Dulce Bellum Inexpertis

In zijn woning op de Avenue Concordia scheurde hij de maand oktober van de kalender. Morgen zou het november zijn, slachtmaand.

Hij keek naar zichzelf in de spiegel. O ja, eerst nog even het bovenste knoopje van de blazer dichtmaken. Dan snel naar buiten en nog één keer in glorieus verval door Kralingen lopen. Het dure, verkreukelde jasje was dun onder de oksels geworden. Het rook wat zurig en gekruid door een lichte, maar langdurige verwaarlozing van zijn persoonlijke hygiëne. Uit zijn brede neusgaten staken dikke lange haren en er groeide grijzig pluis uit zijn oren. Er zat aangekoekt smegma onder zijn voorhuid. De kop van zijn piemel stonk naar vis en zijn adem rook naar zwavel. Hij zag er uit of hij had geslapen op een vieze garagevloer.

Zo ging hij naar buiten, zo kocht hij onderweg een flesje whisky en zo wandelde hij argeloos het arme gedeelte van de wijk in bij metrostation Gerdesiaweg. Hij belde aan bij een donkere portiekwoning. Een mooie, goedverzorgde vrouw van een jaar of vijfenveertig deed open.

“U heeft afspraak?”
“Ja, ik heb….. bent U Yvonne?”
“Hoezo?”
“Ik kom voor Yvonne”.
“Ja ik weet U komt voor Yvonne΅.
Ze kuchte en corrigeerde zichzelf: “Zij weet dat U voor Yvonne komt”

De vrouw liep de trap op. Om Yvonne te roepen, dacht hij. Hij maakte zichzelf wijs dat alles nog normaal was, alles goed. Hij dacht nog één keer aan zijn failliete advocatenpraktijk. Na elke overwinning in de rechtszaal had hij succesvol met vrouwen gedatet. Voor hem was vrijwel elke vrouw bereikbaar geweest. Het hing er maar van af wat je ze te bieden had. Beter gezegd: hoeveel je er voor bood. Een goed jasje kon daarbij zeker het verschil maken. Maar nu stond hij onderaan een trap op de Gerdesiaweg.

De vrouw was naar boven gelopen maar kwam niet meer terug. Waar bleef Yvonne nou? In het halletje hingen onbegrijpelijke diploma’s en buitenlandse kalenders aan de muur. Verdorie, wie had die onzin daar nou opgehangen? Hij nam een slok uit zijn flesje en las:

Diploma Kastracija ( praksa )
Oddelek za zootehniko,
Biotehniška fakulteta,
Univerza v Ljubljani
Ivanka Pretnar
31 oktober 1989

Op de kalender was de dag van morgen omcirkeld:

Dan spomina na mrtve
1 november 2015
Državni praznik

Tijd om te raden naar de betekenis van de woorden kreeg hij niet. Want Yvonne was naar beneden gekomen. Haar lange vuurrode haar stak scherp af tegen haar krijtwitte huid vol lichtbruine sproeten. Hij grijnsde verheugd. Zij was geen partij voor hem en zijn enorme geslachtsorgaan. De vraag was eigenlijk alleen nog maar wat voor geluid ze er bij zou gaan maken.

Zij liep met draaiende kont in een strak zwart jurkje de trap op en hij volgde haar. Beneden in het halletje was het warm, maar hier op de donkere trap was het om te stikken zo heet. Het was alsof ze richting de verwarmingsketel liepen.

Ondanks al zijn harde fantasieën hadden ze seks zoals een oudere man dat nu eenmaal heeft met een veel jongere vrouw. Hij was eigenlijk gewoon maar op zijn rug gaan liggen en zij had hem werktuiglijk gepijpt. Ook had zij afwezig zijn grote balzak gestreeld. Zij had gezwegen en had hem, over zijn bolle buik en ronde ballen heen, uitdagend aangekeken. Haar ogen hadden hem echter niet opgewonden of verleid, maar juist verward en verlamd. Hij was geschrokken. In plaats van door te schakelen naar zijn ejaculatie voelde hij zijn zwakke erectie inzakken.

Zij had op dat teken van verwarring gewacht. Ze draaide haar aangeschoten klant snel op zijn buik. Hij liet zomaar toe dat zij zijn handen in stalen boeien vastklikte op zijn rug. Daarna trok zij een roze latex varkensmasker over zijn tegenstribbelende dikke nek en hoofd en plakte de neusgaatjes dicht. Toen trok zij er nog een plastic zak overheen en bond die dicht om zijn nek.

Alles was nu stil en donker. Zelfs de lucht om hem heen, in het allesverstikkende masker, bewoog niet. Hij zweette, maar de druppeltjes verdampten niet. Zij knelde met twee rappe bewegingen van haar vingers zijn vetgemeste ballen simpel af met een goedkoop haarelastiekje.

Hij vocht tegen het gladde latex. Hij voelde het elastiekje knellen om zijn zak. Hij hoorde haar rommelen in zijn jas. Verdomme, pakte zij nu zijn portemonnee? Hij hoorde hoe zij een laadje van het keukenblok opentrok en een mes pakte. Hij voelde zijn dooraderde ballen bungelen in hun dichtgebonden zak. Af en toe gaf ze er met haar mes een plagend tikje tegen. Het bloed hoopte zich op achter het elastiek. De pijn trok van zijn liezen naar zijn buik. Het was een doffe pijn, zó hevig dat die niet meer te lokaliseren was. Het was de pijn van zijn naar zuurstof snakkende ballen.

“Hé varkentje! Ben je geïnteresseerd in politiek? Je was toch advocaat? Of niet?” Zij streelde zachtjes met het mes over zijn bezwete, harige rug. “Weet je wat een bloedloze coup is?”. Coup komt van het Franse couper, wat snijden betekent. En coup betekent slag of stoot. Wist je dat? Dus bloedloos gesneden zonder slag of stoot. Hilarisch, toch? Hoe doe je zoiets? Zo onlogisch….. pfffft. Hij hoorde hoe ze even ging zitten. Plotseling vloog ze op, de houten stoel viel op de vloer.

“IK VROEG JE WAT, LUL! “

Zijn hoofd zat vol met woorden, maar hij wist de juiste niet te kiezen, hij kon geen zinnen meer maken. Waar was de vrouw gebleven die de deur had opengedaan? Waarom hielp die hem niet? “Het….. het is……. het is pijn!!“, schreeuwde hij uit alle macht. Maar zij hoorde alleen: “mmmmmmwwwwwwww”. Zijn stem bleef onhoorbaar plakken aan het varkensmasker. Hij was bezig te stikken.

Zij stak een sigaret op. Zij inhaleerde genietend. Hij hoorde haar diep zuchten. Zij schudde haar hoofd, pakte zijn ballen beet en trok ze een beetje naar beneden. Daarop drukte zij de vuurkegel van haar sigaret uit op de gevoelige achterkant van zijn donkerpaarse zak. Zijn dierlijke, hoge schreeuw was door het masker en de plastic zak heen te horen. Zijn rode bloed droop langs haar vingers, ze snoof diep de geur van het verbrande stukje vlees op.

“Varkentje, luister eens naar me. Weet je nog, die oorlog in Slovenië in 1991? Vast niet. Het was ver van je veilige bedje. Maar dat privéhuis op de Dordtselaan herinner je je vast nog wel. Daar kwam je toch zo vaak in die tijd? Weet je nog?” Aan zijn wanhopige, maniakale bewegingen merkte zij dat elk woord raak was. Vertwijfeld rukte hij aan zijn boeien. De scharnierende verbinding van de oude handboeien piepte, maar gaf geen krimp. “Geld..natuurlijk, ze wil geld!”, dacht hij. Hij wilde haar een goed voorstel doen. “Mmmwwmmmm!!”, krijste hij. “Mmmmmmglmmm!!”

“Zoet is de oorlog totdat je hem proeft” schreef Erasmus. Dat staat op het monument van het bombardement, bij de ingang van het metrostation. Wist je dat, braaf varkentje? Ja, jij wel hè. Ik wil jou ook graag iets laten proeven. Iets heel bijzonders.”

Hij had altijd gedacht dat het moment van zijn dood een plechtig, spiritueel moment zou worden. Hij kon nu niet geloven, wilde niet accepteren dat het niet zo was. Dat hij geboeid en jammerend vermoord ging worden door een doorgedraaide prostituee. “ Mwwmm” huilde hij zachtjes in het masker. “ Mwwwwmmiiieeee”, smeekte hij. Ze hurkte bij zijn stervende hoofd. Ze streelde het varkensmasker teder. Ze sprak zachtjes: “Ik heet geen Yvonne meer. Ik ben Ivanka, net als zij. Ik voel nog steeds hoe ze mij als klein baby’tje in haar armen hield. Hoe ze met haar lange wimpers zachtjes mijn wangetjes streelde. Het kriebelt in mijn hart als ik dat voel. Ik ben warm en gelukkig van binnen. Ben jij dat ook, lief varkentje van me? Voel je haar warmte ook nog steeds?”

935215_476703112407199_1002875816_n

Maar er kwam geen antwoord meer. Terwijl zijn tranen het masker vulden was het licht in zijn hoofd uitgegaan. Haar stem had hem meegevoerd naar de duisternis van een lange trechter waar hij in ronddraaide, door het rode weefsel van de tijd, en uiteindelijk gleed hij door het tuitje van die trechter het licht weer in.

Hij zat bij zijn vader achterop de fiets, op weg naar de hockeytraining bij Victoria. Hij hield zich aan zijn brede rug vast. Maar hij viel achterover van de bagagedrager, Hij belandde in een bed. Hij lag met heel zijn lompe gewicht op een ranke jonge vrouw, zij had rood haar en haar huid was roomwit. Zij huilde piepend, haar hele lichaam schokte. Hij drong zijn enorme lul in haar, verkrachtte haar. Zijn zak kneep ritmisch samen en hij stootte een dichte zaadwolk in haar uit. Daarna bleef hij haar vasthouden en genoot nog eventjes met dichtgeknepen oogjes van zijn samentrekkingen. Hij zag zichzelf opstaan. Hij zag hoe zij achter zijn rug een mes pakte. Hij zag hoe hij het van haar had afgepakt. Hij voelde hoe hij woedend had toegestoten, hij zag de angst weer in haar ogen. Haar ogen hadden hem verward. Die ogen had hij zijn hele leven voor zich gezien. Vanaf de bodem van elke fles, elk glas hadden ze hem aangestaard.

Hij was eigenlijk dankbaar voor de vage, bevrijdende scherpte onderin zijn buik. Zij had zijn zwart geworden ballen met haar linkerhand naar beneden getrokken zodat de huid strak kwam te staan. Met haar rechterhand sneed zij het zakje met daarin zijn droge ballen net onder het elastiekje los. Het was één vloeiende beweging geweest, zoals zij het had geleerd op de Agrarische Hogeschool van Ljubljana.

“GODVERDOMME LAFAARD! BEN JE NOU AL DOOD?”

Het was ochtend geworden. Zondag 1 november, Allerheiligen. Zij voerde zijn dode balletjes aan een loslopende hond in het plantsoentje bij het metrostation. Ze huilde zachtjes: “dag lieve Mama, tot over een jaar……”

———-

Tekst en zwartwit foto: ©2015 _luckyman_

Kleurenfoto:  ©2013 PhotoNouk

Model: Divine Adrasteia

Divine Adrasteia is ook op Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *