De zaaddrager

Ik stond voor de garderobekast en schoof de deur open. Marit en ik hadden die kast vijf jaar geleden gekocht toen we trouwden. Zij had haar kleren rechts gehangen, ik die van mij links. Ieder had zijn eigen ruimte. Zo was het vanaf het begin geweest, maar zo zou het niet voor altijd blijven. Er was vanavond een bezoeker naar ons onderweg en met die bezoeker was er een grote verandering op komst.  Hij kwam een daad verrichten die al het oude tussen Marit en mij weer nieuw zou maken.  Ik pakte een donkergrijze pantalon en een wit overhemd. In deze kleding zou het gaan gebeuren: een nieuw begin, een nieuwe kans, een gezegende toekomst. Eenvoud was daarbij een keuze, bescheidenheid daarbij een deugd. Mijn kleding zou in elk geval zo weinig mogelijk afleiden van datgene wat te gebeuren stond. 

Beneden zat Marit al klaar. Ze had een donkergroen truitje aan met een witte bloes. Daaronder droeg ze een donkere rok die tot ver over de knie reikte. Om haar nek hing een gouden kettinkje, dat ze nog van haar moeder had gekregen. De stijve manchetjes van haar bloes staken uit de mouwen van haar trui. Met haar slanke handen friemelde ze wat aan haar haar. Marit was diep in haar bijbel verzonken. Met wijs- en middelvinger van haar rechterhand volgde ze de tekst. Jakobus 1:6 wie twijfelt is als een golf op zee die door de de wind heen en weer wordt bewogen. Haar vingers gleden op en neer over de bladzijde, zachtjes vingerde ze zo die ene pagina, drukte in gedachten op het papier, opnieuw, opnieuw en steeds opnieuw. Waar dacht ze aan? Aan twijfel? Ik wist het, maar zei niets. Ik ging bij haar zitten en zo wachtten we samen tot ouderling Gustav zou komen.

Nadat hij had aangebeld, deed ik open. Voor mij stond een eenvoudig geklede, onopvallende man van een jaar of zestig. Hij had een grijs pak aan met daaronder een kraakwit overhemd. Hij droeg een donkerrode stropdas die, samen met het wit van het overhemd, autoriteit uitstraalde. Hij had lichtbruine, glimmend gepoetste schoenen aan zijn kleine voeten. Zijn vermoeide gezicht was vaal en bleek en er groeiden wat stijve zwarte haren uit zijn neus. Een rij witgele tanden boven en een ondefinieerbaar rijtje brokkels in zijn onderkaak completeerden zijn gebit. Zijn fletsblauwe ogen puilden uit hun door dikke wallen omrande kassen. Een paar pluizige haarplukjes hielden zich nog aan het randje van zijn schilferende hoofdhuid vast, maar verder was hij kaal.
Na een binnensmondse groet liep hij voor mij uit, de woonkamer binnen. Hij gaf Marit een hand en ging zwijgend op de hoek van de tweezitsbank zitten. Marit vroeg mij om even koffie te gaan maken in de keuken. Toen ik enkele minuten later terugkwam met het dienblad in mijn handen, zat hij met vuurrode oren naast Marit op mijn plek op de driezitsbank. Hij wierp mij een wantrouwige blik toe. Blijkbaar kon hij gedachten lezen want hij voegde mij toe:  Vertrouw op de Heer met heel je hart. Steun niet op eigen inzicht. Daarna draaide hij zich naar Marit. Moge de bron van je jeugd gezegend blijven, sprak hij zalvend, terwijl hij haar van top tot teen diep scande.

Gedrieën baden wij dat de Heer ons allen een vruchtbare ceremonie zou gunnen en daarna bad Marit nog eens extra voor Gustav opdat hij in haar schoot de kracht zou mogen ontvangen voor een succesvolle inzegening. Voor mij bad zij om gehoorzaamheid in de Heer en trouw die onvoorwaardelijk zou zijn, zonder vragen vooraf en zonder twijfel over de antwoorden die gegeven zouden worden.

Nu bleek dat Marit in onze kelder een complete ceremonieruimte had ingericht. Er stond een altaar, dat zij had gemaakt van een twijfelaar uit de IKEA catalogus. Het was eigenlijk nog steeds gewoon een goedkoop confectie bed maar door de zwarte lakens, de porseleinen schaal met het bloed van een pas geslacht lam op de grond, de kaarsen rondom het bed en de ruwe doornenkroon met heerlijk ruikende rozen aan het hoofdeinde, maakte het allemaal een heel geloofwaardige, om niet te zeggen verpletterende indruk. Marit had mij, sinds we tot de Kerk der Wijze Heiligen waren toegetreden, niet alleen voor steeds nieuwe verrassingen gesteld, maar ook van steeds meer activiteiten uitgesloten. Dat bevreemdde mij wel, maar aan de andere kant was ik heel blij dat ze er blijkbaar zoveel kracht, blijdschap en bemoediging uit putte.

De laatste twee jaren van ons huwelijk waren zeker niet makkelijk geweest. Op een dag dat we weer eens een heftige ruzie hadden gehad, was Marit huilend het winkelcentrum ingelopen. Daar had ze een foldertje met een uitnodiging voor een bijeenkomst van de Kerk der Wijze Heiligen meegenomen. Na een paar weken was ik eens meegegaan naar een viering en snel daarna hadden we ons bij een gebedsgroep van de kerk aangesloten. Daar waren we ook gelijk maar in relatietherapie gegaan. De therapeut, Gustav, had ons snel laten inzien dat vrijwel al onze problemen hun oorsprong vonden in de verlokkingen des vlezes. Marit beklemtoonde hierin steeds dat het allemaal kwam omdat ik voortdurend zondigde tegen het tiende gebod: Gij zult niet begeren eens anders vrouw. De ceremonie van vanavond moest de afsluiting van die nare tijd vol overspelige gedachten worden en een nieuw hoofdstuk in onze relatie inluiden.  Zo wilde de Heer het en zo zou het ook geschieden.

De ceremonie begon met een rituele reiniging met het bloed van een pasgeboren lam. Het was niet zo makkelijk geweest om daar aan te komen. Eerst had ik geprobeerd het te kopen bij de Marokkaanse slager waar ik altijd mijn merguez worstjes kocht. Maar nadat een kwaadspreker van een concurrerende  Pinkstergemeente hem had ingefluisterd dat ik het voor een duivels ritueel wilde gebruiken, had hij dat geweigerd. Hij had zelfs gezegd dat hij mij niet langer als klant wilde in zijn winkel en als ik bij hem door de straat reed, gooiden zijn zoontjes kleine steentjes naar mijn auto. Pas vanochtend, op de valreep, had ik het bloed uiteindelijk direkt van het abattoir gekocht.

Marit bood broeder Gustav nu de witte porseleinen schaal met het lammerenbloed aan. Eigenlijk had dit een doopvont moeten zijn, maar in de praktijk was een simpele witte schaal ook aanvaardbaar. Gustav doopte zijn handen in de schaal met bloed en waste zo in onze kelder de bloedschuld van de zondeval van zich af. Toen hij daarmee klaar was, keek hij wat zoekend om zich heen, op zoek naar een handdoek en ik reikte hem die schielijk aan. Hij propte mij de bebloede handdoek weer in de handen zonder me aan te kijken en waste zijn handen daarna met water en zeep in een andere schaal, die Marit hem voorhield. Tijdens deze handelingen was Marit geleidelijk in trance geraakt en begon ze, met glazen poppenogen in de oneindigheid kijkend en zacht een Psalm neuriend, zichzelf uit te kleden.

Marit was een prachtig geschapen, gezonde blonde vrouw. Ze had op haar vijfendertigste zelfs nog iets studentikoos, iets jongs, speels en meisjesachtigs. Maar ze was ook vreselijk koppig en als ze iets eenmaal wilde, wilde ze dat ook echt, ten koste van alles. Zoals bij alles zei ze nu ook dat het allemaal voor mijn eigen bestwil was. Nadat ze haar zondagse rok op de grond had laten glijden en uit haar slipje was gestapt, stond ze voor ons als een bijbelse schoonheid op een prachtig zestiende eeuws schilderij. Nu knielde ze met een kommetje warme olie voor Gustav, trok hem de schoenen en sokken uit en diende hem de rituele voetenzalving toe. Toen ze daarmee klaar was gaf Gustav haar een kort knikje en daarop ging ze naakt op haar rug op het bed liggen.

Gustav zei: “En zoals Maria niet met Jozef in het vlees was, zo zult ook gij (hij keek hierbij naar mij) niet meer met zuster Marit in het vlees zijn.”  Hij begon zich zo biddend uit te kleden, tot hij in al zijn witte blubberige naaktheid met half opgericht geslacht voor het bed stond. Het was nu trouwens ook goed te zien dat hij een kop kleiner was dan Marit.
“Want uit Marit zal geboren worden hij die uit het zondenloze zaad van de Zaaddrager gesproten is. En gij (hij keek weer naar mij) zult Marit tot steun en toeverlaat zijn terwijl het zaad der Zaaddrager geduldig in haar tuin ontkiemt.”  Hierna pauzeerde hij even om te hoesten.

Ik ging nu volgens het draaiboek van de ceremonie, dat Marit al talloze keren met mij had doorgesproken, naast haar zitten aan het hoofdeinde van het bed. Ik pakte haar hand en ze greep mij stevig vast. Gustav klom wat moeizaam op het bed. Kleine druppeltjes zweet parelden op zijn grijze plukjes haar en er speelde een zelfvoldane grijns op zijn onnozele gezicht. Ik zag dat hij een vrij korte, dikke penis had maar wat me het meeste opviel was zijn enorme scrotum. Zijn balzak was vol verwachting al flink samengetrokken en was veel groter dan een flinke tennisbal. Hoewel je het zo niet gezegd zou hebben was Gustav wel degelijk gebouwd als een Zaaddrager. Mijn eigen geslachtsdelen zouden vergeleken bij die van hem volledig in het niet zijn gevallen, ware het niet dat ik op dit moment geheel gekleed moest blijven en er dus geen mogelijkheid of noodzaak tot vergelijking was.

Een van de belangrijkste taken en verantwoordelijkheden van een Zaaddrager was niet alleen het doorgeven van het Woord in de gemeente maar ook het doorgeven van het Zaad. Ze werden dan ook wel eens gekscherend de Dekkers van God genoemd. Maar voor scherts was nu eigenlijk geen plaats. Daar was dit moment te plechtig en te ingrijpend voor.

“Ik ben klaar om te ontvangen Heer,” riep Marit jubelend met gesloten ogen, de handen in extase ten hemel geheven.

Ze trok haar benen hoog op en Gustav kwam op haar liggen. Hij frommelde wat aan zijn vlezige piemel en propte die prakkend bij haar naar binnen. Ik voelde hoe zij mij in mijn hand kneep. Hij leunde op haar en kwam met zijn zwetende gezicht tot vlak bij haar hals. Ze hield de ogen gesloten en lag er stil en vredig bij. Gustav wrikte wat moeilijk krikkend tegen haar aan tot hij hard genoeg was geworden om te beginnen met stoten. Ik voelde langzaamaan haar grip in mijn hand losser worden, tot deze slap van me losgleed en ze zich voorzichtig aan de onzekere rit van Gustav begon over te geven. Ze streelde hem met beide handen zachtjes over zijn rug, haar trouwring aan haar middenvinger. Niet dat Marit er erg opgewonden van werd of het lekker vond. Het zwoegende ritme van Gustav’s stuwende balzak was daar veel te traag en te onhandig voor. Hij neukte eigenlijk als een zware wandelaar die puffend op dikke pantoffels een steile heuvel opslofte. Nee, het ging niet om haar orgasme of haar lust. Het ging allemaal alleen maar om het doorgeven van het zaad.

Toen Gustav voelde dat zijn hoogtepunt begon te naderen hield hij volgens het draaiboek van de ceremonie stil. Hij lag nu bovenop haar, klaar om zijn bloedlijn in haar af te drukken. Zijn piemel was diep in Marits voortplantingsopening gedrongen en zijn gigantische balzak rustte daar tegen aan. Dit was het moment dat ik als haar man moest laten zien dat ik met Marit weliswaar niet meer in het vlees was, maar nog wel even deel mocht uitmaken van haar zegening door het zaad.  Het was nu mijn taak om bij Gustav het opwekkingsritueel te doen. Ik moest de balzak van de Zaaddrager kussen en dat zou hem dan over het randje van zijn zuiverende, zegenende zaadlozing duwen.

Ik keek naar de huid van zijn balzak, waar zijn testikels woelig in rondwentelden. Ik overwon mijn weerzin en drukte mijn lippen zachtjes tegen de donkerroze huid van zijn krachtig samengetrokken, indrukwekkende scrotum. Binnenin die strakgespannen zaadschuur vermoedde ik een enorme hoeveelheid vloeibaar sperma, waarvan het vruchtbaarste der vruchtbaren weldra in Marit zou voortleven. Gustav kreunde even zachtjes. Blijkbaar was hij ook maar een mens die het lekker vond. Ik voelde hoe hij op het randje zweefde tussen de hoogte van de roes en de diepte van de ontlading. Met mijn tong duwde ik hem subtiel over die rand. Hij stootte een aanzwellend gierend geluid uit en maakte het af met drie onbeheerste stoten waarbij hij kortademig  riep: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ik hoorde hem zijn vastgehouden adem staccato lossen, hij drukte zijn bekken strak tegen dat van Marit aan, riep  nog hees “Amen” en viel toen stil over haar heen.  Opnieuw drukte ik mijn lippen tegen de achterkant van zijn balzak. Ik voelde hem daar samentrekken en ontspannen. Zijn knikkende perineum bolde en holde in een kloppend, regelmatig ritme. Vlak onder zijn huid voelde ik zo hoe hij zijn zaadstroom woest kolkend in Marit perste en kneep. Hij lag daarna heel stil, heel diep in haar verzonken terwijl er steeds grotere tussenpozen tussen zijn samentrekkingen kwamen, tot ze na een paar minuten stopten. Nu begon ook zijn balzak weer wat te ontspannen en uit te zakken. Zijn reusachtige ballen hingen erg laag en los. Ik had ze zo kunnen pakken als ik dat op dat moment had gewild.

“Blijf in me, vervul me in de Heer,” hoorde ik Marit tegen hem zeggen.

Hij antwoordde met de twee laatste contracties van zijn wegebbende orgasme. Verder bleef hij hijgend zwijgen.  Toen hij zijn piemel als een kurk uit haar trok, vloeide er direct een enorme hoeveelheid melkwitte vloeistof naar buiten. Marit hield haar ogen tevreden dicht. Terwijl hij bezig was zich aan te kleden, mocht ik mijn tong nog een keer diep in haar warme, van leven overstromende kelk steken om haar volgens het draaiboek te reinigen.  Marit kneep de al wat licht vervloeiende lozing in mijn mond. En terwijl ik zijn sterk smakende seniorenzaad proefde, hoorde ik de deur dichtslaan.

“Je hebt het samen met Hem gedaan. Je hebt Hem in mij laten komen. Mijn gebed heeft je de kracht gegeven. Laten we danken,” zei Marit geemotioneerd. 
Ik kuchte, het troebele zaad van de oude man met de stropdas brandde in mijn slokdarm. Het zwom kriebelend in mijn keel, het leefde en was krachtig als het Woord van God. “Ja,” prevelde ik met een door zijn vruchtbaar dekvocht verplakte mond. “Ja, laten we danken,” zei ik, mij verslikkend in mijn eigen woorden.

Ik was na deze ceremonie uiteraard niet meer met Marit in het vlees want zij was nu drachtig van het woord. Ik had gehoopt dat hierdoor de rust in ons huwelijk weer zou wederkeren, maar in de weken na de ceremonie bleef Gustav eigenaardig genoeg toch nog wekelijks bij ons komen om Marit te zegenen. Die korte bezoekjes werden steeds frequenter, het leek wel of hij aan een of andere aandoening leed waarbij de balzak drie maal daags geleegd moest worden. Mijn rol tijdens die ceremonies werd ook elke keer steeds kleiner. Ik moest aan de rand van het bed blijven zitten en Marits hand vasthouden tot Gustav ontspannen fluitend was vertrokken. Verder mocht ik haar niet meer aanraken. Ik mocht ook zeker niet meer zijn zegenende zaad uit Marit likken. Gustav legde me uit dat dit, hoewel ik haar man was, toch als overspel gezien zou kunnen worden. Niet door hem uiteraard, zei hij erbij, maar door God.

bc2cb885a2f07eda35b915a346987551

Mijn behoefte om desondanks met Marit in het vlees te zijn, begon door de weken heen langzaamaan gekmakend te worden. Ik had er lange gesprekken over met Marit, maar we kwamen er niet uit en de discussie werd alleen maar steeds theologischer en theoretischer. Het kwam eigenlijk neer op de vraag wat de bijbel zei over de rol van seks en steeds weer kruisten wij de degens als schriftgeleerden.

Marit zei: “Het is goed dat je naar me verlangt. Ik vind het fijn dat ik op deze manier de enige voor jou ben. Spreuken 5:18 zegt niet voor niets: Laten haar borsten u te allen tijde vreugdedronken maken. Moogt gij over haar liefde voortdurend in extase zijn.”
“Maar Marit,” wierp ik tegen, “in Hebreeen 13:4 staat toch geschreven: Het huwelijk zij eerbaar onder allen en het huwelijksbed zonder verontreiniging, want God zal hoereerders en overspelers oordelen?”
“Precies!” antwoordde ze. “Weet je nog wat we op de cursus geleerd hebben? Onze onenigheid komt voort uit de verlokking van het vlees. Het woord leeft nu in mij en Gustav zorgt nu voor het vlees, waarom kun je dat niet begrijpen? Jij leeft te weinig naar het Woord, je blijft maar bezig met het Vlees en de Geest. Ze schudde haar hoofd.
“Jij moet echt oppassen niet te spiritueel te worden,” voegde ze er bezorgd aan toe. Dat kan gevaarlijk zijn. Het kan leiden tot paranoia. Tot illusies en waanvoorstellingen. Zelfs tot schizofrenie. Ik zal voor je bidden om tot inkeer te komen.”
Ze vouwde haar handen, sloot haar ogen en bad: levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken.
Of ik nu door Marit paranoide was verklaard of niet: door deze laatste woorden groeide in mij een duivels plan, waarvan ik de details des avonds, terwijl ik mezelf ijverig bevlekte in het logeerbed, nauwkeurig uitwerkte. Voor het eerst, sinds wij bij de Kerk waren, had ik echte inspiratie en bemoediging uit het Woord gevoeld.

-/\-

Het moest in stijl gebeuren, met aandacht, klasse en met heel veel liefde. De volgende ochtend ging ik daarom naar een Keurslager in een nette buurt waar niemand mij kende en kocht er een pond varkensbraadworst. Thuisgekomen gooide ik die worsten direct weg. Het vetvrije papier, met de opdruk van de slagerij, bewaarde ik echter zorgvuldig. Ik stopte het samen met een scherp vleesmes in mijn tas en ging naar buiten om de rest van de boodschappen te halen. Toen ik een paar uur later tevreden thuiskwam had ik niet alleen maar verse groenten gekocht. Ik had ook twee mooie stukjes organisch vlees bemachtigd die ik zorgvuldig in het vetvrije papier van de slager wikkelde en voorzichtig op een prominente plaats in de koelkast legde.

Tegen de avond zette ik de koekenpan op het vuur en deed er een flinke scheut van de beste en duurste spaanse olijfolie in. Ik pakte het verse vlees uit de koelkast en haalde het uit het witte vetvrije papier waar ik het eerder die dag in had gewikkeld. Daarna legde ik het op de houten snijplank en depte wat overtollig bloed weg met keukenpapier. Met mijn vlijmscherpe koksmes sneed ik het vlees een heel klein beetje in, zodat ik de velletjes en vliesjes kon verwijderen. Dat ging makkelijker dan ik dacht. Daarna rolde ik beide ronde stukjes, ter grootte van kippeneieren, door de bloem en sneed ze langzaam met het scherpe mes in plakjes. De olie in de pan was heet en ik moest oppassen dat het vlees niet aanbrandde. Ik snoof de geur op en keerde het enkele malen. Daarna haalde ik het uit de pan en bestrooide het met wat peper en zout. Ik serveerde het op een klein bordje met een frisse salade erbij.

In de woonkamer zat Marit de bijbel te lezen. “Hier,” zei ik. “Ik heb wat lekkers voor je gemaakt.”
“O dat is lief van je. Maar had je niet even kunnen wachten? Gustav komt zo ook.”
“Het is voor jou,” zei ik. “Ik ben tot inkeer gekomen. Omdat ik van je houd ben ik niet meer in den vleze met je. Maar evenzogoed eet smakelijk.”
Gespannen keek ik toe hoe ze de Heer dankte voor de maaltijd en vervolgens de plakjes een voor een, aandachtig proevend in haar mond stopte. “ Lekker,” zei ze. “Lekker. Het is lekker mals. Grappige textuur. Wat is het eigenlijk?”
“Een Spaans hapje,” zei ik. “Criadillas de toro.”
“Lekker stevig hapje,” zei ze, verder lezend in de bijbel.
“Wat lees je Marit?”
“Ik lees over het accepteren van mensen die nog een zwak geloof hebben in Romeinen 14:23: “Maar die twijfelt, indien hij eet, is veroordeeld, omdat hij niet uit het geloof eet. En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde.¨ Ineens keek ze op.

“Gustav is wel een beetje laat vandaag,” zei ze. “Vreemd he?”

-/\-

Tekst: (c) luckymanbooks 2016

Afbeelding: Emmanuel Benner (1886): Marie-Madeleine au désert. 

Dit verhaal heb ik geschreven voor de bijeenkomst van EWA Nederland op 1 oktober. De opdracht was: schrijf een verhaal van maximaal 2500 woorden dat draait om het mannelijke orgasme, waarbij er niet alleen aandacht gegeven wordt aan het moment suprême, maar ook wat de man voor- en achteraf voelt.

Le Rêve

Scène 1: De Jeugdherberg

De zon scheen door het glas-in-loodraam de hal van de jeugdherberg binnen. ‘Voor de jeugd, van de jeugd, Ermelo 1947’ stond er.  Het witte licht werd gefilterd door de gebrandschilderde ruiten en viel met een roodgele gloed op mijn gezicht. In dat licht stond ik op stevige wandelschoenen te stralen met een kop thee in mijn hand en Lenie, Mia en Puk aan mijn zijde. We stonden al stevig in onze schoenen maar konden nog net niet op eigen benen staan. We zagen er alle vier goed uit, jong, meisjesachtig, vrouwelijk, fris en levenslustig. Niemand van ons had ooit een ring gedragen, onze nagels waren nog nooit gelakt.  Onszelf noemden we: ‘De Zweetdroppels’ vanwege al het corvee in de jeugdherbergen die we op onze trektocht over de Veluwe aandeden. We waren alle vier nog maagd en dat zouden we nog wel even blijven, tot we trouwden of desnoods tot we doodgingen. Daar was niets verontrustends aan. Er stond altijd wel ergens een emmer met groene zeep en een vettige grijze dweil die uitgewrongen moest worden en anders zou die dweil of uiteindelijk het leven zelf ons wel uitwringen. Het was het een of het ander. Het leven was overzichtelijk. En zelfs het ogenschijnlijk meest nutteloze had toch altijd ergens nut.

Verder was het allemaal precies zoals nu en zelfs het weer was soms hetzelfde. We wisten niet dat we in het verleden leefden. Op de foto’s zag het er natuurlijk anders uit. Nee, we leefden niet in zwart wit, we woonden niet in lelijke kamers. Als ik eraan denk, was het leven toen eigenlijk kleurrijker dan nu. Voor mij tenminste. Andere mensen moeten dezelfde kleuren als ik gezien hebben, in hetzelfde licht. Maar misschien waren ze zelf gaan geloven dat het in zwart wit was, net zoals op de foto’s in hun albums. Misschien geloofden ze op dezelfde manier in een scherpe lijn tussen goed en fout, ik weet het niet. Ik ben alles pas in een ander licht gaan zien nadat ik hem ontmoette. En het roodgele licht dat die ochtend in Ermelo door het glas-in-loodraam viel was daar de voorbode van. lees hier verder

De eerste druppel

Oh sorry. Deed ik je pijn? Ik hoop dat je niet geschrokken bent. Word alsjeblieft niet boos. Ik zag je even niet. Of beter gezegd: ik weet niet precies waar jij begint. Dat is niet zo moeilijk. Want jij ziet ook niet waar ik ophoud. Het is hier namelijk nogal donker. Dat moet zo zijn natuurlijk, dat begrijp ik. Sommige dingen liggen zo voor de hand dat ze altijd makkelijk zullen blijven, ook zonder licht. Je bent dichtbij. Ik heb mijn ogen dicht. Dat is er een. We zijn samen. Dat is een ander. Ik hoef mijn hand maar uit te steken om je aan te raken, om je te pakken. Moeiteloos. Jij bent toch overal. Misschien wel daarom doe ik het niet. Ik weet niet eens of ik het al kan. Wacht even, dan ga ik anders liggen. Ja, beter zo, veel beter.

Deze duisternis is zo veilig, weet je. Niemand kan mij vinden, niemand ziet of weet dat ik hier samen met je ben. Ik ben steeds dieper en dieper in je doorgedrongen. Ik ben nu al zo ver in je gekomen dat ik door je hart ben opgezogen. Ik voel jouw ritme kloppen in mijn bloed en zo stroom ik steeds weer door je heen, in een eindeloze lus. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ik in je ben opgelost. Zo ben jij mij en ben ik deel van jou geworden.

Schuif je nog een stukje op? Mag ik nog wat dichter bij je komen? Ik heb niet veel ruimte van je nodig. Ik ben maar een letter in jouw woorden, een zuchtje in de adem van je stem. Ik voel dat je mij omsluit als een warme bol waarin ik ben. Ik golf met elke adem door je heen. Ik ga soms kopje onder in die zee. Ik ben omdat ik zwem.

Weet je het nog? Ik niet. Ik weet helemaal niets meer van vroeger, van voor ik was. Maar je zegt me zacht dat het geweldig was. Dat ik met je samenvloeide in een warme kloof die lokkend tussen je dijen gloeide. Na de oerknal van je orgasme ben ik zomaar in je aangespoeld. Ik ben een ster die nooit van plan was om te blijven. Je liet me toe. Ik mag hier in je drijven.

Ik weet niets meer van al je wellustige welvingen en geraffineerde rondingen. Ze zijn helemaal niet nodig voor mij. Niemand kent je zo goed van binnenuit als ik dat kan. Vind je het erg dat je geen geheimen voor me hebt? Hoe kan ik anders? Ik ruik de geur van je hart, proef het zuur van je angst en het bitter van je woede. Als je lacht, dan dansen de getijden in de zee, het is een blije vloed die telkens sneller stroomt, ik voel de warme wanden van je oevers, die rekken zachtjes met me mee.

Ik weet niets van de dagen en de nachten. Ik ken je teddybeerpyjama’s niet. Jij ziet het licht en ik moet daarop wachten. Ik drijf langzaam groeiend in jouw rivier van bloed, de kliffen aan de hoge oevers grijpen mij. Je knelt me tussen kloppende en sidderende wanden, mijn doortocht in de nauwe doorgang doet je pijn.

Ik hoop dat je bent uitgerust. Want als het dag is wil ik slapen. In de nachten droom ik van je marmerwitte borsten, die wachten op de eerste druppel die ik kus.

Wat ik geleerd heb in het donker blijf jij onthouden in het licht. Ik ben dichtbij je en heb nog steeds mijn ogen dicht.

-/\-

tekst: (c) luckymanbooks 2016

foto: (c) luckymanbooks 2016

Dit verhaal heb ik geschreven voor ronde 6 van de schrijfmarathon 2016 van EWA Nederland. De opdracht was: schrijf een erotisch verhaal van maximaal 650 woorden, in de ik-vorm, dat zich in het donker afspeelt. Het behaalde de dertiende plaats in deze ronde en daarmee ben ik geplaatst voor ronde 7.  

Ik heb dit verhaal licht gecorrigeerd zodat de tekst iets vloeiender leest. De versie op mijn blog bevat daarom kleine verschillen vergeleken met de Schrijfmarathonversie.

7 x 7 =

Als het in Bobodialassou regent, regent het overal. Het klettert op de golfplaten daken van de huizen. Het bruine stof spoelt door de goten en loopt als rode modder op de grond. De regen maakt de vuilnishopen zacht en het water draagt het afval met haar mee. Haar druppels vallen ruisend door de bomen en roffelen op de afgebrande akkers. De aarde op haar beurt opent al haar poriën en laat haar, de regen en het leven, gulzig bij zich binnen. Het zaad dat in de droge voren van de akker sliep, ontkiemt. Diep in de bodem maakt de regen de larven van het ongedierte wakker en ze wurmen zich als bleke voetloze monstertjes naar boven. Daar verdichten ze zich tot donkergroene zwermen die de hemel zwart kleuren. De zon komt op en de dag wordt elke keer opnieuw geboren aan het einde van de donkere nacht. Zo ongeveer moet ik in de wereld zijn gekomen toen ik uit de schoot van mijn moeder geboren werd in haar huis aan de rivier. Zij noemde mij Mamadialassou – de ster die de eerste stralen van de zon begroet.  

-/\-

“Kan die airco niet wat harder?,” zegt Consul Rolf Hendrickx. Hij heeft de afstandsbediening in zijn hand en drukt lukraak op wat knopjes. Zijn lichtblauwe overhemd is donker rond de oksels en kletsnat op zijn rug. In het conferentiecentrum begint morgenochtend een nieuwe ronde vredesonderhandelingen. Dat is hard werken voor deze Consul, hij moet ervan zweten en wanneer hij zweet, zweet hij overal. Hij zweet op zijn voorhoofd en bovenop zijn kale schedel. Het loopt in straaltjes in zijn nek en verdwijnt onder de stijve kraag van zijn overhemd. Het is overigens niet alleen de warmte die Rolf doet zweten. Het komt ook door de frisheid van de Zweedse journaliste Toyah Hurdal en de onbevangen vragen die zij hem stelt.   lees hier verder

Cocktailbar Terminus

“Het ijsblokje brandt niet meer Jessica.”

De neon verlichting in de hoek van de bar is voor de zoveelste keer gaan knipperen. Het gele Martiniglas flikkert, de rode kers knettert en het gekronkelde groene rietje vonkt. Het blauwe licht van het ijsblokje in het glas is zelfs helemaal uitgevallen. Vijftien jaar geleden heb ik die neonreclame laten maken. In die tijd wilde ik nog een mooie zaak. Een klassieke cocktailbar. Een nette tent voor een verfijnd publiek. Een plek waar zakenlui, kunstenaars, journalisten, misschien zelfs mensen van de tv graag zouden komen.

“Jessica, als je dadelijk het keukentje schoonmaakt, vergeet je dan niet de natte kant voor me te soppen?”

“Die kende ik nog niet Gerard, moet ik even voor je lachen? Ben je dan weer even blij?”

Een mooie zaak had het moeten worden. Met lachende gasten, reviews in glossy bladen en een plekje in de harten van de mensen in dit kleine stadje. Een zaak voor de intellectuelen.

“Eikel,” klinkt het nu gedempt vanuit het keukentje. lees hier verder

Pinnen?

“Hoe kan ik je helpen?” vroeg Ton.

“Ik heb een reservering,” zei ze, “een hele grote.” Ze zette haar tas met een enorme klap op de balie. Er viel een hardplastic vibrator uit. De retro vormgegeven massagestaaf rolde hobbelend over zijn eigen ribbels van de balie en kletterde op de grond. “Daar gaat mijn avond,” zuchtte ze.

“Je kan wel een reservering hebben, maar alle kamers zijn bezet,” zei Ton.

“Kan ik dan niet alvast wat te eten bestellen?” vroeg ze.

“Jawel, maar dan moet je eerst een kamer nemen. We hebben namelijk alleen roomservice.”

De bruine schrootjes in de hotellobby lieten hier en daar wat los. Het woord lobby was misschien ook wat te veel gezegd. Het was niet meer dan een grote balie met daarop een koperen bel. Aan een kale spijker hing een kromgetrokken lijst met kamerprijzen. ‘Kamers per nacht 100 Euro. Per uur 75 Euro. Minimaal: twee uur. Roomservice minimaal 30 Euro per couvert.’

IMG_0961 vibrance boost
foto: luckymanbooks

Op de twee vale, lichtgebloemde fauteuils aan het ronde tafeltje zaten twee mensen: de vrouw met de grote tas en ik. Ze was bij me komen zitten met haar benen iets uit elkaar zodat ik alvast een heel klein beetje onder haar rok kon kijken.

“Hadden wij geen date?” vroeg ze aan mij. “Ik zit mijn tijd nou te verdoen. Altijd heeft hij kamers. Behalve als je wat wilt eten. Behalve als je trek hebt.” Ze keek me in mijn ogen. “Heb jij trek? Kom me maar bedienen hoor.”

Ze stond op en liep naar de wc in het halletje. Ik volgde haar tot buiten het zicht van Ton. De wc bleek kleiner dan een staanplaats in een Sprinter. We stonden dus flink klem tot ze erin slaagde op de houten wc bril te gaan zitten. Ik trok mijn rits open en leerde gelijk een ding: ook in de allerkleinste kamertjes is plek voor de allergrootste gevoelens.

Ze zoog mij naar binnen en ik zwol hard in haar mond. Haar tong draaide rondjes achter de dikke rand van mijn eikel en daar begon het te prikkelen en te gloeien. Mijn warme staaf begon als een smeltende kaars te druipen en vurig voorvocht viel voor haar voeten op de vloer. Bij wijze van roomservice serveerde ik haar kreunend acht afgepaste porties verse, voedzame room op de tong. Ze was even stil toen zij aandachtig mijn melkwitte vloeistof door haar mond liet glibberen. Keurend proefde ze de rijke, volle aroma’s van deze gewaagde combinatie van dik sperma en luchtig speeksel. Ze veegde haar lippen provisorisch af met wat wc papier, stond op en liep naar de balie.

“Laat die kamer en die roomservice maar,” zei ze tegen Ton, haar plakkerige mond zichtbaar vol met mijn draderige eiwitten. “We hebben al gegeten.”

“Gegeten hè,” zei Ton en wierp een blik op de vlekkerige tarievenlijst aan de muur. “Dat is dan huur kleinste kamertje minimaal 2 uur, bij elkaar 150 Euro plus twee couverts roomservice, dat maakt totaal 210 Euro.” Hij keek mij rustig aan.

“Pinnen?”

-/\-

Dit verhaal was mijn inzending voor ronde 5 van de EWA schrijfmarathon. De opdracht was: “schrijf een erotisch verhaal van maximaal 500 woorden dat zich afspeelt in een hotellobby.” Het behaalde de zesde plaats en daarmee ben ik door naar de volgende ronde.

(c) luckymanbooks 2016

foto: (c) luckymanbooks 2015

Geluid en Stilte

Geluid wordt uit ruis geboren en mijn stilte uit de echo van jouw geluid. Je hebt me een ding geleerd: om jou te zien moet ik eerst goed leren luisteren. Ik weet alles van geluid. Ik kan horen hoe jij zonder woorden met me praat. Ik hoor het aan de stappen die je met je hakken op de houten vloeren zet. Ik kan het horen als je boos bent. Dan prik je met je naalden nijdig putjes in mijn vloer. Op dagen dat je vrolijk bent hoor ik je triomfantelijk tiktakken en op vrijdag sleep je met je rechtervoet omdat je moe bent na een lange week. Dan leg je de schoenen in de kast en je zere voeten in mijn schoot. Maar vandaag hoor ik je een geile trage tango dansen en mijn hoofd wiegt zachtjes in het ritme van je heupen mee. Vandaag zeggen je hakken dat je mij wilt.

Ik weet heel goed hoe hard of zacht je hakjes klinken. Ik zie ze niet, maar het maakt niet uit want jij kent de plekjes waar mijn hart woont op mijn huid. Je hebt tien manieren om met je vingers zachtjes door het open kraagje van mijn hemd te strelen. Ik voel het krassen van je nagels op mijn borst en smelt langzaam weg onder het zachte zuigen van je warme lippen in mijn nek.

Wanneer je daarna even wegloopt hoor ik weer je hoge hakken tikken. De oude vloerplank tussen kast en bankstel kraakt als altijd even met je mee. Voor de open deuren van die kast sta je nu een tijdje zwijgend stil. Je schuift de la met slagwerk open en ik kan zelfs aan je verheugde uitroep horen welke zweep je vanavond voor me kiest.

Mijn harde pantser opent vol verwachting onder dreiging van je naderende stappen. Je bent nu zo dichtbij dat ik je zelfs kan horen zwijgen. Ja, ik weet alles van jou en het geluid. Nu wil ik nog maar een ding van je weten:

Kun jij ook mijn stilte zien?

-/\-

Dit korte verhaal was mijn inzending voor ronde 4 van de schrijfmarathon 2016 van EWA Nederland. De opdracht was: schrijf een erotisch verhaal van maximaal 350 woorden over: ‘Naaldhakken.” Dit verhaal behaalde de vierde plaats in deze ronde.

The White Dress

I have linked this story to Rebel´s Notes Wicked Wednesday meme. It is a translation of a story I wrote in Dutch, called ‘De Witte Japon’ Reader´s advice: this story is longer (2800 words) than most Wicked Wednesday stories.

——————————————————————————–

The White Dress

Wait, what was that? A small irregularity? A minor disruption? A different rhythm maybe?  The more he listened, the louder and more irregular the thumping in his chest became. “I can hear your heartbeat, Luke,” Meryl had often said when they laid exhausted in each other’s arms after sex. But that was then and long ago. Now he was single and listened nervously to the wild pounding of his heart. He put on his shoes and coat and got into his car. He started driving without a plan, without a destination, yet he did have one goal: to stop the maddening thumping in his chest.

At the end of the day he drove through the autumn woods when a dark shadow appeared in a clearing at the edge of the forest. At first he thought of a deer but as it approached he saw that it was the silhouette of a naked woman. She had a beautiful hourglass figure with big round breasts and wide hips. Her long brown hair hung in strands over her face and stuck to her breasts. She was dirty, lumps of mud clinging to her light skin. With her naked, natural beauty she looked like she’d stepped out of a festival film from the sixties. She ran towards him, flagging him down with her arms. Hesitation and fear had him undecided: should he slow down or accelerate?  A horny curiosity got the better of him. He stopped and lowered the car window just a tiny bit. read more here

Spaced Out

“Kom niet bij me. In godsnaam kom niet dichterbij. Laat me in het donker zitten. Vraag me niets. Luister niet naar me, lees dit niet.  Als ik schrijf vloeien vreemde tekens uit mijn pen. Als ik lees stromen zwarte woorden over het papier.  Mijn machteloze tong zwijgt als ik wil spreken, er krijsen vreemde stemmen in mijn hoofd. Was het maar een wond die bloedde, was er maar een litteken dat ik kon laten zien. Maar er is niets te zien. Het zit binnen in mijn hoofd. Wat je ook doet:  bekijk het niet, beluister het niet, bestudeer het niet, raak het niet aan. Vergeet me. Laat me in het donker zitten, laat me in het duister staan…”

– Frederik – 

-/\-

Met energieke tred stapte Frederik Baljeu het new age winkeltje op de Rozenlaan binnen. Het was niet zozeer dat hij deze middag nu heel erg gericht was op spirituele groei of innerlijke verlichting. Nee, hij had iets heel anders voor ogen. Hij was daarom erg gespannen, maar toen hij eenmaal binnenstond en de deur met een rinkelend belletje achter zich hoorde sluiten, voelde hij zich rustiger worden. Hij nam zich voor eens goed de tijd te nemen. Hij keek naar de kast waar een assortiment boeken, dvd’s, spelletjes en cd’s stond uitgestald. Wijsheid der Engelen – Kaarten der Tarot. Betovering der Watergeesten. Kracht der Drakenfeeën. Op sommige doosjes stonden plaatjes van prachtige mysterieuze vrouwen met vleugels, op andere waren zeemeerminnen of meisjes met opvallend grote ogen afgebeeld. Eigenlijk hadden al die vrouwen en meisjes grote ogen. Hij staarde even naar een pak kaarten met Watervrouwen. Grote ogen, ja. De wereld viel een beetje stil. Hoe lang hij in overpeinzing naar dat pak kaarten had gestaard kon Frederik niet zeggen. Hij werd zich pas weer van zijn staren bewust toen hij een vingerknip hoorde en er achter een gebloemd gordijntje iets begon te bewegen.   lees hier verder