Space

Kommandant?

Ja, jij bent de Kommandant. Laten we dat scenario spelen. Ik doe wat jij me opdraagt. Je schreeuwt bevelen naar me. Jij speldt een onderscheiding op mijn naakte borst.  Ik bloed onder de speld maar voel geen pijn want ik heb het verdiend en ik ben trots. Mijn pupillen zijn groot en zwart, ik zie hun reflectie in de spiegelende glazen van je zonnebril. Je ontdekt nieuwe werelden in die blik in mijn ogen.

Parachute?

Later. Maar eerst word ik gelanceerd en mijn eigen gewicht verplettert mij. Dan zit ik in een helverlichte capsule. De ruimte daarbuiten is donker, maar in een straal van 1 meter rondom me is het licht. En daar, in die cirkel van licht, sta jij. Jij draait om me heen en mijn vizier volgt je. De werelden draaien onder ons door. De hitte in de capsule stijgt. Ik zie dat je het warm krijgt, je zweet.  In close-up loopt je make-up door. Je haar hangt in warme, natte sliertjes voor je gezicht. Mijn bloed druipt langs de binnenkant van mijn dijen. Daar gloeit het, ik weet niet precies wat je hebt gedaan.

Ik kijk door het kleine ronde raampje naar buiten waar alles donker is. Je gooit bliksemstralen naar me. Ik hoor de klappen van de donder nog wel, maar voel de steek van de flitsen steeds minder. De inslagkraters op mijn huidoppervlak rijgen zich aaneen tot lange richels. Mijn bloed regent uit de hemel en kleurt het water van de manen rood.

Bloed?

Ja, dat moet zo zijn. Je kijkt uitdagend naar het bloed dat uit mijn wonden stroomt.. Je smeert het aan je vingers, veegt het af aan mijn gezicht en stopt het in mijn mond. Ik proef eerst staal, dan ijzer, uiteindelijk roest. Ik ben roodstroperig vel. Ik daag je uit. Mijn bloed vloeit goedkoop, ik kan zo nieuwe druppels voor je maken. Ik vervloek de ingenieurs die mij in dit wrakke ruimteschip, mijn lijf, mijn lichaam, hebben gestopt. Ja, dat was een metafoor voor God, je hoorde me toch vloeken? Als je me mijn bloed hebt laten proeven, moet ik huilen.

Begin? Einde?

Het is nog niet begonnen. Maar het begint met de lancering en het eindigt met de terugkeer uit de ruimte, de val uit de hemel. Daartussenin ontmoeten wij elkaar. En aan het einde hoor jij alleen mijn oorverdovende ademhaling. De littekens op mijn huid vervloeien als de draaiende Rode Vlek op Jupiter.

Dat begrijp ik niet.

Klopt. Je kunt het niet begrijpen omdat je het nog niet gedaan hebt. En het kan niet gebeuren zonder dat jij het doet. Zie het als een nieuwe dag. Het begint met de zonsopgang en eindigt met zonsondergang. Dat is het kader dat jij wilt gaan kleuren met mijn bloed.

“Zullen we dan maar gaan spelen?”

“Ja, laten we gaan spelen.”

–/\–

Ⓒ luckyman 2015

 

De Scooter

Als Manon aan komt rijden op haar witte scooter rekt hij zich uit om een glimp van haar op te vangen. Ze stapt af en wil haar scooter op slot zetten, maar daarvoor moet zij zich voorover buigen. Haar zwarte jack trekt zo een beetje omhoog en haar spijkerbroek ietsje naar beneden. Zo ontbloot zij een stuk van haar witte rug in het niemandsland tussen jack en broek.

Maar het wordt nog beter. Ze worstelt met het onwillige slot, misschien heeft zij even het verkeerde sleuteltje in haar hand. Haar rugspieren rekken mee wanneer ze voorover buigt. Hij ziet haar gave huid en ruggengraat daaronder. Hij ziet dat, kan het bijna zelf voelen. Ja verdomd, hij voelt het als een lichte tinteling, diep binnenin zijn harige zak.  Hij ziet de witte scooter, de spijkerbroek, het zwarte jack. Hij ziet hoe haar lange rugspieren zich lenig aanspannen als zij zich weer strekt om rechtop te gaan staan. Als zij overeind  komt, steekt haar bolle gespierde kont uitnodigend naar achteren. lees hier verder

De twee minuten man

Hij stapte opgelucht vanuit de zinderende stoffige hitte van de stad het koele airconditioned hotel binnen. In de lobby was het aangenaam en rustig. Gezellig was misschien wat te veel gezegd, maar in ieder geval was hier op de begane grond alles nog onder controle. Hij liep langs de receptie zonder opgemerkt te worden en langs de ingang van het restaurant zonder dat iemand hem zag. De hele middag was hij bewust bezig geweest om ongezien te zijn, te wandelen zonder zijn schaduw te werpen op het hete asfalt van de straten in de stad. Hij liep stil, zonder te ademen, langs het snuisterijen winkeltje en ging discreet, zonder enig geluid te maken de trap af naar de kapsalon. Hij wist niet echt goed wat hem daar te wachten stond, maar één ding stond wel vast. En dat was dat niemand hem vanmiddag had gezien. Of beter gezegd: dat de mensen die hem toch in het voorbijgaan hadden opgemerkt niet wisten waar hij heen ging en dat op zijn bestemming niemand zou weten waar hij vandaan kwam. Bovendien zou op deze vrije dag niemand hem missen. Dat had de vrouw, die hem dit adres had gegeven, hem op het hart gedrukt. “Zorg dat niemand je ziet. Zorg dat niemand weet wat je gaat doen”, had ze gezegd.

Hij had haar ontmoet in een Libanees restaurant in het centrum van de stad. Het was al snel heel gezellig geworden. Zij was een goedgevormde brunette met haar dat frivool krulde, groene ogen en een knap, fascinerend gezicht. Haar lichaam zat strak in haar blauwe mantelpakje. Toen zij even naar de wc was gegaan, keek hij naar haar wegwandelende ronde kont. Toen zij hem had verteld dat er recent een paar ondergrondse bordelen waren geopend, had hij aandachtig geluisterd. Tot in detail had zij hem verteld hoe die waren georganiseerd en hoe die er keer op keer weer in slaagden de autoriteiten in te palmen.

Hij was haar dankbaar voor al die informatie.  Hij was inmiddels de trap afgelopen en in de onderaardse catacomben kwam hij, precies zoals zij hem had gezegd, bij de ingang van een kapperszaak in het souterrain. Er stonden een paar witte plastic stoeltjes voor de glazen schuifdeur bij de ingang. Het was er benauwd, vochtig en het rook er naar een mengsel van de allergoedkoopste eau de cologne en zurig zweet. Hij stapte naar binnen. In de zaak stonden drie verschrikkelijk mooie vrouwen te niksen.

“Goede middag,” groette hij voorzichtig.

“Goede middag,” antwoordden de vrouwen in koor.

Hij had verwacht dat hij discreet naar een kamertje geleid zou worden, dat de vrouwen direct zouden begrijpen wat hij kwam doen. Hij had verwacht dat hij dan even zou moeten wachten tot er een prachtige exotische prinses bij hem geroepen zou worden. Hij dacht dat men hem zo snel mogelijk uit het zicht, achter een of ander gordijn, zou willen laten verdwijnen. Want zelfs hier, in deze slecht verlichte ondergrondse zaak, voelde hij zich nog steeds kwetsbaar en zichtbaar.

“Eerst betalen. Eerst betalen, dan verder komen”.

“Goed, hoeveel moet..”

“Hoeveel heb je bij je?”

Hij begon te tellen hoeveel geld hij in zijn portemonnee had, maar kon door de zenuwen de verschillende briefjes niet uit elkaar houden. Hij wilde overnieuw beginnen met tellen..

“Laat eens kijken. Geef je portemonnee eens”.

Hij schrok. Ineens voelde het niet meer goed.  Hij wilde eigenlijk wel weer weg, terug naar zijn eigen hotel.

“OOgggghhhhhh Shit!”

Onverwacht kreeg hij vanuit het niets een bijtend goedje in zijn ogen gespoten. Verblind wilde hij vluchten en hij rende in de richting waar hij de deur vermoedde. Hij struikelde over een van de plastic stoelen, viel hard tegen de grond. De vrouwen wierpen zich op hem, trokken een kap over zijn hoofd. Binnen in die kap rook hij een prikkelende, bedwelmende geur.

Hoe lang hij buiten westen was geweest, wist hij niet, maar toen hij weer bij zijn positieven kwam, was hij naakt. Hij hoorde nog net hoe handboeien achter zijn rug werden vastgeklikt. Toen hij overeind werd gesleurd, merkte hij dat zijn enkels aan elkaar waren vastgemaakt met een zware ketting. Zo werd hij geblindeerd en geboeid door een lange gang geleid. Zijn zachte, naakte voetzolen voelden grove granieten tegels. De rinkelende ketting sleepte over de grond. Het was kil en het besef naakt te zijn gaf hem kippenvel. In de verte hoorde hij een aanzwellend geroezemoes van vrouwenstemmen. Hij voelde hoe hij op een andere vloer stapte, een vloer van ruw afgewerkt cement. Een bewaakster trok de kap van zijn hoofd.

Hij stond in een grote zaal vol vrouwen uit alle windstreken. Hij werd onder dwang naar een podium geleid door een bewaakster. Zij prikte hem met een scherpe stok in de billen. Zijn ketting rinkelde toen hij voetje voor voetje het trapje opliep. Met zijn handen op zijn rug geboeid stond hij rechtop in het licht van een schijnwerper. De zaal was halfdonker. Het geroezemoes van de vrouwen ging gewoon door, maar terwijl hij daar zo naakt stond voor al die verschillende vrouwen kreeg hij een onstuitbare erectie. Als ultieme bevestiging van zijn vernedering priemde zijn piemel recht vooruit als een dunne asperge. Maar niemand scheen op hem te letten, tot iemand achterin de zaal op hem bood. En nadat de veilinghamer was gevallen werd hij van het podium geleid en weggevoerd.

Hij werd naar een kleine, kale kamer gebracht. Hij zag een zwaar houten schandblok staan. Op de gang klonk een hoop chaotische herrie, de deur zwaaide ruw open en een brunette werd onder harde dwang binnengebracht met de handen op de rug geboeid. Haar lange haar stak uit onder de kap die over haar hoofd was getrokken.

Zij verzette zich heftig, schreeuwde, probeerde weg te lopen. Maar door de kap was haar verzet blind en haar verwoede bewegingen ongericht. De bewaaksters konden haar daarom vrij makkelijk naar het schandblok leiden en haar daarin vastzetten. Vreemd genoeg gingen alle bewaaksters daarna ineens weg. Hij hoorde hun galmende voetstappen verdwijnen in de lange gang.

De vrouw in het blok was nu met hem alleen en stond met de kap over haar hoofd in een vermoeiende, vernederende houding. Haar benen en ronde billen trilden.

“Je wordt eerst gemist, daarna vermist”, zei ze ineens vanonder haar kap. Daarna zoeken ze je een tijdje, tot je wordt vergeten. Het geeft niet. Want hier vergeten ze je niet. Weet je, deze markt bestaat al 1800 jaar. Niemand heeft hem tot nu toe ontdekt omdat hij door vrouwen wordt gerund. Je wordt net zolang vergeten tot je niet meer wordt gemist. Daar is het hele systeem op gebaseerd. Op vergeten”

life__s_remaining_pleasure_by_alt_images
Life´s remaining pleasure by Suffering4Art

Haar woorden hadden een andere uitwerking op hem dan zij bedoelde. Het zien van haar vernedering had hem ineens verschrikkelijk opgewonden. Hij had weer een erectie gekregen en hoewel hij doodsbang was dat de bewaaksters terug zouden komen, won zijn geilheid het van zijn verstand. Hij was naar haar toe geschuifeld, rinkelend met zijn enkelketting. Hij stond voor haar en ging met zijn pik langs de mondopening van haar kap. Hij had zijn rode eikel in haar mond gestopt en tot zijn verbazing had zij er met overgave aan gelikt en gezogen. Voor hij het wist, had hij al zijn klonterige zaad in haar mond gespoten en hij stond versteld dat zij haar best deed het sliertige vocht allemaal in haar mond te houden, te proeven, in te slikken. Hij had haar dankbaar gevraagd hoe zij heette. Net toen hij dacht dat zij hem dat wilde vertellen, kwam een bewaakster terug.

Zij had een klapstoeltje en een ijsemmer in haar hand. Vlak achter haar kwamen twee andere bewaaksters aanzetten met klapstoeltjes, flesjes bier en sigaretten. Ze gingen gezellig keuvelend op de stoeltjes zitten, legden stapeltjes dollars op de grond en wezen lachend naar de brunette in het blok.

“Zo, waren jullie al begonnen?” Het groepje schaterde het uit. “We gaan zo spelen”, zei de bewaakster. “De regels zijn simpel. Jij moet deze slavin neuken. Je krijgt daarvoor twee minuten op deze kookwekker. Twee minuten omdat veel mannen het toch niet langer uithouden, dus die grens is niet door ons maar door jullie nutteloze mannen zelf bepaald”. De vrouwen sloegen dubbel van het lachen. “Als het je lukt om haar binnen twee minuten te neuken en zelf klaar te komen, mag je het morgen nog eens proberen. Als het niet lukt, zetten we jou in het blok, net als je voorgangers. En dan mag zij jouw waardeloze ballen bij die van de anderen in de ijsemmer doen. Nou wat zeg je ervan? Kunnen we de kookwekker zetten?”

Ze trok de kap van het hoofd van de slavin. Hij herkende haar direct. Het was de brunette die hij in het Libanese restaurant had ontmoet. De vrouw die hem hiernaartoe had gelokt.

“Nou jochie”, zei ze vrolijk in het schandblok. “Kom maar op. Of heb je niet zo’n zin meer?”

–/\–

Tekst: Ⓒ luckyman 2015

Foto: Ⓒ suffering4art.com 2012

Dit verhaal is geplaatst in het zomernummer #279 van MassaD, Nederlands oudste bdsm lifestyle magazine!

 

thewa200thumb.65

Het mannetje dat wilde groeien

— Een BDSM sprookje —

Er was eens een heel klein mannetje. Het mannetje was het eigenlijk zat dat hij zo klein was en nergens bij kon. Hij kon niet bij de bovenste plank in de keukenkast. Hij woonde op de bovenste verdieping van een flatgebouw, maar kon niet bij het hoogste knopje van de lift en moest dus altijd het laatste stukje met de trap. In de bioscoop zat er altijd wel een reus in de stoel voor hem, zodat hij de ondertitels niet kon lezen. Zo zat was het mannetje van zijn kleinheid dat hij op een dag, heel, heel lang geleden, besloot dat hij moest groeien. lees hier verder

Morning Story

Mijn tong wekt zacht de lieve ochtend

en wikkelt zo de dagen om jouw nacht

ik krom mijn rug, ik kus je rode oog en

loos mijn lauwe sterrenstralen zacht,

zodat je slaapt tot in de koude uren

ik heb al lief jouw schoot gekust

en proef nu traag, heel diep van binnen

het tintelend ontwaken van jouw lust.

–/\–

tekst: Ⓒ luckyman 2015

foto: Ⓒ Zsuzsanna  Kőszegi 2012

license by Creative Commons

Dit gedicht is in februari 2016 gepubliceerd in een speciale editie van Afrodite, tijdschrift voor erotische literatuur, uitgeverij Aspekt / De Paarse Keizerin.

 

De Beving

“Hey man, what’s happening, what’s goin’ on!”

Rammelend en roffelend bonkt iemand in paniek op mijn deur. Ik weet niet waar ik ben. Ik hoor krakende geluiden overal om mij heen, alsof de wereld op het punt staat uit zijn voegen te barsten. Ik ben in diepe slaap. Er is iets aan de hand. Ik moet wakker worden.

“Hey man, hey man, get outta here, I’m going!”

Ik wieg heen en weer in het krakende bed. Wat vast was, is vloeibaar geworden, wat overeind stond, is gaan schuiven, de ochtend valt in chaos om mij heen op de vloer kapot. In mijn droom spring ik mijn bed uit. Ik moet naar buiten. Ik moet nu, nu weg, weg van hier.

“Hey man, it’s an earthquake, get out of the building now!”

Ik sta in de hal en waggel, wankel als een zeezieke passagier op een zinkend schip. Het dunne hout van de muren kraakt aan de plinten, de balken die het dak dragen maken scheurende geluiden, ik val met de deurkruk in mijn handen naar buiten, ik rol op het gazon. lees verder