Daphne

Zodra hij thuiskomt van zijn werk trekt Erwin ruw de koelkast open. De flessen in de deur rinkelen en rammelen tegen elkaar.  Hij pakt de whisky. Daarna wil hij de deur van de koelkast dichtdoen.

“Shit!”

Stomme rubberen deurstrip! Die is oud geworden en sluit niet meer goed af. Op de wanden van de koelkast zit een dikke laag ijs. Hij neemt een slok, rechtstreeks uit de fles. Hij zet hem terug en slaat de slecht sluitende deur met enig geweld weer dicht. Dan stapt hij onder de douche.

Onder de warme waterstraal is hij helemaal alleen met het lichaam waar hij in zit. Met dat lichaam is niet veel mis. Het is gespierd en heeft alleen een beginnend buikje. Dan kijkt hij naar zichzelf in de spiegel. Hij kijkt naar zijn grote pupillen. Hij staart minutenlang naar zijn eigen gezicht tot het begint te vervormen en hij er bang van wordt. Door de mist van de warme druppeltjes beslaat het koude glas en al snel is zijn beeld verdwenen achter de condens. Nu kijkt hij omlaag naar zijn voeten.

Zijn oog valt op het putje. Het is alsof hij voor het eerst ziet hoe het sop in de donkere opening verdwijnt.  Ineens voelt hij een ongebruikelijk verlangen. Hij knielt neer voor de afvoer en voelt zijn pik zwaarder en forser worden. Hij wil hem in het ronde gaatje van de afvoer stoppen. Hij gaat plat op zijn buik liggen maar hij kan er zo nog steeds niet bij. Hij probeert verschillende posities uit en uiteindelijk lukt het hem om een houding te vinden waarin het net gaat. Comfortabel is het zeker niet,  zo met een been tegen de muur omhoog geschoven en zijn rug in een rare bocht. Maar hij penetreert nu toch maar mooi de warme, vochtige opening. Die is wel wat te groot voor hem. Toch neukt hij het putje met overgave alsof de afvoer een vrouw is die om bevrediging schreeuwt. Maar juist als hij op het punt staat er een lading grauw-witte slierten in te lozen, trekt hij met een zuigend geluid zijn harde pik uit de afvoer.  “Nee, niet zo. Niet zo. In Godsnaam niet zo, alsjeblieft”, zegt hij zachtjes tegen zichzelf.  

De avond is gevallen en in de duisternis houdt Erwin het thuis niet meer uit. Hij voelt een onweerstaanbare drang om naar buiten te gaan. Om daar in die stille straten iets te gaan zoeken wat hij ergens, ooit, verloren heeft. 

-/\-

“Hoe heet je?”, vraagt ze.

“Erik”, zegt Erwin. “Ik heet Erik”.

“Uitkleden!”

Erwin gaat op een krukje zitten. Hij maakt zijn veters los, doet zijn schoenen uit. Dan trekt hij zijn broek en boxer uit en daarna zijn sokken. Zijn trui en T-shirt bewaart hij wat aarzelend tot het laatst. Maar uiteindelijk staat hij dan toch naakt voor haar.

“Wat heb je daar nou?”

“Waar?”

“Dat daar op je arm. Hoe kom je daaraan? Wie heeft dat gedaan?”.

Ze wijst op zijn rechter bovenarm. Daar is een wirwar van elkaar kruisende lijnen op geëtst. Witte randjes oud wild vlees, verse rode wonden en donkere korstjes, het staat allemaal door elkaar.

“O dat. Dat is oud.”

“Whatever”.

Even later hagelt een storm van slagen op hem neer. Haar zweep omhelst hem, kust zijn tere huid met scherpe pijnscheuten. Het prikkelt en gloeit binnenin hem.  Maar als een verdwaalde slag op zijn rechterarm terechtkomt, wordt het hem toch al snel te machtig. Daarna wil zij een dikke zwarte dildo in zijn kont stoppen. Maar zijn endeldarm zit vol stront van de Chinese afhaalmaaltijd van gisteren. Een weeïge mengeling van zoet/bitter rubber en kruidige plakpoep vult de kamer. 

“Dat heb ik weer. Weer zo eentje die zich niet gewassen heeft”.

“Ik heb me wel  gewassen hoor. Ik heb thuis twintig minuten onder de douche gestaan”.

“Je weet echt niks hè? Ik zal je iets vertellen: je hebt twee soorten stront: stront die stinkt en stront van stinkerds. Wat ben jij eigenlijk voor een nitwit?”

Zij maakt hem los en begint heel gefocust op te ruimen.

“Ik had dacht ik voor een uur betaald en nu had ik toch nog veertig minuten over?”

“Zo, denk jij dat? Het kan me op dit moment even niet schelen wat je denkt.”   

“Maar ik wil graag nog even doorgaan”, pruilt hij.

“Hoezo? Je krijgt hem niet eens meer overeind. Nee, jij hebt rust nodig”, mompelt ze hoofdschuddend. “Rust”.

“Maar ik wil nog”.

Ze kijkt hem even in de blauwe ogen met de grote cafeïne pupillen en wrijft over haar hart. “Ok dan jochie, hier”. zegt ze, “Hier. Probeer deze eens!” Ze geeft hem een groene capsule.

“Wat is dat? “

“Een extract van de bast van een Afrikaanse boom. Dan kun je nog even door, zo dadelijk. Doe maar rustig aan hoor. Het is een natuurproduct. Take your time!”

Hij staart naar de groene capsule en loopt dan naar de wastafel. Hij slikt hem door met een slok water uit de kraan . Hij gaat zitten op de rand van het bed.

“En?”, vraagt ze na een paar minuten.

“Ik voel helemaal niks. Ik ben alleen een beetje licht in mijn hoofd aan het worden.”

“Dat is gewoon van de spanning. Ik denk dat je er geen aanleg voor hebt, voor deze.”

“Nee”

“Ga maar. En je mag altijd terugkomen als je er nog een wilt hoor”.

-/\-

Erwin maakt zijn fiets rustig los van de brugleuning, maar net als hij weg wil rijden begint hij zich heel vreemd te voelen. Zijn hart slaat in een ritme dat hij niet kent, sneller en zwaarder, het vliegt bijna uit hem weg. De sterrenhemel daalt tot vlak boven hem als het plafond van een lage tunnel en hij voelt het gewicht van het hele universum op hem drukken. Zijn gedachten draaien in steeds kleiner wordende cirkels rond in zijn hoofd.  Woorden, stemmen, flarden muziek, landschappen en emoties waaien onbeheersbaar voorbij in een wilde, rode storm. 

Hij geeft zich over aan de wervels in zijn hoofd. Hij sluit zijn ogen en begint op zijn fiets vanaf het bruggetje naar een kruispunt te rollen. Hij houdt zijn voeten stil op de trappers. Hij voelt hoe de wind zijn wangen streelt.  Zo rijdt hij met gesloten ogen het kruispunt op. Hij glimlacht, houdt het stuur recht.  Het oversteken van de tramrails maakt een ribbelend geluid en hij voelt de rubberen banden hobbelend over het ijzer rijden. Dan strekt hij zijn handen uit naar de sterrenhemel vlak boven hem en schreeuwt een drieletterwoord. Hij knalt tegen een verkeerszuiltje en valt. Hij komt op zijn rechterknie terecht. Zo ligt hij midden op het kruispunt, naast zijn trouwe fiets die een metertje verderop is neergevallen. Zijn knie ligt bloedend open en zijn broek is kapot, maar verder mankeert hij eigenlijk niets.

Hij krabbelt op. De storm is gaan liggen. Hij helpt zijn fiets overeind en kijkt rond. Is zelfs zijn val niet gezien? Was alles vandaag dan zinloos?

“Gaat het? Ik zag je vallen en ik dacht…….” 

Haar stem klinkt vanuit het niets, hij schrikt.  Hij kijkt in de groene ogen van een adembenemend mooie meid met roodbruin haar. Ze draagt een zwart leren jack en daaronder een zwart t-shirt van een onbekende band.  Haar mascara is doorgelopen, maar haar ogen glanzen.

“Heb je me zien vallen? Heb je het gezien?”

“Ja. Wat deed je daar nou voor stunt? Heb je gedronken? Pas op hoor!”

“Ja, gedronken heb ik , ja……”

“Doe je dit soort dingen expres of zo? Jezus man….. je ogen……!”

“Het is de k..koffie”.

“Nodig je me nou uit om koffie bij je te drinken?” Ze lacht. Ze is niet boos of bang. 

“Hoe heet jij?”

“Erwin”, zegt hij. “Ik heet Erwin.”

“Ik ben Daphne.” Ze glimlacht als ze haar naam zegt. “Gaat het wel?”

Ze loopt met hem mee.  Hij denkt aan zijn gehavende lichaam, aan de striemen van de zweep, de korsten, schrammen en de littekens. Door de roes van de capsule denkt hij kristalhelder en scherp. Maar praten is wat anders. Dat is moeilijk. Hij klemt de kaken stijf op elkaar en loopt met stramme knieën en een strak gezicht naast zijn fiets. Zij dringt even niet meer aan. Al snel staan ze op de Da Costa kade voor de deur van zijn kleine woning. Hij kijkt haar aan met zijn grote zwarte pupillen. Wat is ze mooi en wat vindt hij haar borstjes lief! Uit verlegenheid weet hij even niet meer wat hij moet doen of zeggen. Gelukkig lost zij het voor hem op.

“Ik moet ontzettend nodig zeiken”, zegt ze.

En ja, ze gaat met hem mee naar boven. Hij ploft op de bank en verrekt van de pijn, maar die rare capsule van daarnet is nog niet uitgewerkt en hij heeft nu al een erectie. Zij zit op de wc en hij hoort haar donkergele urine kletterend lopen. Hij hoort haar een papiertje afscheuren en doortrekken.  Hoe zou het voor haar voelen om bij hem op de wc te zitten en haar urine in zijn afvoer te laten lopen? Hij weet het niet. Ze komt de kamer in en gaat naast hem zitten. Haar ogen glanzen gretig.

Ze omhelst hem, kust hem op zijn mond, laat haar tong bij hem naar binnen gaan.  Erwin zijn pik is weer net zo hard en fors als eerder op de avond, toen hij het putje wilde neuken. Zij voelt met haar hand aan de pik en ballen in zijn broek.

“Wow”, stamelt ze. “Doe je broek uit”, kreunt ze half hijgend, toonloos.

Wat heeft ze leuke handen, denkt hij. Ze draagt een dunne goudkleurige ring, die spannend om haar middelvinger knelt. Ze streelt de stam van zijn pik en drukt met haar duim op de onderkant van zijn eikel.

“Laat me eens naar je lekkere schouders kijken”, zegt ze.

Ze trekt hem eerst zijn trui en dan zijn T-shirt uit. Dan verstrakt ze.

“Wat heb je daar nou?”

“Waar?”

“Dat daar op je arm. Hoe kom je daaraan? Wie heeft dat gedaan?”.

Ze wijst op zijn rechter bovenarm. Daar is een wirwar van elkaar kruisende lijnen op geëtst. Witte randjes oud wild vlees, verse rode wonden en donkere korstjes, het staat allemaal door elkaar.

“O dat. Dat is oud.”

“Lul niet. Dat is helemaal niet oud. Hoe kom je daaraan?”

“Ik doe het zelf”

“?”

“…”

“Zelf? Hoe dan? Waarom? ”

Erwin weet niks meer te zeggen. Daphne is zo dichtbij hem.  Alleen zijn huid scheidt hem nog van haar. Maar toch kan hij haar niet uitleggen wat er binnen in hem is, wat er in hem gebeurt. Hij kan haar alleen laten zien wat het doet.  Ze streelt hem zachtjes over zijn hoofd, laat haar vingers door zijn haar gaan. De speelse, geile lichtjes in haar ogen doven langzaam in haar tranen.

“Alsjeblieft, Daphne… niet huilen.”

“Lul!”

Eros en Psyche
Eros en Psyche

Als zij weg is gegaan, loopt hij naar de koelkast en pakt de whiskyfles. Hij legt het pak scheermesjes, het flesje alcohol en de steriele gaasjes klaar. Hij pakt voorzichtig een mesje uit het aangebroken pak. Met zijn linkerhand drukt hij het zachtjes tegen de huid van zijn rechter bovenarm.  Hij aarzelt, zoals altijd, bij alles wat hij doet. Want alles wat hij doet is definitief. Het kan niet meer veranderd worden. Alles wat definitief is, moet daarom goed zijn.

Hij drukt het mesje door de huid en doopt het in de rivier van bloed die binnenin hem stroomt. Het mesje snijdt een diepe, smalle groef in zijn vlees.  Pijn. Wat is het heerlijk, denkt hij,  om eindelijk weer eens iets te voelen! Iets dat echt is, iets van hemzelf, zo dichtbij hem! Hij snijdt zich nogmaals in zijn arm, maar nu dieper en langzamer dan de eerste keer. Dan legt hij het mesje weg en laat zijn bloed vloeien. Hij dekt de wond af met een gaasje, staat op en loopt weer naar de koelkast. Hij zet de whiskyfles koud voor de volgende dag.

Als Erwin in bed ligt, denkt hij aan Daphne. Zijn erectie is ingezakt. Hij voelt kristalhelder en scherp hoe hij nog steeds opgesloten zit in dat ene lichaam, in dat ene leven dat alleen diep binnen hemzelf, door hemzelf, kan worden ervaren zoals het werkelijk is.  

Hij zou zichzelf er wel uit willen snijden met zijn mes.

Ⓒ luckyman 2015 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *