De Drempel

Het was winter geworden en de lage middagzon scheen door het raam van je werkkamer. Dat licht zette je rode haren in een vurige gloed en deed zelfs de thee in het glas op je werkblad donkerrood oplichten. Op die dag in eind november begon ik het te zien. Ik merkte dat je naar de bobbel in mijn broek keek en dat je ogen mij spottend vastpinden op de drempel van jouw kantoor. Jouw drempel wierp die dag voor het eerst een lange schaduw op de vloer in het licht van de lage zon.  

Ik stond in je deuropening en tuurde met toegeknepen ogen in het licht. Het was niet zo dat ik niet naar binnen durfde. Nee, zo simpel was het niet. Het was veel groter dan dat. Het had te maken met de manier waarop de wereld, jouw kantoor en mijn plek daarin, was geordend. Ik zag de middagzon, je ogen, je rode haar en het licht in het theeglas. Dat glas was transparant, maar binnen in dat glas, vanuit het zakje op de bodem, kringelde ons geheim als een donker wolkje naar boven. Met elke minuut die verstreek werd de thee sterker en sterker. Nee, vanaf die winterdag was het gewoon niet meer in de orde der dingen dat ik je kantoor zou binnenlopen.

Het glas kleurde rood van de sterk getrokken thee en je nam een klein teugje van de dampende drank. Ik had wel door dat jij toen al heel goed wist wat voor een man ik was. Maar je hield die kennis voor jezelf. Ik merkte wat je voelde en ik voelde wat je wist. Dat was genoeg.  Jij en ik hadden er geen woorden voor nodig. Wie wij waren, werd elke dag even zichtbaar tijdens die korte momentjes waarop we telkens weer ons spelletje speelden. Dat kleine spel waarin ik probeerde je kantoor binnen te stappen en jouw ogen me tegenhielden op de drempel.

Je blik was hard als glas en dwaalde steeds weer af naar het kruis waar mijn piemeltje zich voor je had verstopt. Af en toe moest jij gewoon je overwicht op iemand als ik laten gelden. Jij had dat nodig en ik zag dat je er van genoot. Ik ben er nog steeds trots op dat ik jou dat gevoel heb kunnen geven. Eigenlijk deed ik helemaal niets. Ik hoefde alleen maar net zolang te draaien en te dralen op de drempel van jouw kantoor tot jouw ogen me hadden overwonnen. Er was maar zo weinig voor nodig en tegelijkertijd zoveel: je kantoor, je glas met de warme donkerrode thee, je ogen en de lange schaduw van de lage drempel in de late middagzon. Er was niets geiler dan mijn onvermijdelijke nederlaag, niets bevredigender dan jouw triomfantelijke ogen die mij elke dag opnieuw bedwongen na een korte, ongelijke strijd.  

Zo speelden we maandenlang in de schaduw van de drempel, in de warme kleuren van je middagthee. Jij wist het en ik wist het, jij dronk je thee en ik werd dronken van je ogen. De waarheid tussen jou en mij was teer en breekbaar en kon alleen bestaan als zij verzwegen bleef. Als we naar elkaar keken hing die spanning als een subtiel parfum in de lucht. Ik kon het niet pakken, zelfs jij kon het niet zien. De schittering in jouw ogen wakkerde mijn verlangen aan, je zijdezachte stem bracht me in een verrukkelijke trance. Het was de winter van je ogen, de zon door de ramen, het glas rode thee op je bureau. Maar het was vooral de winter van de drempel en de lange schaduw. De drempel die ons samenbracht, juist door ons uit elkaar te houden. Zo bewaarden wij dit kleine dagelijkse wonder in een stilte, die soms alleen verbroken werd door het gehakkel van mijn onbeholpen tong. 

“Ik eh…ik dacht alleen…misschien wou je…kan ik je misschien nog een kopje thee brengen?”

-/\-

(c) 2016 luckymanbooks

Dit is een uitwerking van een kort verhaaltje met de titel The Treshold dat ik eerder in het Engels schreef voor de Wicked Wednesday meme op het blog van Marie A. Rebelle: Rebel´s Notes.

Tijdens het schrijven van dit verhaaltje heb ik o.a. geluisterd naar: Heaven by Talking Heads (1979).