IMG_1007 effect

Eroscripta: De Strijkhulp

Dit verhaal heb ik geschreven voor de Eroscripta schrijfwedstrijd. Het is door de jury gekozen tot een van de 10 winnende verhalen.  Het is gepubliceerd in het Eroscripta boek, dat in november 2015 is verschenen bij uitgeverij Aspekt. Lees meer over de schrijfwedstrijd op de site van Eroscripta.

———————————————————————————-

Scène 1

De man op het perron

Op een maandagochtend om 11.57 stonden reizigers te wachten op het perron van het ondergrondse station Rotterdam Blaak. Toen in de verte de Thalys uit Parijs naderde, gebeurde het volgende. Een man in een business pak rende diagonaal over het perron, de trein tegemoet. Hij rende zó dicht langs de wachtende reizigers, dat zij zijn dure eau de toilette konden ruiken. Ooggetuigen zagen hem met de armen voor zich uit gestrekt van het perron af springen. Men hoorde hem iets roepen, maar het was niet te verstaan door het lawaai. De hoorn van de trein loeide, de remmen piepten en knarsten en de trein verzwolg hem en zijn leven alsof hij nooit had bestaan.

Omdat hij er niet meer is, vertel ik nu het waargebeurde verhaal van die man die op Station Blaak de Thalys tegemoet rende.

Scène 2

De strijkster in de keuken

‘s Ochtend ging de deurbel en de opwinding raasde door zijn lijf. Daar is ze, dacht hij. Hij liep het halletje van zijn dure appartement in en keek nog een keer in de spiegel voor hij opendeed. Door het matglazen ruitje kon hij haar contouren zien. Het was een flinke meid. Hij zag lang blond haar en een schoudertas. Meer kon hij nog niet zien, maar hij wist nu al dat hij goed zat. Hij opende de voordeur en deed gelijk een stapje achteruit.

“Hallo”.

“Eh… Hallo”

Zijn stem sloeg een beetje over aan het einde van het woord. Hij werd licht in zijn hoofd en voelde een steekje in zijn maag. Ze had een zacht gezicht en keiharde blauwe ogen. Een donkerbruin leren schoudertasje hing over haar groene jack. Ze had zwarte gympen aan.

“Leuk dat je er bent”, flapte hij er nog uit.

Ze stonden onhandig middenin de grote woonkamer. Ze was langer dan hij en sprak Nederlands met een leuk accent. Rozig van haar stem en vormen ging hij koffie zetten. Toen ze later aan de keukentafel zaten, zag hij goed wat hij mooi aan haar vond. Het blonde haar dat op de schouders viel. Haar zachte handen, die een dromerig eigen leven leidden. Haar slanke vingers waarmee zij de koffiemok streelde met zorgzame, tedere bewegingen. Hij hing aan haar lippen en toen zij afscheid nam en over de galerij naar de lift liep, had hij naar haar ronde heupen en mooie ronde billen gekeken. Hij feliciteerde zichzelf. Goed gedaan, dacht hij. Hij legde het briefje met afspraken naast de kopie van haar paspoort: Katarzyna Ludmilla Broniatowska, geboren op 26 april 1993 in Zakopane, Polen.

Volgens de afspraak belde zij elke maandagochtend rond 10.00 bij hem aan. Zij schonk zichzelf meestal eerst een glaasje water in en begon dan in de keuken zijn was te strijken. Hij zat met zijn rug naar haar toe te werken achter zijn computer. Maar hij kon zich nooit concentreren als zij er was. Hij hoorde het zachte sissen van het strijkijzer en het meegeven van de lichte strijkplank. De ijzeren pootjes, waar de plank op stond, gaven een tikkend geluid bij elke haal van het strijkijzer. De plank zelf maakte een knikkend geluid, elke keer als zij er tijdens het strijken kracht op zette. Die sissende, knikkende en klikkende geluiden brachten hem in een geruststellende roes. Zij was dichtbij hem, met haar warmte, haar vrouwelijkheid, haar schoonheid. Het geluk was binnen handbereik. Het geluk lag voor het grijpen.

Maar toch kon hij het niet pakken. Het lukte hem niet om het initiatief te nemen. Dat deed zij. Vanaf het moment dat hij een paar maanden geleden de deur voor het eerst had opengedaan, was zij elke maandagochtend stapje voor stapje dichterbij hem gekomen. Zij pakte allang geen glaasjes water meer, want hij zette verse koffie voor haar zodra zij aanbelde. Hij verloor elke maandag een stukje van zijn territorium en op een dag stond zij ineens naast hem aan zijn bureau. Ze was klaar met strijken. Ze had haar jack aan en haar tas hing om haar schouder.

“Ben je een schrijver?”

“Ja, ik…nee…. ik zit gewoon…”

“Het is ok…. ”

“Oh… wat…..”

Ze ging weg en streelde in het voorbijgaan zacht zijn hals met haar vingertoppen. Hij sloot zijn ogen en genoot van haar zachte en tedere aanraking. “Maandag”, zei ze en vertrok.

De week die daarop volgde kwam er geen werk meer uit zijn handen. In plaats van zich zorgen te maken over de deadlines van zijn opdrachtgevers dacht hij na over manieren om het haar maandag naar de zin te maken. Zo wandelde hij de stad in om espresso machines te bekijken en kocht uiteindelijk een heel duur Italiaans apparaat om voor haar koffie te zetten.

Het was weer maandag geworden. Hij hoorde laarsjes klakken op de cementen vloer van de galerij.

“Hallo, alles goed?”

Zij reageerde niet op zijn woorden maar liep stil glimlachend naar binnen. Zij hing haar jas op. Hij sloot gehaast de deur, stamelde: “Ik heb espresso voor je gemaakt”

“Ik drink geen espresso. Ik wil cappuccino. Waar is de strijkplank?”

Shit, de strijkplank. Hij was helemaal vergeten dat zij hier kwam om zijn was te strijken. Hij haastte zich. Hij was bang om nu, op dit cruciale moment, iets fout te doen. Zij zat aan de keukentafel en wachtte. “O natuurlijk, ik maak gelijk een cappuccino voor je.” Terwijl hij onwennig en gestrest bezig was met het nieuwe espressoapparaat, voelde hij haar ogen in zijn rug prikken. Hij had ontspannen, stoer en mannelijk met haar willen praten. Maar hij kon dat niet. Haar aanwezigheid deed zijn eigen wil verdampen. “Hier is je cappuccino, is-ie zo goed?” Zij pakte een lepeltje en roerde langzaam en zachtjes in het kopje. Ze keek hem over de schuimrand aan en moest even meewarig om hem glimlachen.

“Ik kom niet meer bij je strijken”, zei ze plotseling.

“Waarom niet” stamelde hij. “Waarom?”

“Omdat je verliefd op me bent”.

“Nee, het was alleen…”

Ze legde hem met een handgebaar het zwijgen op.

“Doe je kleren uit. Ik wil je naakt voor me zien”

Zelfs op dit moment kon hij het nog niet geloven. Hij glimlachte glazig. Zij stond op en met twee grote stappen van haar lange benen stond zij voor hem en keek op hem neer.

“Ik zei: doe je kleren uit!”

Haar nadrukkelijke bevel doorbrak zijn konijnige verstarring. Gehaast gehoorzaamde hij haar. Zenuwachtig knoopte hij het dure overhemd los dat hij de afgelopen week had gekocht. Trillend maakte hij zijn broekriem los, de broek viel slap om zijn enkels. Hij stapte eruit en trok eerst zijn sokken en daarna zijn boxer uit. Het naakt voor haar staan voelde als een totale bevrijding.

“Suiker!”.

Zij hield hem het kopje voor. Hij pakte het aan en wilde er suiker in doen maar beefde zo erg, dat hij de koffie morste. De cappuccino maakte een kleverige vlek op het keukenzeil aan zijn voeten. Hij zag hoe zij misprijzend naar hem keek. Hij wilde de vlek snel schoonmaken.

“Lik het op”.

“Maar ik wilde……”

“LIK- HET- OP!!”

Zij pakte hem bij de nek, die zij vorige week nog zacht had gestreeld. Ze dwong hem naar beneden, te buigen, te knielen en drukte hem met zijn gezicht hard tegen de vlek op de grond.

“Lik het op, stomme hond!”

Hij zat op handen en voeten in zijn eigen keuken. Hij likte een koffievlek op aan de voeten van zijn strijkhulp. Maar het voelde niet vreemd. Het was eigenlijk heel fijn en bevrijdend. Hij hoefde haar alleen maar te gehoorzamen, dan zou alles goed komen.

Die ochtend had niet zij, maar hij alle was gestreken, terwijl zij kritisch toekeek. “Het kraagje is verfrommeld”, zei ze. Hij schrok, streek verwoed nog een paar keer over het kraagje van het linnen overhemd. Het werd alleen maar erger. Het zag er nu uit als een verkreukelde krant. “Kom eens hier”, zei ze. Ze spuugde onverwacht een dikke klodder schuimend speeksel in zijn gezicht. “Verfrommeld”, herhaalde ze. “Net als jij”, voegde ze er aan toe. Toen zij weg ging keek hij haar na op de galerij en zag hoe zij, zonder om te kijken, op klakkende laarsjes met overdreven draaiende heupen naar de lift liep.

De week die erop volgde, kon hij geen contact meer met haar krijgen. Was zij misschien boos vanwege zijn fouten? Hij lag er nachten van wakker. Na een slopende week werd het maandagochtend en om 10 uur klonk de bel. “Kom hier”, riep ze door de intercom. Hij haastte zich naar beneden. Ze stond in de hal met een grote tas. Hij pakte hem op en liep achter haar aan in de richting van de lift.

“Waar ga je naar toe?”, vroeg ze.

Hij begreep de vraag niet. “Naar boven?”

“Ben je dom of zo? Ik vraag het je nog een keer: waar loop je nu naar toe?”

“Naar de lift”, prevelde hij gespannen.

“Ga met de trap. De lift is alleen voor mij. Ik wil niet meer dat jij ook met de lift gaat”.

Hij schrok. Kreeg hij nu straf omdat hij iets verkeerds had gedaan? Hij sleepte de zware tas de trappen op naar de vijfde verdieping. Zij wachtte hem vol ongeduld op bij de deur van zijn flat.

“Waarom ben je niet naakt? Doe je kleren uit!”

“Waarom straf en verneder je me zo”, huilde hij ineens.

“Het is geen straf”, zei ze zakelijk. “Maar je bent te stom om dat te begrijpen”.

Naakt, met een door de schrik en onderwerping zielig gekrompen piemeltje, streek hij nu háár was, die zij van huis had meegenomen. En toen hij daarmee klaar was, vertrok zij. Hij keek haar na in de deuropening van zijn appartement. Hij begon te voelen wat zij had bedoeld, hoewel hij het nog niet helemaal begreep.

Ondanks zijn verwarring over zijn gevoelens voelde hij zich gelukkig. Hij had zichzelf nog bijna nooit zo dichtbij een vrouw gevoeld als nu bij Katarzyna. Of ja, misschien toch, lang geleden. Het was kort maar heftig geweest. Het was gebeurd tijdens zijn treinvakantie naar het Oostblok in 1988.

Scène 3

De Cadillac op de landweg

De Muur was nog niet gevallen in de Hoge Tatra. Iedereen wachtte daar nog op. Maar er stond nog wel een verlaten ijskarretje op een berghelling bij een skilift. Het was zomer en bloedheet. De ijsverkoper was gaan lunchen en er had zich voor het karretje een lange, apathische rij wachtenden gevormd. Elke individuele uiting van ongeduld ontbrak. Op één uitzondering na.

Een lange blondine van een jaar of 20 was in een opwelling van rebellie uit de rij weggelopen. Zij had brede heupen die links en rechts van haar figuur uitstaken. Zij was als een verchroomde Cadillac op een landweggetje. Zij was de enige die op hoge hakken over de met klinkers bestrate pleinen van het stadje liep. Voor het eerst in zijn leven had hij geen schroom of verlegenheid meer gevoeld. Hij was zomaar op haar afgestapt.

“He, wil je geen ijsje?”, zei hij.

“Jawel, maar ik heb geen geduld om te wachten”.

“Je bent hier de enige die haast heeft”, schamperde hij.

“Ik zei niet dat ik haast had. Ik zei dat ik geen geduld heb. Je moet beter naar me luisteren”

Ze was vrolijk en verschrikkelijk welgevormd. Ze droeg twee zilveren ringen aan haar rechterhand en om haar hals hing een zilveren kettinkje. Dat zocht, met elke beweging die zij maakte, de diepte op van het decolleté in haar bloesje. Ze had mooie hardblauwe ogen.

“Wil je dadelijk wat met me gaan drinken?”, vroeg hij.

“Dadelijk, misschien”, zei ze. “Maar nu wil ik in het gras liggen. Wil je het drinken voor mij gaan halen, daar beneden in de stad?”  Ze keek hem zo intens aan, dat hij een erectie kreeg. Hij keek naar beneden. Vanaf dit punt, hier bij het verlaten ijscokarretje tot aan de stad, was het zeker een half uur lopen. “Ik weet een kortere weg”, zei ze ineens. Ze liep heel bewust voor hem uit. Zo kon hij haar brede heupen en ronde billen goed zien en zo, wist zij, zou zij zijn laatste aarzeling wegnemen.  “Loop hier het trappetje af en volg het pad, dan kom je op de weg naar de stad. Nou, waar wacht je op?”  Ze zette grote vragende ogen op. “Ik ben zo terug!” riep hij, maar zij antwoordde niet. Zij lag op haar rug, dromend in haar eigen wereld en keek naar de wolkjes die voorbij dreven.

Hij liep, rende en struikelde de berghelling af. De hitte van het duivels hete asfalt gloeide in zijn gezicht. Buiten adem kwam hij in het dorpje aan en als een bezwete dwangarbeider beklom hij de weg naar boven met twee drankjes in zijn hand. Boven aangekomen had hij eigenlijk verwacht dat zij er niet meer zou liggen. Dat zij allang ergens anders heen was gegaan met haar vrienden en hem achter zijn rug om uit stond te lachen. Maar nee, zij lag er nog precies zoals hij haar daar had achtergelaten.

Samen dronken ze hun flesjes bier leeg. Ze keken zwijgend uit over de Hoge Tatra, over het landschap dat zich voorzichtig en groen tussen de glooiingen van de granieten heuvels had genesteld. Zij drukte zich tegen hem aan, streelde zacht zijn hals. Hij kuste haar op haar wang, haar voorhoofd. Haar hand gleed in de zijne, greep hem stevig vast, liet hem los, streelde de binnenkant van zijn dijen. Hij wist dat zij nat en opgewonden was. Zijn zwellende pik zocht naar ruimte in de plooien van zijn broek. Zij voelde er terloops aan, was even in gedachten. Toen stond ze op.

“Laten we gaan”.

“?”

“Ja, laten we gaan”

“Waarheen?”

“Kom nou maar….”

Ze pakte zijn hand en trok hem achter zich aan. Hij zag, achterom kijkend, dat de ijsverkoper terug was gekomen van zijn lunch in het dorp. De rij was tot epische proporties aangegroeid.

Ze stapten een bomenaanplant in en wandelden onder de schaduw van grote naaldbomen. Zij trok haar bloesje uit en draaide zich naar hem toe. Zij had grote, ronde, melkwitte borsten met lichtbruine tepels die hem als twee grote, extra ogen aanstaarden. Hij greep haar vast, kuste haar tepels en likte haar gladde borsten. Zij duwde hem liefdevol van zich af. “Wacht”, fluisterde ze in zijn oor. Ze leidde hem naar een open plek, een bospaadje waar een glimmend zwarte auto stond. Ze haalde een sleuteltje uit haar broek en deed de deur open. Ze trok haar spijkerbroek uit. Hij zag nu haar zwarte slipje, dat van een dure, delicate stof was gemaakt. Het contrasteerde enorm met haar witte huid en het stevige vlees van haar ronde billen. Zij ging op de achterbank liggen en opende haar dijen. Hij knielde voor haar, rook haar geur, voelde voorzichtig met zijn lippen, zijn tong. Ze rook, ze smaakte zoet, zout, ziltig, naar room, kruiden, voedsel, naar leven, een oneindig boeket van geuren en aroma’s. Zijn tong was maar een klein stukje vlees, maar het gevoel wat hij haar daarmee gaf, was groots en misschien wel eenmalig. Haar ademhaling stokte, ze kreunde, sloot haar ogen en verloor besef van plaats en tijd. Haar stem werd steeds rauwer en ze kwam onder het roepen van onverstaanbare woorden klaar onder het puntje van zijn warme tong. Ze hijgde even uit. Hij was uitgeput. Hij ging op de achterbank liggen en zij boog zich over hem heen. Zij bekeek zijn harde lul, streelde hem terwijl zij hem in de ogen keek. Zo schatte zij niet alleen in hoe geil hij was en hoe sterk, maar vooral het belangrijkste voor een vrouw: hoe graag hij haar ten koste van alles wilde hebben. Ze trok hem de auto uit. Ze leunde voorover op de achterbank, ze stapte uit haar slipje en liet hem zwijgend het roze, maar van binnen vuurrode spleetje tussen haar benen zien. Ze boog voorover en sloot de ogen. De harde, rode kop van zijn pik verkende voorzichtig de droge randen van haar kut en daarna drukte hij met het topje van zijn eikel de lipjes uiteen. En zachtjes, heel zachtjes werd het warm en vochtig om hem heen. Hij voelde hoe zij hem in haar roze tunnel vastgreep en naar binnen zoog, hoe zij hem rechtstreeks meesleurde naar haar hart. Het was alsof hij door een heel klein donker gangetje een prachtige, versierde kathedraal werd binnengeleid. Wat was zij groot en prachtig en wat voelde hij zich gelukkig en klein in haar! Hij stootte toe en voelde haar extase groeien. Hij haalde terug en drukte zijn lul, nadrukkelijk en aandachtig, dieper in haar. Zij kreunde, ademde diep, snoof, piepte terwijl hij haar steeds krachtiger bereed. Hij hoorde haar gesmoord klaarkomen, met haar gezicht in een kussen op de achterbank gedrukt. Toen hij dat geluid hoorde, kromde hij zijn tenen, spande zijn rug en beet haar als een wild dier in de nek. Ze gaf zich gillend aan hem over en hij kwam hortend en stotend klaar in het brede middenpad van die kathedraal tussen haar dijen.

En terwijl de Muur viel en de jaren daarna verstreken, keek hij thuis soms nog naar de foto die hij van haar, daar bij de zwarte auto, had genomen.

eroscriptawedstrijd

Scène 4

De handdoek in de ring

Het leven was doorgegaan en eerlijk gezegd zag het er nu best rooskleurig uit. Al maanden lang had hij een onconventionele relatie met de mooie jonge Katarzyna. Niet gek voor een bijna 50-jarige reclameschrijver. Maar deze maandag liep alles anders. Toen zij aanbelde wilde hij via de trap naar beneden lopen om haar tas op te halen en haar naar de lift te begeleiden. Maar ze had alleen maar gezegd: “Doe de deur open”. Dat was een verrassing die hem onzeker maakte.

“Ik hoop dat je goed hebt getraind”, zei ze, toen ze bij hem binnen stond. “Want vandaag wil ik neuken. Hoewel je wel een klein piemeltje hebt”, voegde ze er aan toe. “Maar dat geeft niet. Je zult alleen wat harder moeten werken dan andere mannen. Maak hem maar vast hard”.

Hij friemelde aan de gladde kop van zijn piemel. Hij keek haar in haar ogen. Zijn eikel zwol en vulde zich met bloed. Het vel trok strak. Zijn pik priemde vooruit. Maar hij was inmiddels zo diep aan haar onderworpen, dat zijn erectie niet langer een signaal van mannelijke kracht was, maar een beschamende bekentenis van de lust die hij voor haar voelde. Hij wist niet meer goed wat zijn rol was, wat hij nu moest doen.

Toen ze zijn aarzeling bespeurde, ging ze op het bed liggen en liet hem haar geurende blonde kut likken. Ze was geschoren, ze rook naar zeep, naar melk, naar kruiden uit verre landen, naar zwarte koffie, tabak, ja ook naar gele urine, donker bier en bloed. Ze rook naar de prachtige bloemen die als onkruid tussen tegels groeien, het was een geur van lang geleden en toch zo vers. Ze ging met elke haal van zijn tong steeds verder open, ze raakte in een trance, een roes en kwam met stotende adem gillend klaar onder de diepe liefkozingen van zijn gekromde, sterke tong.

Zij ging loom op haar zij liggen. Haar smaak en geur hadden hem wild gemaakt. Hij drukte zich tegen haar aan. Hij voelde haar brede heupen die uitstaken als engelenvleugels. Zij bood hem zo houvast en hij pakte haar beet, perste zichzelf wat ongeduldig bij haar naar binnen en even gaf ze een teleurgestelde, protesterende kreun. Ze ontspande weer en genoot van zijn passie, van de ijverige bewegingen van zijn kleine pik. Hij werkte hard voor haar. Het bloed steeg naar zijn hoofd tot hij niet meer kon denken en toen hij haar grommend hoorde klaarkomen, kneep hij kloppend en tintelend zijn zak leeg in haar geweldige ruimte.

Zo lagen ze in elkaar gevlochten op de maandagochtend. Hij zag hoe zijn levende zaad traag uit haar kut droop. Hij stond op om in de badkamer een handdoek voor haar te halen.

Toen hij terugkwam in de slaapkamer stond ze krijtwit, met een van schrik vertrokken gezicht naast het bed. In haar hand hield ze een foto die in een lijstje op het nachtkastje had gestaan. Het was de foto van de vrouw bij de zwarte auto in het bos, ergens in de Hoge Tatra.

“Heb jij haar geneukt?”, zei ze. Ben jij die vent waar ze nooit meer iets van heeft gehoord? Tot aan haar dood heeft ze daar verdriet van gehad. Sukkel!”.

Hij stond verstard met de witte katoenen handdoek in zijn handen. Hij keek naar de foto. En hij keek naar de deur die Katarzyna hard achter zich had dichtgeslagen. Hij legde de handdoek terug. Hij raapte de foto van de vloer, zette hem weer op zijn nachtkastje. Hij nam een douche, schoor zich en deed dagcrème op zijn gezicht. Hij spoot een geurtje op zijn romp. Hij ging kalm naar buiten, tot in de puntjes gekleed.

Hij had een belangrijke afspraak vandaag.

-/\-

 

Tekst: Ⓒ luckyman 2015

Kleurenfoto: The Blue Eye:  Ⓒ luckyman 2015, model: Cara-esque

Zwartwitfoto: Eroscripta, herkomst onbekend

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *