Celestio´s Bibliotheek

Pater Celestio staarde vanuit het raam van de kloosterbibliotheek naar de donkere heuvels aan de horizon. Daar stak het silhouet van een brandende stad grimmig af tegen de avondlucht, de vlammen sloegen uit de ramen van de huizen en gele vonken schoten de zwarte hemel in. De bewoners waren de stad voor de duivel ontvlucht en hadden hun toevlucht gezocht in de landerijen rondom het klooster. Voor de poort van de abdij was een kleine markt ontstaan waar werd gezongen, gedronken en gedanst. De geur van bier en verse broden steeg uit de kramen op, vermengd met de scherpe geur van het brandhout in de ovens.
Het waren turbulente tijden maar in het klooster had pater Celestio zich voorgenomen om alles stevig onder controle te houden. Zo had hij bijvoorbeeld enkele timmerlieden opdracht gegeven om vlak onder het raam van zijn bibliotheek een galg op te richten. Met voldoening en welbehagen keek hij een tijdje naar de voortgang van dit werk. Daarna sloot hij zorgvuldig de drie luiken van de bibliotheek en schoof glimlachend de zware grendels dicht.

Nu draaide hij zich om en keek begerig naar de jonge vrouw die hij in een grote kooi midden in de kloosterbibliotheek gevangen hield. Het was Annecke, een jonge dienstmaagd die door enkele kooplieden was beschuldigd van diefstal van een kruik wijn. Na een kort proces, waarin de ongelukkige zich niet tegen deze beschuldiging had kunnen verweren omdat haar leugenachtige tong in een ijzeren masker zat geklemd, was ze veroordeeld tot dwangopvoeding in het particuliere tuchthuis van de pater. Dit betekende in de praktijk dat zowel de duur als de omstandigheden van haar opsluiting af zouden hangen van haar gedrag. De beoordeling hiervan werd volledig aan pater Celestio toevertrouwd, een grote verantwoordelijkheid die hij namens de Kerk echter graag op zich nam.
De kooplieden hadden vandaag een bediende naar het klooster gestuurd, die Celestio als blijk van hun waardering een kruik wijn en een stuk gezouten geitenvlees kwam brengen. Dit was een sympathiek gebaar dat hij opvatte als een aanmoediging om de gevangene zo zwaar en zo langdurig mogelijk te tuchtigen. Op zijn beurt gaf Celestio de bediende knipogend een stapeltje aflaten mee voor de kooplieden en burgers in de stad.  Lees verder Celestio´s Bibliotheek

Verhaal in Extaze

Vorig jaar schreef ik een synopsis voor een denkbeeldige film als opdracht voor een schrijfcursus. In de weken daarna  werkte ik het uit tot een kort verhaal met de titel: Speak How You Feel.
Ik ben trots en blij dat literair tijdschrift Extaze dit verhaal binnenkort op hun website gaat plaatsen. Dit zal zo rond 1 februari gebeuren, nog even geduld dus. Link volgt!

Gierik & NVT nummer 136

Vorig jaar schreef ik een erotisch verhaal over een hoogbejaarde dame met de titel ´Zico.´ Haar ontdekkingstocht door ruimte en tijd is nu gepubliceerd in Gierik & NVT,  tijdschrift voor literatuur.  Ik ben heel blij met deze publicatie. Ziet er puik uit met een prachtige illustratie en ik dank hier graag Gierik voor het publiceren van deze bizarre maar wonderschone vertelling.

Boekpresentatie De Kalahari Roos

Op een winderige en enigszins zwoele avond, in het pand van de Social Impact Factory midden in de stad Utrecht, vond op 29 juni de lancering van uitgeverij EroScripta en de presentatie van mijn verhalenbundel ‘De Kalahari Roos’ plaats.

Het publiek was divers en onder de aanwezigen telden we één van Nederlands eerste pornografen en auteur van ‘De Condoom Vertellingen’ Willem van Batenburg (tevens regisseur van de eerste avondvullende Nederlandse erotische film Pruimenbloesem). Ook Hans Jacobs, oud-journalist en zelf auteur van prachtige boekjes (Walhalla) en Odile Schmidt (auteur, dichter en schrijfcoach bij Schrijven Online) maakten hun opwachting, evenals de eroticist die onder het pseudoniem ‘Mahotsukai’ zelf prachtige verhalen maakt en de inleiding tot de Kalahari Roos schreef. Verder Priscilla Van, eigenaresse van  een ‘classy’ erotische winkel in Zwolle en verschillende dichters en schrijvers die zijn aangesloten bij EWA (erotic writers and artists).
Ik werd gepresenteerd als de controversiële auteur Emanuel Claessens, die met deze eerste publicatie in het genre erotisch surrealisme de toon zet voor de richting die uitgeefster Liza Daen met EroScripta op wil.
Odile Schmidt schreef het voorwoord voor mijn boek en las dit als introductie persoonlijk voor. ‘Er gebeurt meer dan erotiek alleen,’ zei ze. ‘De Kalahari Roos’ is volgens haar: ‘Een frisse duik in het onderbewuste en een heldhaftig wegjagen van taboes.’
Toen was ik aan de beurt om een verhaal uit mijn bundel voor te lezen. Het was moeilijk een keuze te maken en uiteindelijk werd het ‘Ruitenboer.’  Elk verhaal heeft zo zijn eigen uitdaging; in ‘Ruitenboer’ staat bijvoorbeeld een Poolse zin die uiteraard foutloos uitgesproken moest worden…. Je zag de aanwezigen denken: ‘Bestaat die mysterieuze Poolse dame nu echt of leeft zij alleen in de fantasie van de man die haar aanbidt?’ Een man die alles voor haar over heeft, zelfs het zoeken naar een oorbel in de afvalcontainers onderin een enigszins verlopen flatgebouw? ‘Zoek in het afval Leon. Alleen daar kun je iets van waarde vinden. Het gaat om de moeite die je voor mij wilt doen. Alleen daarom.’
Na het voorlezen – vanaf een e-reader – had het publiek gelegenheid tot vragen stellen aan de uitgever en mijzelf. De vragenronde leidde tot een boeiende discussie over het huidige lees- en publicatie klimaat in Nederland. De aanwezigen constateren dat er nog te weinig aandacht is voor Nederlandstalige erotica-auteurs. Onbekend maakt onbemind. Uitgevers nemen weinig risico en houden het vaak bij de grote vertaalde kaskrakers zoals 50 tinten. Literotica op haar beurt wordt al snel geassocieerd met pornografische lectuur en daarmee afgekeurd. Zonde, constateren wij, want er zijn zeer goede auteurs van erotica te vinden die absoluut de moeite lonen ze te lezen.
EroScripta verwacht binnen enkele weken Liza Daen’s derde bundel ‘Lustkronieken 3’ te lanceren en in het najaar twee werken van nog niet nader geïdentificeerde auteurs.
Met deze lancering is de kop eraf. Een geslaagde start van Eroscripta en een prima avond, die zeker vraagt om een vervolg.

Lees het verslag van Odile Schmidt hier!

As Time Goes By

Voor ronde 5 van de EWA schrijfmarathon 2017 schreef ik het verhaal ‘As Time Goes By.’ De opdracht was: ‘Schrijf een erotisch verhaal van maximaal 400 woorden vanuit het perspectief van een toevallige voorbijganger en maak hierbij gebruik van de ‘Show Don’t Tell techniek.’  Met dit verhaal behaalde ik de tweede plaats in deze ronde.

As Time Goes By

De sigaret bungelt in de mondhoek van de voorbijganger. Het wit van zijn oog is geel, de pupil verwijd, het rood doorlopen. Hij wandelt over de stenen brug, wetend dat zijn leven  inwisselbaar is met dat van de voorbijgangers die hem hier voorgingen. Een koude rilling trekt over zijn rug wanneer hij de streling van hun schaduw voelt.

Een straatlantaarn brandt gele gaten in de mist en twee gestalten doemen op aan de reling van de brug. De voorbijganger vertraagt zijn tred. Vanonder zijn donkere hoed tuurt hij naar een meisje dat een infanterist pijpt. Zij is jong, een leerling-verpleegster misschien. Een enorme soldatenlul hangt uit de gulp van zijn donkerblauwe uniform, het lid richt zich onweerstaanbaar op. Het rekt zich lui uit, vult zich rustig met zijn bloed in het lome ritme van haar zuigende mond. De groene ogen van het meisje schitteren als ze de voorbijganger aankijkt: glijdend met haar mond, draaiend met haar tong, zijn ballen zachtjes wrijvend met haar hand. Haar halflange zakkrabbelende nagels betoveren de soldaat, met haar zorgzame geilheid heeft zij de reus getemd.

Voelt dit meisje het hart van de soldaat al kloppen in haar mond? Datgene wat de voorbijganger niet ziet kleurt hij later met vermoedens in: De samengetrokken ballen, de witte klodders op haar kin, het zaad dat vast bleef plakken aan haar ring. De zoete geur van regen in haar haar, de stank van sigaretten in zijn ruwe, onbeholpen vuist. Het parfum dat zij vanavond draagt en dat hij zal blijven ruiken zolang hij leeft.

 De voorbijganger passeert hen met gespeelde onverschilligheid, stamelt een verontschuldigende groet in het voorbijgaan. Dan kijkt hij nog eenmaal om naar de man en het meisje. Elke avond vereeuwigd en verstrengeld in opeenvolgende verschijningen onder lantaarns op oude bruggen. Een straatmuzikant speelt ‘As time goes by’ op een gedeukte saxofoon; met elke aarzelende noot stelt hij een vraag aan de luisterende voorbijganger. Het antwoord is allang gegeven en ligt ergens tussen de achteloos geworpen munten onderin zijn zwarte open kist.

 Wanneer de voorbijganger thuiskomt verhangt hij zich op de zolder van zijn hospita aan een balk. Zijn levenloze lid staat er ferm van overeind in de plooien van zijn broek. De voorbijganger is een metafoor, alleen staat hij nergens meer voor. Hij doet niet meer mee, blijft nergens meer staan. Zijn lot was enkel om voorbij te gaan.

-/\-

(c) luckymanbooks 2017

Soundtrack: Dexter Gordon: As Time Goes By

De Kalahari Roos – De Inleiding

Begin mei 2017 is de verhalenbundel ‘De Kalahari Roos’ onder mijn naam Emanuel Claessens verschenen bij Uitgeverij Eroscripta. Collega verhalenschrijver Mahotsukai schreef een prachtige inleiding tot het boek, die ik hier graag deel. 

Inleiding: door Mahotsukai

Aan het begin van de twintigste eeuw schreef de Oostenrijkse toneelschrijver Hugo Hofmannsthal een bewerking van de klassieke tragedie Elektra. Het stuk veroorzaakte een schandaal. De belangrijkste oorzaak daarvan lag in Elektra’s beweegredenen voor haar Atridische wraak. Niet langer werden die, zoals traditioneel het geval was, geregisseerd door de goden, maar ze kwamen voort uit haarzelf. (…) de woede en de lust: de vrouw als zelfbewust handelende in plaats van lijdzaam ten onder gaande figuur, een vrouw van sterke, ontembare passie.

Hofmannsthal schreef het stuk in een periode waarin de man in een identiteitscrisis verkeerde. De industrialisatie en de opkomst van machines had een mantel van overbodigheid over de mannelijke spierkracht gedrapeerd. Die leemte dompelde de man niet alleen in een poel van vertwijfeling en radeloosheid, maar bood vrouwen ook een podium om zich met een nieuw zelfbewustzijn aan de wereld te presenteren. Dat was precies wat Elektra deed.

Lilith with a Snake, 1886, John Collier

De personages die Emanuel Claessens in dit boek ten tonele voert lijken uit die periode afkomstig. De vrouwen zijn in de meeste gevallen jong en zelfbewust, niet zelden met rood haar om hun passie en energie te onderstrepen. Hun agenda is soms dubbel en obscuur, en het heeft er alle schijn van dat ze geen man nodig hebben om die te bepalen. Claessens’ mannen daarentegen zijn op het eerste gezicht zoekende. Ze hebben zich neergelegd bij hun afhankelijkheid van zelfbewuste en soms dominante vrouwen, maar dreigen ten prooi te vallen aan hun eigen radeloosheid. Het lijken getormenteerde zielen, die voortdurend worstelen met de vraag hoeveel opoffering van lijf en geest er nodig is om hun zelfvertrouwen te herwinnen. Ze zoeken naar de zin van het bestaan in de soms destructieve interactie met een sterke vrouw.

Maar in de verhalen is weinig zoals het op het eerste gezicht lijkt. Het zou te eenvoudig zijn te stellen dat afhankelijkheid hier eenzijdig is, of dat twijfel gelijk staat aan zwakte. Welbeschouwd is er in Claessens’ erotische verhalen sprake van een delicaat evenwicht van wederkerigheid; in al hun jeugdige energie en prominente aanwezigheid hebben ook zijn vrouwen een toegewijde man nodig voor hun zelfverwerkelijking. Als die man, zoals de auteur het zelf zegt, ‘laat zien hoe graag hij haar ten koste van alles wil hebben’ en dat zelfbewust in praktijk brengt, is de weegschaal in balans.

Het karakter van Claessens’ vertellingen is uniek, ook in de erotische literatuur, en daarmee nauwelijks te categoriseren. Zijn verhalen hebben wortels in het surrealisme en het magisch-realisme, en Claessens speelt voortdurend met de scheidslijn tussen het fantastische en het alledaagse, tussen droom en werkelijkheid, tussen schoonheid en verval. Hij verzint geen nieuwe wereld maar onthult verborgen deuren in een vervreemdende omgeving. De dialogen dragen bij aan die vervreemding; ze zijn vaak aangenaam bizar en doen aan Tarantino denken. Niet zelden blijkt uit die dialogen een sterk onbegrip, en toch slagen de hoofdpersonen erin een intense interactie met elkaar aan te gaan. Claessens houdt ons een bewegende spiegel voor en wij, de lezers, moeten meebewegen om onze reflectie te kunnen blijven zien. Soms is het spiegelbeeld verontrustend, soms lachwekkend verwrongen, soms onscherp. Maar altijd zien we onszelf.

Een andere overeenkomst met het magisch-realisme is Claessens’ maatschappijkritische ondertoon. Alhoewel geen thema’s op zichzelf, zijn zaken als de teloorgang van het kapitalisme, de westerse decadentie in de Derde Wereld, de dubbele moraal van de kerk en de voortdurende aanwezigheid van ‘het systeem’ het decor waartegen de verhalen worden opgevoerd. Dat geeft een extra dimensie aan het leesgenot, net als de variatie in locaties. Ook hier schuwt Claessens het contrast niet. Hij voert de lezer met hetzelfde overtuigende gemak naar een winkeltje op de Rozenlaan als naar een graftombe in Saqqara, om hem vervolgens via de Afrikaanse savanne neer te laten strijken in de Oud Gereformeerde Kerk van Krabbendam. Claessens is er een meester in om die wisselende omgevingen, met veel oog voor detail, op een overtuigende manier te laten versmelten met de vervreemdende sfeer van zijn plots.

Ik zal eerlijk zijn. De eerste keer dat me een verhaal van Claessens onder ogen kwam was ik in de war. Net als bij Hofmannsthal’s publiek was mijn eerste reactie er een van verzet. Inmiddels weet ik dat dat kwam omdat ik uit balans werd gebracht. Dat onbehagen is nooit weggegaan, maar heeft een heel aangenaam karakter gekregen. En is dat niet het kenmerk van een goed schrijver, als die het de lezer op een plezierige manier ongemakkelijk maakt en laat nadenken over hoe dat komt?

De Kalahari Roos is een avontuur om te lezen. Het is geen avontuur voor de faint-hearted. De erotische verleiding in de verhalen is weliswaar een katalysator voor schikking of herschikking van intermenselijke relaties, maar dat maakt haar niet minder expliciet. Met dit werk verwerft Claessens zich wat mij betreft een bijzondere plek in de canon van de Nederlandse erotische literatuur.

-/\-

Mahotsukai schrijft erotica met een vleugje nostalgie en een snufje weemoed. Zijn verhalen zijn te lezen op mahotsukaistories.wordpress.com

Dancing

Love was light and gentle as the airy breeze that cooled my skin. We danced the Kizomba and I followed her hips swaying before me in a rustling summer dress. It was the first night of my life with Love. We closed our eyes and slumbered in the infinite embrace of each other’s arms, the embers glowing defiantly in the dying flames. Then Love rose and dropped the dark blue cloak of night at her feet. She turned away from the fire and faded, like stars inevitably do in the moment of dawn.

That one time was enough. I still feel Love´s warm droplets of sweat running down the arch of her back, intoxicated by the sweet scent of her perfume, the world whirling around me in the enticing cadence of her hips. Love dances every evening until the day embraces the night and the morning gently kisses her lips. Love won’t let go of me and as long as I hold on to her, life will hold on to me. Isn’t she beautiful? As I sit on the edge of the bed I watch her in my room, a silent space as big as the world. My Love is sleeping there, her eyes are dancing in the rhythm of her dreams.

 

-/\-

I have linked this story to the Wicked Wednesday meme of Marie A. Rebelle´s blog: ‘Rebel´s Notes.’ It is an adaptation of a short entry I wrote in Dutch for the Valentines day writing contest of Editio.nl. The prompt was: ‘write an Ode to Love in no more than 250 words.’ The motto of the contest was: ‘If Love isn´t insane, it isn´t Love.’

 

Kizomba

De liefde was licht als de wind die de haartjes op mijn armen koelde. We dansten kizomba en ik volgde haar heupen die zacht zwaaiend voor me uit draaiden in een wuivende zomerjurk. Het was de eerste nacht waarop ik samen met de liefde leefde. Ik struikelde over stenen, stammen en stronken om haar passen bij te kunnen houden. Toen we voldaan waren sloten we onze ogen en sluimerden in de warme oneindigheid van elkaars armen. Ik merkte niet dat de zon al opkwam, het was nog warm en de laatste kooltjes gloeiden dapper in het dovend vuur.

Toen stond de liefde op en liet de zwartblauwe mantel van de nacht aan haar voeten vallen. Zo verdween ze met de sterren in het ochtendlicht en bleef ze altijd in mijn hart.

Die ene keer was genoeg; ik heb de bezwete huid van de liefde gevoeld en ga door de wereld in het wiegend ritme van haar heupen. De liefde laat niet los, zij houdt mij aan het leven vast. Zo danst de liefde elke avond, tot de dag de nacht omarmt en de ochtend zacht haar lippen kust.  Dan ben ik stil, de liefde slaapt, ik zie haar ogen dansen in het ritme van haar dromen. 

-/\-

‘Kizomba´ is een bewerking van mijn inzending voor de mini-schrijfwedstrijd van Editio.nl. De opdracht was: schrijf een Ode aan de Liefde in niet meer dan 250 woorden. Motto van de wedstrijd was: als liefde niet krankzinnig is, dan is het geen liefde.

Tekst: luckymanbooks (c) 2017

Deus ex Machina nr 159

Begin dit jaar zat ik op een Afrikaans vliegveld te wachten op mijn vlucht naar huis en typte wat indrukken van de reis op mijn laptop. Uiteindelijk groeiden die impressies uit tot een verhaal over een oorlog die door drie hoofdpersonen op politiek, erotisch en spiritueel niveau wordt uitgevochten.  Ik ben trots en blij dat dit verhaal nu is gepubliceerd in het decembernummer (159) van Deus ex Machina, tijdschrift voor actuele literatuur uit binnen- en buitenland.
Het verhaal heet ‘7×7=´ en is nu te lezen in Deus ex Machina.