet niet zeker wat zij voelt, wat zij denkt. Zij is jong, mooi, getraind en fit en houdt het lang vol. Langer dan ik.

En een keer per week is het wasdag. Zij neemt dan strenge veiligheidsmaatregelen. Ik ben gekooid en mag mijn pik niet aanraken. Ik mag hem daarom zelfs niet ongekooid zien. Eerst word ik geblinddoekt, ik krijg een zware kap over mijn hoofd. Dan word ik geboeid, ik hoor, ik voel de stalen politiehandboeien achter mijn rug met ratelende klikjes strak sluiten. Ik krijg een touwtje om mijn gekooide balletjes gebonden en aan dat touwtje word ik naar de doucheruimte geleid. De hakken van haar laarsjes klikken door de holle gang als zij mij leidt. Ik schuifel beschaamd en geluidloos achter haar aan. Zij haalt het kooitje van mijn pik en ballen. Dan kniel ik voor Haar op koude tegels. Zij wast mij met een harde, koude straal. Ik krijg het zo koud dat ik de opwinding van de tijdelijke vrijheid niet meer voel. Ik zit geknield tot ik ben opgedroogd. Dan sluit zij mij terug in mijn kooitje. Het is duidelijk. Het is hard.

Maar niets is harder dan wanneer zij niet bij mij komt. Soms hoor ik haar hakjes verderop in het gebouw klikken door verre, onbekende gangen die ik niet ken. Soms hoor ik een nieuwe gevangene krijsen en gillen als zijn ongetrainde kontgaatje door haar wordt gepenetreerd. De vernedering daarvan, van het horen hoe zij andere mannen berijdt, is diep. En zij weet dat. Want altijd hoor ik daarna haar hakken naderen. Zij stopt dan altijd even voor de deur van mijn cel. Ik weet hoe haar slanke hand de zware, gladde deurkruk streelt, liefkoost. Ik voel dan dat zij aan mij denkt. Als dit gebeurt kniel ik naar de deur, maar die deur gaat op dat moment nooit open. Ze loopt langzaam van me weg. Zij moet dat doen. Zij is de Alpha Female. Haar leven is een succesverhaal.

tekst: luckyman ©2015

kopfoto: luckyman (c) 2016

 

Delen van dit verhaal eerder geplaatst op The Kinky Web

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *