Alle berichten van admin

De Estafette Paradox

Voor ronde 6 van de EWA schrijfmarathon 2017 schreef ik het verhaal ‘De Estafette Paradox.’ De opdracht was: ‘Schrijf een erotisch verhaal van maximaal 450 woorden waarin een dilemma centraal staat.’  Dit verhaal behaalde een gedeelde vijfde plaats in de jurywaardering en werd zestiende in het publieksklassement. 

De Estafette Paradox

De kleedkamer ruikt naar zoete talk en zweet van bange meisjes.

‘Ik was op tijd coach, maar Gabi niet. Die stond te dromen in de transfer zone.’

De blauwe ogen van het meisje worden groot en haar talentvolle pupillen stellen hem de vraag.

‘Je bedoelt dat je betere afspraken wilt, Ulrike? Gabi is onze vierde loopster, dat weet je toch? Je moet het stokje aan háár doorgeven en dat kan alleen als jullie samenwerken als een team. Luister: De laatste loopster moet als eerste over de finish komen en jullie willen allemaal de laatste zijn. Dat noemen we de estafette paradox. Het is het grootste dilemma uit de socialistische sportbeoefening. Maar genoeg theorie voor vandaag. We gaan nu verder aan je techniek werken.’

Ulrike zucht begrijpend en ritst haar donkerblauwe trainingsjack open. Daarna buigt ze zich voorover en knielt voor haar coach op de grond. Ze spreidt haar lange vingers op de startstreep en richt haar gespierde kont omhoog in de richting van de rode vaandels op de staantribune aan de Oostkant. Haar blonde krullen hangen voor haar gezicht. Over haar linkerschouder kijkt ze achterom. Haar billen zijn rond en haar onderrug welft uitnodigend als de schans van het decadente Garmisch Partenkirchen. De coach glijdt met zijn handen langs die witbesneeuwde helling omlaag. Dan grijpt hij haar bij de heupen en trekt haar gladde broekje naar beneden. Wow, denkt hij. Deze kringtraining gaat nauw luisteren. Hij kucht in haar nek.

‘Voel je die tinteling onderin je rug, elke keer als ik je daar wat stretch en oprek? Dat zijn jouw vleugeltjes van lust Ulrike, daarmee zul je naar de finish vliegen. Je hebt de langste benen van de DDR, de donkerrode sintels in de laatste bocht zullen gloeien onder de hitte van je spikes. Voel je het vuur al in je branden?

‘Het vuur coach?’

‘Ja, denk maar aan de Olympische vlam terwijl je zo dadelijk op je onderlip bijt. Morgen ga ik Gabi trainen en daarna Marita en Haike, tot ik jullie alle vier heb geprepareerd voor de Spelen. Vertrouw me maar Ulrike.’

De coach denkt aan het ontluikende blonde snorretje op Ulrikes bovenlip en perst zijn paarse paddo door haar kringspier. Die sluit zich schielijk achter de rand als een sterke mond met zuigeffect. Haar gesmoorde gejammer vertelt de coach dat de training het beoogde effect begint te krijgen. Het loopt gesmeerd. Hij voelt geen weerstand meer. Het prikkeldraad in haar droge endeldarm is weggesmolten, haar dichtgebrande eierstokken kijken vruchteloos aan de zijlijn toe. Hij bijt haar in de gespierde schouderbladen terwijl hij zeven afgepaste porties oefenstof bij haar inbrengt. Het dilemma is opgelost.
De laatste loopster zal het eerste komen en Ulrike zal die laatste zijn.

(

Les Filles Fragiles

France, Département Haut Rhin, 1967

De camping aan het Meer van Kruth-Wildenstein was vol en mijn ouders hadden er net de tent opgezet. Ik zat op het randje van de stuwdam en keek uit over het meer in het licht van de ondergaande zon. Ik had honger en dat was niet zo vreemd. Een jongen van mijn leeftijd had altijd wel honger of trek. Maar verder had ik nergens zin in en zeker niet in het opzetten van een bungalowtent. Het gegniffel van de andere campinggasten om het gedoe van mijn moeder en het gestuntel van mijn vader was gewoon veel te pijnlijk. Aan de andere kant wilde ik zoveel dingen tegelijk dat ik nergens aan toe kwam. Het staren over het stille meer kwam nog het dichtste in de buurt van mijn allerdiepste wens: om alles wat het leven bood nu alvast in één allesomvattend moment te beleven. Zolang ik maar niets deed, hield ik alle mogelijkheden daartoe nog even open. Dat een daarvan zich al snel aan mij zou openbaren, kon ik toen nog niet vermoeden. Lees verder Les Filles Fragiles

As Time Goes By

Voor ronde 5 van de EWA schrijfmarathon 2017 schreef ik het verhaal ‘As Time Goes By.’ De opdracht was: ‘Schrijf een erotisch verhaal van maximaal 400 woorden vanuit het perspectief van een toevallige voorbijganger en maak hierbij gebruik van de ‘Show Don’t Tell techniek.’  Met dit verhaal behaalde ik de tweede plaats in deze ronde.

As Time Goes By

De sigaret bungelt in de mondhoek van de voorbijganger. Het wit van zijn oog is geel, de pupil verwijd, het rood doorlopen. Hij wandelt over de stenen brug, wetend dat zijn leven  inwisselbaar is met dat van de voorbijgangers die hem hier voorgingen. Een koude rilling trekt over zijn rug wanneer hij de streling van hun schaduw voelt.

Een straatlantaarn brandt gele gaten in de mist en twee gestalten doemen op aan de reling van de brug. De voorbijganger vertraagt zijn tred. Vanonder zijn donkere hoed tuurt hij naar een meisje dat een infanterist pijpt. Zij is jong, een leerling-verpleegster misschien. Een enorme soldatenlul hangt uit de gulp van zijn donkerblauwe uniform, het lid richt zich onweerstaanbaar op. Het rekt zich lui uit, vult zich rustig met zijn bloed in het lome ritme van haar zuigende mond. De groene ogen van het meisje schitteren als ze de voorbijganger aankijkt: glijdend met haar mond, draaiend met haar tong, zijn ballen zachtjes wrijvend met haar hand. Haar halflange zakkrabbelende nagels betoveren de soldaat, met haar zorgzame geilheid heeft zij de reus getemd.

Voelt dit meisje het hart van de soldaat al kloppen in haar mond? Datgene wat de voorbijganger niet ziet kleurt hij later met vermoedens in: De samengetrokken ballen, de witte klodders op haar kin, het zaad dat vast bleef plakken aan haar ring. De zoete geur van regen in haar haar, de stank van sigaretten in zijn ruwe, onbeholpen vuist. Het parfum dat zij vanavond draagt en dat hij zal blijven ruiken zolang hij leeft.

 De voorbijganger passeert hen met gespeelde onverschilligheid, stamelt een verontschuldigende groet in het voorbijgaan. Dan kijkt hij nog eenmaal om naar de man en het meisje. Elke avond vereeuwigd en verstrengeld in opeenvolgende verschijningen onder lantaarns op oude bruggen. Een straatmuzikant speelt ‘As time goes by’ op een gedeukte saxofoon; met elke aarzelende noot stelt hij een vraag aan de luisterende voorbijganger. Het antwoord is allang gegeven en ligt ergens tussen de achteloos geworpen munten onderin zijn zwarte open kist.

 Wanneer de voorbijganger thuiskomt verhangt hij zich op de zolder van zijn hospita aan een balk. Zijn levenloze lid staat er ferm van overeind in de plooien van zijn broek. De voorbijganger is een metafoor, alleen staat hij nergens meer voor. Hij doet niet meer mee, blijft nergens meer staan. Zijn lot was enkel om voorbij te gaan.

-/\-

(c) luckymanbooks 2017

Soundtrack: Dexter Gordon: As Time Goes By

De Kalahari Roos – De Inleiding

Begin mei 2017 is de verhalenbundel ‘De Kalahari Roos’ onder mijn naam Emanuel Claessens verschenen bij Uitgeverij Eroscripta. Collega verhalenschrijver Mahotsukai schreef een prachtige inleiding tot het boek, die ik hier graag deel. 

Inleiding: door Mahotsukai

Aan het begin van de twintigste eeuw schreef de Oostenrijkse toneelschrijver Hugo Hofmannsthal een bewerking van de klassieke tragedie Elektra. Het stuk veroorzaakte een schandaal. De belangrijkste oorzaak daarvan lag in Elektra’s beweegredenen voor haar Atridische wraak. Niet langer werden die, zoals traditioneel het geval was, geregisseerd door de goden, maar ze kwamen voort uit haarzelf. (…) de woede en de lust: de vrouw als zelfbewust handelende in plaats van lijdzaam ten onder gaande figuur, een vrouw van sterke, ontembare passie.

Hofmannsthal schreef het stuk in een periode waarin de man in een identiteitscrisis verkeerde. De industrialisatie en de opkomst van machines had een mantel van overbodigheid over de mannelijke spierkracht gedrapeerd. Die leemte dompelde de man niet alleen in een poel van vertwijfeling en radeloosheid, maar bood vrouwen ook een podium om zich met een nieuw zelfbewustzijn aan de wereld te presenteren. Dat was precies wat Elektra deed.

Lilith with a Snake, 1886, John Collier

De personages die Emanuel Claessens in dit boek ten tonele voert lijken uit die periode afkomstig. De vrouwen zijn in de meeste gevallen jong en zelfbewust, niet zelden met rood haar om hun passie en energie te onderstrepen. Hun agenda is soms dubbel en obscuur, en het heeft er alle schijn van dat ze geen man nodig hebben om die te bepalen. Claessens’ mannen daarentegen zijn op het eerste gezicht zoekende. Ze hebben zich neergelegd bij hun afhankelijkheid van zelfbewuste en soms dominante vrouwen, maar dreigen ten prooi te vallen aan hun eigen radeloosheid. Het lijken getormenteerde zielen, die voortdurend worstelen met de vraag hoeveel opoffering van lijf en geest er nodig is om hun zelfvertrouwen te herwinnen. Ze zoeken naar de zin van het bestaan in de soms destructieve interactie met een sterke vrouw.

Maar in de verhalen is weinig zoals het op het eerste gezicht lijkt. Het zou te eenvoudig zijn te stellen dat afhankelijkheid hier eenzijdig is, of dat twijfel gelijk staat aan zwakte. Welbeschouwd is er in Claessens’ erotische verhalen sprake van een delicaat evenwicht van wederkerigheid; in al hun jeugdige energie en prominente aanwezigheid hebben ook zijn vrouwen een toegewijde man nodig voor hun zelfverwerkelijking. Als die man, zoals de auteur het zelf zegt, ‘laat zien hoe graag hij haar ten koste van alles wil hebben’ en dat zelfbewust in praktijk brengt, is de weegschaal in balans.

Het karakter van Claessens’ vertellingen is uniek, ook in de erotische literatuur, en daarmee nauwelijks te categoriseren. Zijn verhalen hebben wortels in het surrealisme en het magisch-realisme, en Claessens speelt voortdurend met de scheidslijn tussen het fantastische en het alledaagse, tussen droom en werkelijkheid, tussen schoonheid en verval. Hij verzint geen nieuwe wereld maar onthult verborgen deuren in een vervreemdende omgeving. De dialogen dragen bij aan die vervreemding; ze zijn vaak aangenaam bizar en doen aan Tarantino denken. Niet zelden blijkt uit die dialogen een sterk onbegrip, en toch slagen de hoofdpersonen erin een intense interactie met elkaar aan te gaan. Claessens houdt ons een bewegende spiegel voor en wij, de lezers, moeten meebewegen om onze reflectie te kunnen blijven zien. Soms is het spiegelbeeld verontrustend, soms lachwekkend verwrongen, soms onscherp. Maar altijd zien we onszelf.

Een andere overeenkomst met het magisch-realisme is Claessens’ maatschappijkritische ondertoon. Alhoewel geen thema’s op zichzelf, zijn zaken als de teloorgang van het kapitalisme, de westerse decadentie in de Derde Wereld, de dubbele moraal van de kerk en de voortdurende aanwezigheid van ‘het systeem’ het decor waartegen de verhalen worden opgevoerd. Dat geeft een extra dimensie aan het leesgenot, net als de variatie in locaties. Ook hier schuwt Claessens het contrast niet. Hij voert de lezer met hetzelfde overtuigende gemak naar een winkeltje op de Rozenlaan als naar een graftombe in Saqqara, om hem vervolgens via de Afrikaanse savanne neer te laten strijken in de Oud Gereformeerde Kerk van Krabbendam. Claessens is er een meester in om die wisselende omgevingen, met veel oog voor detail, op een overtuigende manier te laten versmelten met de vervreemdende sfeer van zijn plots.

Ik zal eerlijk zijn. De eerste keer dat me een verhaal van Claessens onder ogen kwam was ik in de war. Net als bij Hofmannsthal’s publiek was mijn eerste reactie er een van verzet. Inmiddels weet ik dat dat kwam omdat ik uit balans werd gebracht. Dat onbehagen is nooit weggegaan, maar heeft een heel aangenaam karakter gekregen. En is dat niet het kenmerk van een goed schrijver, als die het de lezer op een plezierige manier ongemakkelijk maakt en laat nadenken over hoe dat komt?

De Kalahari Roos is een avontuur om te lezen. Het is geen avontuur voor de faint-hearted. De erotische verleiding in de verhalen is weliswaar een katalysator voor schikking of herschikking van intermenselijke relaties, maar dat maakt haar niet minder expliciet. Met dit werk verwerft Claessens zich wat mij betreft een bijzondere plek in de canon van de Nederlandse erotische literatuur.

-/\-

Mahotsukai schrijft erotica met een vleugje nostalgie en een snufje weemoed. Zijn verhalen zijn te lezen op mahotsukaistories.wordpress.com

De Laatste Kus

Ik schreef het verhaal ‘De Laatste Kus’ voor ronde 3 van de EWA schrijfmarathon 2017. De opdracht was: schrijf een erotisch verhaal van maximaal 250 woorden dat begint met de zin: Zij probeert zich te herinneren wie haar de sleutel heeft gegeven. Dit verhaal behaalde de eerste plaats in deze ronde. Veel leesplezier!

-/\-

De Laatste Kus

Zij probeert zich te herinneren wie haar de sleutel heeft gegeven. Een groep gemaskerde mannen is net in haar cel geweest met een bijbel en een laatste maaltijd voor haar executie van morgen. Toen ze weggingen heeft een van hen haar beetgepakt en in het gezicht gespuugd. Op dat moment drukte hij haar die sleutel in handen.

‘Herberg,’ had hij alleen maar gezegd.

Ze steekt haar hand door de tralies en maakt het slot open. Ze rent naakt de stad in, haar donkere krullen nat van de regen, koude druppels glinsteren in haar donkere schaamhaar. Op blote voeten glijdt ze over de natte keien, tot ze bij de herberg komt in een donkere steeg. De man zwaait de deur open.  ‘Kom,’ zegt hij.

Er staat een houten bed, een flakkerende kaars verlicht het schamele vertrek. In het gele licht ziet ze hem, zijn sterke lijf en zijn felle ogen. Hij grijpt haar beet en zij gaat, dronken van het leven, met hem mee in de roes van lust en geilheid. Hij vervult haar met harde stoten die het warm doen kloppen in haar schoot. Het is een eindeloos orgasme waarop ze wegdeint in opeenvolgende golven die openen en sluiten tot ze langzaam wegebben en ze wegsmelt in zijn laatste kus.

De zon is op en de kaars is uit. Verbijsterd ziet ze dat hij opstaat, zijn masker opdoet en zijn bijl pakt. Dan leidt hij haar met rinkelende ketenen naar buiten, waar de wraakzuchtige meute op haar wacht.

tekst: (c) luckymanbooks 2017

Dancing

Love was light and gentle as the airy breeze that cooled my skin. We danced the Kizomba and I followed her hips swaying before me in a rustling summer dress. It was the first night of my life with Love. We closed our eyes and slumbered in the infinite embrace of each other’s arms, the embers glowing defiantly in the dying flames. Then Love rose and dropped the dark blue cloak of night at her feet. She turned away from the fire and faded, like stars inevitably do in the moment of dawn.

That one time was enough. I still feel Love´s warm droplets of sweat running down the arch of her back, intoxicated by the sweet scent of her perfume, the world whirling around me in the enticing cadence of her hips. Love dances every evening until the day embraces the night and the morning gently kisses her lips. Love won’t let go of me and as long as I hold on to her, life will hold on to me. Isn’t she beautiful? As I sit on the edge of the bed I watch her in my room, a silent space as big as the world. My Love is sleeping there, her eyes are dancing in the rhythm of her dreams.

 

-/\-

I have linked this story to the Wicked Wednesday meme of Marie A. Rebelle´s blog: ‘Rebel´s Notes.’ It is an adaptation of a short entry I wrote in Dutch for the Valentines day writing contest of Editio.nl. The prompt was: ‘write an Ode to Love in no more than 250 words.’ The motto of the contest was: ‘If Love isn´t insane, it isn´t Love.’

 

Kizomba

De liefde was licht als de wind die de haartjes op mijn armen koelde. We dansten kizomba en ik volgde haar heupen die zacht zwaaiend voor me uit draaiden in een wuivende zomerjurk. Het was de eerste nacht waarop ik samen met de liefde leefde. Ik struikelde over stenen, stammen en stronken om haar passen bij te kunnen houden. Toen we voldaan waren sloten we onze ogen en sluimerden in de warme oneindigheid van elkaars armen. Ik merkte niet dat de zon al opkwam, het was nog warm en de laatste kooltjes gloeiden dapper in het dovend vuur.

Toen stond de liefde op en liet de zwartblauwe mantel van de nacht aan haar voeten vallen. Zo verdween ze met de sterren in het ochtendlicht en bleef ze altijd in mijn hart.

Die ene keer was genoeg; ik heb de bezwete huid van de liefde gevoeld en ga door de wereld in het wiegend ritme van haar heupen. De liefde laat niet los, zij houdt mij aan het leven vast. Zo danst de liefde elke avond, tot de dag de nacht omarmt en de ochtend zacht haar lippen kust.  Dan ben ik stil, de liefde slaapt, ik zie haar ogen dansen in het ritme van haar dromen. 

-/\-

‘Kizomba´ is een bewerking van mijn inzending voor de mini-schrijfwedstrijd van Editio.nl. De opdracht was: schrijf een Ode aan de Liefde in niet meer dan 250 woorden. Motto van de wedstrijd was: als liefde niet krankzinnig is, dan is het geen liefde.

Tekst: luckymanbooks (c) 2017

Deus ex Machina nr 159

Begin dit jaar zat ik op een Afrikaans vliegveld te wachten op mijn vlucht naar huis en typte wat indrukken van de reis op mijn laptop. Uiteindelijk groeiden die impressies uit tot een verhaal over een oorlog die door drie hoofdpersonen op politiek, erotisch en spiritueel niveau wordt uitgevochten.  Ik ben trots en blij dat dit verhaal nu is gepubliceerd in het decembernummer (159) van Deus ex Machina, tijdschrift voor actuele literatuur uit binnen- en buitenland.
Het verhaal heet ‘7×7=´ en is nu te lezen in Deus ex Machina.

De Drempel

Het was winter geworden en de lage middagzon scheen door het raam van je werkkamer. Dat licht zette je rode haren in een vurige gloed en deed zelfs de thee in het glas op je werkblad donkerrood oplichten. Op die dag in eind november begon ik het te zien. Ik merkte dat je naar de bobbel in mijn broek keek en dat je ogen mij spottend vastpinden op de drempel van jouw kantoor. Jouw drempel wierp die dag voor het eerst een lange schaduw op de vloer in het licht van de lage zon.  

Ik stond in je deuropening en tuurde met toegeknepen ogen in het licht. Het was niet zo dat ik niet naar binnen durfde. Nee, zo simpel was het niet. Het was veel groter dan dat. Het had te maken met de manier waarop de wereld, jouw kantoor en mijn plek daarin, was geordend. Ik zag de middagzon, je ogen, je rode haar en het licht in het theeglas. Dat glas was transparant, maar binnen in dat glas, vanuit het zakje op de bodem, kringelde ons geheim als een donker wolkje naar boven. Met elke minuut die verstreek werd de thee sterker en sterker. Nee, vanaf die winterdag was het gewoon niet meer in de orde der dingen dat ik je kantoor zou binnenlopen.

Het glas kleurde rood van de sterk getrokken thee en je nam een klein teugje van de dampende drank. Ik had wel door dat jij toen al heel goed wist wat voor een man ik was. Maar je hield die kennis voor jezelf. Ik merkte wat je voelde en ik voelde wat je wist. Dat was genoeg.  Jij en ik hadden er geen woorden voor nodig. Wie wij waren, werd elke dag even zichtbaar tijdens die korte momentjes waarop we telkens weer ons spelletje speelden. Dat kleine spel waarin ik probeerde je kantoor binnen te stappen en jouw ogen me tegenhielden op de drempel.

Je blik was hard als glas en dwaalde steeds weer af naar het kruis waar mijn piemeltje zich voor je had verstopt. Af en toe moest jij gewoon je overwicht op iemand als ik laten gelden. Jij had dat nodig en ik zag dat je er van genoot. Ik ben er nog steeds trots op dat ik jou dat gevoel heb kunnen geven. Eigenlijk deed ik helemaal niets. Ik hoefde alleen maar net zolang te draaien en te dralen op de drempel van jouw kantoor tot jouw ogen me hadden overwonnen. Er was maar zo weinig voor nodig en tegelijkertijd zoveel: je kantoor, je glas met de warme donkerrode thee, je ogen en de lange schaduw van de lage drempel in de late middagzon. Er was niets geiler dan mijn onvermijdelijke nederlaag, niets bevredigender dan jouw triomfantelijke ogen die mij elke dag opnieuw bedwongen na een korte, ongelijke strijd.  

Zo speelden we maandenlang in de schaduw van de drempel, in de warme kleuren van je middagthee. Jij wist het en ik wist het, jij dronk je thee en ik werd dronken van je ogen. De waarheid tussen jou en mij was teer en breekbaar en kon alleen bestaan als zij verzwegen bleef. Als we naar elkaar keken hing die spanning als een subtiel parfum in de lucht. Ik kon het niet pakken, zelfs jij kon het niet zien. De schittering in jouw ogen wakkerde mijn verlangen aan, je zijdezachte stem bracht me in een verrukkelijke trance. Het was de winter van je ogen, de zon door de ramen, het glas rode thee op je bureau. Maar het was vooral de winter van de drempel en de lange schaduw. De drempel die ons samenbracht, juist door ons uit elkaar te houden. Zo bewaarden wij dit kleine dagelijkse wonder in een stilte, die soms alleen verbroken werd door het gehakkel van mijn onbeholpen tong. 

“Ik eh…ik dacht alleen…misschien wou je…kan ik je misschien nog een kopje thee brengen?”

-/\-

(c) 2016 luckymanbooks

Dit is een uitwerking van een kort verhaaltje met de titel The Treshold dat ik eerder in het Engels schreef voor de Wicked Wednesday meme op het blog van Marie A. Rebelle: Rebel´s Notes.